• blad nr 12
  • 11-6-2005
  • auteur . Lachesis 
  • Redactioneel

 

De gevolgen van een moetje

De eerste kleuterleidster die ik leerde kennen, zat in haar eentje met haar klas bij ons in het gebouw. De kleuterschool waarvan zij deel uitmaakte stond zo ver weg dat ze zich maar eenzaam voelde. Op een goede dag vroeg ze of ze onze vergaderingen bij mocht wonen. Dat zou haar betrokkenheid bij onze school vergroten en ze zou zich minder verloren voelen. We waren opgetogen. We legden er veel eer in een moderne school te zijn en met haar komst zouden we parmantig voor de troepen uitlopen. De integratie van kleuter- en lagere school zou immers binnen een paar jaar een feit zijn. Daar zat ze dan. Vrolijk, enthousiast, energiek. Al na twee vergaderingen was haar enthousiasme tot het nulpunt gedaald. Ze woonde onderuitgezakt de vergadering bij en blikte om de haverklap op haar horloge. Allemachtig, wat een saai en omslachtig gedoe, mopperde ze als ik samen met haar naar huis fietste. Ik viel bijna van mijn fiets van verbazing. Saai, omslachtig? Al dat gedoe met notulen en voorstellen en zo, foeterde ze, vertel nou eens, wat hebben we zojuist nu echt besloten, wat gaan we nou doen? Enigszins confuus trapte ik verder. Ik begreep er niets van. We gingen een heleboel doen. Alleen niet meteen. Het zou een mooie boel worden als we alles maar meteen zouden doen.
Niet veel later deelde ze mee dat ze voortaan niet meer op de vergaderingen zou komen. Ze kon haar tijd wel beter gebruiken. Gekwetst likten wij onze wonden en bogen ons opnieuw over onze notulen, voorstellen en werkgroepen. Wacht maar, fluisterden wij gemelijk. Wacht maar.

***

Niemand heeft ons ooit gevraagd of we wel van elkaar hielden. Het was een ouderwets gearrangeerd huwelijk. Zij die ons aanstuurden, dachten dat iets er beter van zou worden. Daarom gaven we elkaar het jawoord in 1985. Ik werkte inmiddels op een andere basisschool. Een hele grote. Er trokken zo’n zeven kleuterklassen bij ons in. Kleuterklassen met vrolijke, enthousiaste, energieke leerkrachten, die net zoals hun voorgangster op mijn vorige school onmiddellijk tot een zombiestaat terugvielen zogauw ze een vergadering binnenkwamen. Ze deden hun mond niet open, ook niet tegen elkaar. Als ze aan de beurt waren om notulen te maken, dan hielpen ze elkaar en schreven ze met hoogrode koontjes de hele vergadering regel voor regel uit. Het was niet moeilijk om ze van de kaart te vegen. Ze waren met minder in getal en deden niets om hun rijk te verdedigen. De potentaat in ons stond onmiddellijk op. We liepen ze eenvoudig onder de voet. Omdat we dachten dat we de beste waren. In de beginjaren was er absoluut geen sprake van een huwelijk, het was eerder een overmeestering. We maakten elke klassieke overwinnaarsfout: we keken niet naar hun cultuur, niet naar hun talenten en bovenal vergaten we te kijken wat het kleuteronderwijs echt anders maakte dan het lager onderwijs. In plaats daarvan legden wij hen eenzijdig onze inzichten over onderwijs op. Zij slikten dat. Behalve in de wandelgangen.

***

Niet iedere onderdrukker weet dat hij onderdrukt. Er is moed en zelfonderzoek voor nodig. Maar alle onderdrukten weten wel dat zij onderdrukt worden. Niet erkend worden doet pijn. Mijn collega’s van de kleuterschool wisten dat ook. Daarom was het in de wandelgangen altijd een drukte van belang. Maar zeg dat dan, wanhoopte ik, schrijf het op. Zeg het met z’n allen tegelijk desnoods. Sla met je schoen op tafel! Maar ze zeiden het niet. Ze hadden een hekel aan vergaderingen. Ze begrepen de mores niet. En dat was jammer.
Ze konden dan misschien niet goed plannen op papier zetten maar ze konden als geen ander plannen uitvoeren. Ze hadden onderling maar een half woord nodig om de omvangrijkste projecten uit de grond te stampen. Ze konden dan weliswaar niet goed in het schoolwerkplan beschrijven wat ze aan voorbereidend reken- en taalonderwijs deden, maar hun talent om bij elk kind te onderkennen wanneer het er aan toe was om een volgende stap te zetten was vele malen groter dan dat van mij en mijn collega’s in de midden- en bovenbouw. Kleuterleidsters zijn de uitvinders van het adaptief onderwijs. Ze hebben er nooit enige erkenning voor gekregen. En ze konden poppenkast spelen. Fantastisch poppenkast spelen.

***

Toch nam de wanhoop van mijn collega’s in de onderbouw nooit zulke ernstige vormen aan dat we niet meer samen door een deur konden. Dat was op andere scholen wel anders. Op een school in deze stad liepen de conflicten tussen de kleuterleidsters en de lagere school wel erg hoog op. De kleuterleidsters draaiden klassen van meer dan veertig kleuters, onder wie veel anderstaligen, terwijl hun directeur acht leerlingen in zijn klas had. De adjunct-directeur, die van geen democratische spelregel wilde weten, verordonneerde dat alle veertig kleuters hun tanden dienden te poetsen, dat ze allemaal een apart tafeltje met een eigen doosje met kleurpotloden en een lijmpotje moesten hebben. Hij nam de timmertafels (te gevaarlijk) en de tv (nergens voor nodig met kleuters) mee voor eigen gebruik, voerde lijsten in waarmee de kleuterleidsters op de rand van de zandbak woordenlijsten konden bijhouden van hun leerlingen en controleerde om de haverklap of al zijn bevelen werden uitgevoerd. Deze brute inbreuk op hun professionaliteit was ondraaglijk voor deze dames. Ze lieten zich murw geslagen overplaatsen.
Ook mijn eigen collega’s in de onderbouw werden wel eens bruut voor het hoofd gestoten. Zo herinner ik mij de vrijwillige overstap van een collega van groep 7 naar de onderbouw. Zij begon onmiddellijk te lezen en te rekenen met haar leerlingen in groep 2. Zij zette zelfs de leesboekjes provocerend in de richel bij het raam naast de deur. Haar directe collega’s wisten hier een adequaat antwoord op: zij zwegen haar dood. Het jaar daarop was ze alweer uit de onderbouw verdwenen. Haar collega’s dronken, nadat ze dit besluit hadden vernomen, vrolijk een kopje thee en gingen nog eens met de koektrommel rond.
Bij een andere strijd stonden we echter zij aan zij. Eendrachtig namen we als team het standpunt in nooit toe te staan dat vierjarigen getest zouden worden. We konden geen van allen de aanblik van zo’n kind achter een toetstafeltje verdragen. Uit onderzoek was ook gebleken dat de toetsgegevens van vierjarigen niets zeiden. Tot de inspecteur ons een onvoldoende op dit punt gaf. Toen viel de directeur om.

***

Ook al kon ik het al die jaren aardig vinden met mijn collega’s in groep 1/2, ik kwam natuurlijk wel van de andere kant. Ik mopperde bij tijd en wijle een stevig potje mee over het gedrag van mijn collega’s in de onderbouw. Ik bedoel: je kunt toch wel een keer begrijpen hoe je notulen maakt, een voorstel indient, een verworven recht verdedigt of een aanval pareert? Je hoeft toch niet trots te zijn op deze omissies? Het is toch geen plicht om steeds op de tocht te gaan zitten? Ook hun hardnekkige wens om bij de handenarbeidrondes op vrijdagmiddag alleen maar lessen in tuttige meidendingetjes aan te bieden, zodat er nooit een jongen in hun klassen verzeild raakte, heeft me wel eens ernstig gestoken. Eén keer raden waar al die jongens dan wel terechtkwamen…
Ook gaf ik eens twee jaar op woensdag les aan een kleuterklas. Hoewel het lokaal zich onmiskenbaar in een voor mij bekend gebouw bevond, had ik toch elke keer het gevoel een parallel universum binnen te stappen. Met andere wetten, andere zeden, andere gewoontes. Ik was al mijn bakens kwijt. Ik dobberde maar wat rond. Ik verbaasde mij over de achteloze wreedheid van sommige kleuters, de zwabberende aandacht en de onnavolgbare impulsiviteit. Hoe kon je deze kinderen iets leren? Vertel me hoe het moet, vroeg ik mijn collega’s, ik heb echt geen idee. Maar dat was nu net het probleem. Ze kunnen niet vertellen hoe het moet. Ze doen het. En degenen onder hen die wel weten hoe ze het doen, zijn inmiddels allang uit de onderbouw verdwenen. Ze maakten een overstap naar de bovenbouw, werden intern begeleider, pabo-docent of directeur. En ze kwamen evenals Berend Botje nooit weerom. Ook niet om poppenkast te spelen.

***

Rest de vraag of het huwelijk uit 1985 tot een hechte en liefdevolle relatie is uitgegroeid of dat de erbarmelijke gevolgen van een moetje nog steeds zichtbaar zijn. De dames die opgeleid zijn op de oude kleuterkweek, zullen niet lang na hoeven te denken over het antwoord. De bedenkers van het huwelijk hebben allang weer tien nieuwe innovaties gelanceerd, zij zijn hun geesteskind allang vergeten en op de basisschool weten we inmiddels niet beter meer. Ook mijn studenten op de pabo weten niet anders of ze worden opgeleid voor groep 1 tot en met 8. Maar soms zie ik ze er nog tussen zitten, de kleuterleidster van weleer. Meestal komen ze van het mbo. Een broertje dood aan de spelling- en rekenmodules, een broertje dood aan hoorcolleges en verslagen maken. Maar vraag wie er iets wil organiseren en het komt vanzelf goed met zulke dames in de groep.
Zelf denk ik dat dit huwelijk na een turbulente start een doorsneehuwelijk is geworden. Niet goed maar ook niet slecht. Het beste dat ik erover zeggen kan, is dat ik inmiddels erg goed poppenkast kan spelen.

www.columnsvanlachesis.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.