• blad nr 13
  • 25-6-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Antiwesters gedrag door gebrek aan toekomst

Het groeiende antiwesterse gedrag van vooral Marokkaanse leerlingen heeft alles te maken met een negatief zelfbeeld en een gebrek aan toekomstvisie. Dat blijkt uit een onderzoek op Amsterdamse scholen.

‘Ik zie een derde-generatieprobleem. Deze kinderen groeien op in een vacuüm. Ze vervreemden van alles, ze spreken niet foutloos Nederlands en spreken de taal van hun ouders slecht. Ze zijn het niet eens met hun ouders, niet met school en ook niet met de samenleving.’ Dat zegt een van de docenten in het onderzoek dat de gemeente Amsterdam heeft laten doen op 25 scholen. Daaruit blijkt dat internationale spanningen, zoals de aanslag in New York en de oorlog in Irak, zeker invloed hebben gehad. Vooral bij Marokkaanse leerlingen (naar schatting de helft) en in geringere mate bij Turkse leerlingen is de binding met de Nederlandse samenleving verminderd. Ze denken negatiever over hun toekomstkansen, identificeren zich nauwelijks met Nederland, hebben hun moslimidentiteit als bindende factor en uiten regelmatig antiwesterse en intolerante denkbeelden.
Directe aanleiding voor het onderzoek waren de berichten rond de radicalisering van een aantal leerlingen in groep 7 en 8 op basisschool het Mozaïek. Het college van burgemeester en wethouders besloot daarop via een quickscan na te gaan welke betekenis de moord op Theo van Gogh heeft gehad op de gang van zaken op de scholen. Voor het voortgezet onderwijs zijn de resultaten weinig bemoedigend. Er is op bijna alle 25 scholen sprake van verruwing van omgangsvormen. Het (v)mbo en het praktijkonderwijs hebben de grootste problemen. Tweederde van deze scholen geeft aan het schoolklimaat onveilig te vinden, een deel van de docenten raakt gedemotiveerd. Het gebrek aan veiligheid wordt vooral veroorzaakt door zorgleerlingen met gedragsstoornissen en door leerlingen met crimineel gedrag.
Er zijn natuurlijk wel verschillen tussen scholen. Op vier locaties lopen de spanningen momenteel hoog op, onder andere doordat Marokkaanse jongens met andere groepen leerlingen ruziemaken. Op één havo/vwo-afdeling probeert een groep strenggelovige Marokkaanse meisjes islamitische regels op te leggen aan de rest van de meisjes. Op een school voor praktijkonderwijs terroriseert een groep Surinaams/Antilliaanse meisjes degenen die volgens hen niet in hun groep passen, die zijn meestal autochtoon.
Docenten ervaren een groeiende kloof tussen de denkwijze van henzelf en die van moslimleerlingen. Dezen voelen zich minder geaccepteerd in de maatschappij en dat uit zich in hun gedrag tegenover de docenten. Een roc-docent zegt: ‘Het is alsof je constant op de proef wordt gesteld, alsof ze constant willen weten of je ze nog wel ziet zitten als moslims, ze doen ferme uitspraken om te testen hoe je over ze denkt.’
De oplossingen die aangedragen worden door docenten en het college van B&W in de hoofdstad zijn niet nieuw en worden vaak al jarenlang toegepast. Vrijwel alle geïnterviewde docenten pleiten voor kleine overzichtelijke locaties. Bij praktijkonderwijs rond de honderd leerlingen en bij de andere onderwijstypen 500 tot 600 leerlingen. Leerlingen met gedragsstoornissen en crimineel gedrag horen in het speciaal onderwijs thuis. Op scholen moet een helder beleid zijn om leerlingen en hun ouders aan te spreken op hun gedrag. Daarnaast zijn er talloze lesprogramma’s in gebruik om de sociale vaardigheden en agressiebeheersing te versterken. Er is financiële ondersteuning nodig voor de bijscholing van docenten om te leren omgaan met de specifieke situatie op hun school. De stad Amsterdam kan bijdragen aan een positief toekomstbeeld door prioriteit te geven aan stage- en werkervaringsplaatsen voor (v)mbo-leerlingen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.