- blad nr 12
- 11-6-2005
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Regie voorschoolse educatie naar basisschool
“Dit is goed waardeloos. Het succes van voorschoolse educatie wordt gesmoord in de misplaatste ideologie dat scholen meer eigen verantwoordelijkheid moeten krijgen. Ik ben daar uiterst ongelukkig mee.”
Nee, de Haagse onderwijswethouder Pierre Heijnen is niet blij. Zijn gemeente heeft de afgelopen jaren bijna zestig voorscholen opgezet. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen peuterspeelzalen en basisscholen. In deze scholen werken achterstandskinderen met programma's als Piramide en Kaleidoscoop. Die stimuleren het taalgevoel waardoor de kinderen straks met minder achterstand naar de basisschool gaan. Op de voorscholen werken de leerkrachten en peuterleidsters nauw samen. Leerlingen uit groep 1 en 2 worden op de scholen – met geld van de gemeente – extra begeleid. De aanpak werkt.
Toch komt het succes van de voorschoolse educatie nu op de tocht te staan. Een deel van het budget wordt namelijk overgeheveld naar de basisschool. Het risico bestaat dat de scholen dat geld anders gaan inzetten.
De reden voor de overheveling van het budget is complex. Onderwijsminister Maria Van der Hoeven wilde miljoenen euro’s bezuinigen op het achterstandsbudget. Maar daar stak de Tweede Kamer een stokje voor. De miljoenen kwamen weer terug, maar zouden wel anders ingezet worden. Van der Hoeven wil schoolbesturen meer eigen verantwoordelijkheid geven. En dus wordt een deel van het budget voor vroeg- en voorschoolse educatie voortaan rechtstreeks naar de scholen overgemaakt. De gemeenten zitten er niet meer tussen en kunnen geen eisen meer stellen aan de besteding van die middelen. De scholen kunnen dat geld natuurlijk blijven inzetten voor de vroegschoolse educatie. Maar ze kunnen - en dat is de crux - het budget ook voor de hogere groepen gebruiken. Voor dat laatste is wethouder Heijnen bang. “Ik zou me goed kunnen voorstellen dat scholen dat geld gaan gebruiken om bezuinigingen elders op te vangen. Daardoor zal de voor- en vroegschoolse educatie stagneren.” Of dat echt gebeurt, is natuurlijk de vraag.
Drempels verlagen
De overheveling van budget zat er al een aantal jaren aan te komen. Een van de grote problemen van voor- en vroegschoolse opvang is de gebrekkige aansluiting tussen de peuterspeelzalen en de basisscholen. ‘Voorscholing is alleen effectief wanneer er sprake is van vervolg en continuïteit’, zo stond drie jaar geleden in een rapport van onderzoeksbureau Sardes. ‘Hieraan ontbreekt het nogal eens. Er is geen of onvoldoende afstemming tussen de speelzalen en het basisonderwijs, er is geen doorgaande ontwikkelingslijn.’ Een van de adviezen van Sardes was dan ook om de verantwoordelijkheid voor de voorschoolse educatie onder te brengen bij het onderwijs. Wanneer dat gebeurt, wordt de drempel om mee te doen aan voorschoolse educatie voor de doelgroep ook veel lager. De school is voor de doelgroep – vaak allochtone ouders en kinderen - namelijk vaak al een bekende en vertrouwde omgeving.
De AOb wil ook graag dat de voorschoolse educatie onder verantwoordelijkheid van de basisscholen komt te vallen. "Natuurlijk willen we niet dat kinderen al op hun tweede in de schoolbanken zitten”, zegt AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen. “Maar we willen wel dat ze eerder dan nu het geval is, op een speelse manier met taal in aanraking komen en gestimuleerd worden om Nederlands te praten. Daardoor kunnen ze later beter meekomen op de basisschool.”
Walhalla
In Maastricht is de verantwoordelijkheid voor de voorschoolse educatie de afgelopen jaren al steeds meer een zaak van de scholen geworden, zegt Frens Lemeer, directeur van de basisschool Elckerlyc. “De regiefunctie ligt hier meer dan elders in het land bij de scholen. Wij overleggen eerst met de gemeente hoeveel geld zij krijgen van het rijk en hoeveel geld de gemeente zelf bij de voorschoolse educatie stopt. Daarna gaan wij kijken hoe dat geld het beste kan worden ingezet en maken daarover afspraken met peuterspeelzalen en welzijnsinstellingen. We maken samen een voor- en vroegschools programma op maat.”
De voorschoolse educatie draait in Maastricht om de Klos-methode, waarin het accent ligt op taalverwerving met behulp van liedjes en voorlezen. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het bevorderen van de participatie van ouders. “Die worden gestimuleerd om te kijken naar wat hun kind wèl kan”, zegt Lemeer. “Om steeds te zien dat hun kind alweer meer kan dan gisteren.”
Toch is Maastricht ook niet het walhalla van de voorschoolse educatie. “De gemeente moet hier bezuinigen op de peuterspeelzalen”, zegt Lemeer. “In België zijn die speelzalen bovendien gratis, dus zien we veel jonge kinderen over de grens vertrekken. Die komen dan na twee jaar weer terug om aan de Nederlandse basisschool te beginnen, maar dan hebben ze de voorschoolse educatie hier gemist en dat is ontzettend zonde. Maar goed, al met al heb ik het idee dat wij het in Maastricht helemaal zo gek nog niet doen.”