• blad nr 13
  • 25-6-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Taaltoets wordt kostbare zaak’

Komt ’ie er of komt ’ie er niet? De Tweede Kamer is verdeeld over de nieuwe gewichtenregeling. Mocht het allemaal doorgaan dan vreest basisschooldirecteur Frans Hagethorn dat niemand meer wil werken op een zwarte school. De taaltoets zal voor veel bureaucratie zorgen en wordt een kostbare aangelegenheid.


“De nadelen zijn inmiddels groter dan de voordelen”, concludeert het Kamerlid Ursie Lambrechts van de regeringspartij D66. “Ik ben voorstander van een nieuw systeem maar de prijs die er nu voor betaald moet worden vind ik te hoog.” Volgens Lambrechts is er geen onderbouwing voor de nieuwe verdeling van de gewichten. In het voorstel van minister Maria van der Hoeven krijgen leerlingen van ouders met maximaal lbo/vbo een extra gewicht van 0,3. Van ouders met alleen basisschool krijgen de kinderen een gewicht van 1,2 extra. Als van die laatste groep de taalachterstand heel groot is, dan wordt het gewicht verdubbeld naar 2,4 gedurende de eerste vier jaar. Met name die laatste categorie vindt Lambrechts wel erg zwaar. “Zo’n leerling telt dan voor bijna drie en een halve leerling, dat is een enorm bedrag. Dan wordt de druk wel erg groot om dat bedrag binnen te halen.”
Het Kamerlid voorspelt een run op de taaltoets. Wanneer scholen in aanmerking willen komen voor extra geld, is de toets namelijk de voorwaarde. Het zware gewicht van 2,4 kent een maximum van drieduizend leerlingen. Lambrechts vreest echter dat er heel veel kinderen naar die toets toe gedreven worden, omdat je het maar nooit kan weten. “Iedereen wil in aanmerking komen voor de hoofdprijs, dat geeft dus weer een enorme bureaucratie.”
Het voorstel om scholen voor niet meer dan tachtig procent van hun achterstandsleerlingen extra geld te geven, wijst Lambrechts eveneens af. “Ook dit is nergens op gebaseerd. Die tachtig procent heeft iets te maken met de discussie die indertijd door de VVD in gang was gezet over islamitische scholen en de noodzaak van integratie. Volgens mij kun je niet voorkomen dat een school honderd procent achterstandsleerlingen heeft door de bekostiging terug te draaien.”
Het VVD-Kamerlid Eric Balemans kan zich bijna niet voorstellen dat een school alleen maar achterstandsleerlingen heeft. Vandaar dat hij het plafond van tachtig procent juist wel goed vond. “Maar als hierdoor scholen in de knel komen, dan moet daarover gepraat worden.” Hij is het verder wel eens met de nieuwe regeling. De toets moet zich in de praktijk bewijzen.
Of er een meerderheid in de Kamer tegen het nieuwe achterstandenbeleid is, was bij het sluiten van dit nummer van het Onderwijsblad niet duidelijk.

Fraudegevoelig
De kleutertoets werd in 2003 afgewezen door de Tweede Kamer omdat het te massaal, te duur en te bureaucratisch werd gevonden. Maar minister Van der Hoeven geeft het niet op, want daar duikt weer een nieuwe toets op: de taaltoets. Volgens Lambrechts is er niets tegen een dergelijke toets, zolang er geen geld aan hangt. “De onderwijscommissie is naar Schotland geweest omdat daar een taaltoets gebruikt wordt voor jonge achterstandsleerlingen. Ik denk dat het een heel nuttig instrument is, als het maar geen voorwaarde wordt voor extra geld.”
Hans Cohen de Lara van onderzoeksbureau Sardes bestudeerde het voorstel om een taaltoets in te voeren voor leerlingen van vier jaar. “De leerlingen die hiervoor in aanmerking komen hebben al een achterstand en ik denk dat het voor negentig procent om allochtone leerlingen zal gaan, omdat die vaak thuis geen Nederlands spreken.” Volgens Cohen de Lara is het wel mogelijk om de taalvaardigheid van deze jonge kinderen te toetsen, maar de toets moet wel aan specifieke eisen voldoen. “Taal heeft natuurlijk allerlei aspecten. Bij deze groep gaat het vooral om de woordenschat en het verhaalbegrip, dus of ze bijvoorbeeld een voorgelezen verhaal begrijpen, dat is later weer van belang voor het begrijpend lezen.” Hij schat in dat het afnemen van de test een kostbare zaak zal worden. “Je kan dit natuurlijk niet, zoals bij veel testen, schriftelijk afhandelen. Hier zijn externe testafnemers voor nodig die een op een met de leerlingen bezig zijn en dat is duur.” Volgens Cohen de Lara kan er alleen gewerkt worden met een externe toetsleider omdat er een budget verbonden is aan de uitslag van de toets. Dan wordt het te fraudegevoelig om het door de school zelf te laten doen.

Natte vingerwerk
Bij de zwarte scholen gaat het niet alleen om een taalachterstand vindt Jan Gispen. Hij is voorzitter van het platform schoolbesturen van de vier grote gemeenten (G4) en stelt alles in het werk om de dreigende kortingen op deze scholen te voorkomen. “De problemen van leerlingen in achterstandswijken zijn niet verminderd, dus er is ook geen reden waarom dat budget minder moet worden.” Volgens Gispen is de voorspelling van Van der Hoeven dat de zware achterstandsscholen zo’n elf miljoen moeten inleveren puur gokwerk. “Dat is allemaal natte vingerwerk. Want je weet niet hoe de gewichten op grond van de nieuwe criteria gaan uitpakken. Alleen het plafond van tachtig procent is een hard gegeven en dat betekent al een groot verlies voor veel scholen.”
De directeur van de pc Parkschool in Utrecht, Frans Hagethorn, kan dat bevestigen. “Als we twintig procent van ons budget moeten inleveren, betekent dat een verlies van een à twee leerkrachten op de toen.” Hij zit al dertig jaar in het vak en ziet nu gebeuren wat hij jaren geleden nog niet voor mogelijk hield. “Stapje voor stapje wordt het minder. Wij zijn de oalt-leerkrachten kwijt geraakt, bij ons waren dat ‘Omet-leerkrachten’ omdat ze meewerkten aan het taalprogramma Nederlands. Dat is nu voor een deel in duigen gevallen. Deze zomer zijn er weer lokaalassistenten verdwenen omdat het ID-banen waren. Wij zijn maar een kleine school van 170 leerlingen, dus ieder wijziging in het budget komt hard aan.”
Als het zo doorgaat, voorspelt de directeur, dan wordt het steeds onaantrekkelijker om op een zwarte school te werken. “De problematiek is nog steeds hetzelfde, want nog steeds wordt er getrouwd met mensen uit het land van herkomst. Er gaan nu wel wat peuters naar de voorschool, dus die spreken wat Nederlands, maar het gros nog steeds niet. Verder brengt een achterstandswijk ook een sociaal-emotionele problematiek met zich mee, onrustige kinderen die veel problemen thuis hebben, je kan niet al te grote groepen maken.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.