- blad nr 12
- 11-6-2005
- auteur L. Douma
- Redactioneel
AOb verwacht cao-klapper in 2006
Het gaat niet goed met de cao-onderhandelingen in het primair en voortgezet onderwijs. “Dat komt doordat het ministerie van Onderwijs heeft aangegeven in 2005 geen cent te willen uitgeven aan verbetering van arbeidsvoorwaarden, dus ook het loon niet wil verhogen”, verklaart AOb-bestuurder Gerrit Stemerding. “Ik verwacht dat de algemene vergadering hierover de messen zal slijpen.” De AOb sluit acties niet uit.
Met de cao-onderhandelingen in de bve, die eind juni beginnen, verwacht Stemerding minder problemen. “Het wordt een cao met weinig items. We proberen natuurlijk geld los te krijgen. Maar de klapper verwachten we pas in 2006.”
Eerder dit jaar sloot de AOb al drie cao’s af. Vorige maand werd een onderhandelaarsakkoord bereikt met de Hbo-raad. Het onderwijspersoneel krijgt meer tijd voor het persoonlijk ontwikkelingsplan. Er komt een salarisverhoging van 0,6 procent en een eenmalige uitkering van 125 euro. En gedeeltelijk arbeidsongeschikten behouden hun baan.
Nieuw kabinetsbeleid
In april sloten de bonden een akkoord met de vereniging van universiteiten VNSU. Ter compensatie voor de gestegen ziektekosten krijgen werknemers een eenmalige uitkering van honderd euro. Vanaf september stijgt hun loon met 0,55 procent.
Eerder in april werd al een cao-overeenkomst gesloten voor de landelijke verzorgingsinstellingen, zoals de KPC-groep en het APS. De cao loopt tot 31 december 2005 en bevat een salarisverhoging van 0,5 procent, die doorwerkt in pensioenen en uitkeringen.
De loonstijgingen in de drie sectoren zijn niet opzienbarend. Toch is Stemerding tevreden over de overeenkomsten. “Cao’s in de markt waar hogere percentages zijn afgesproken, zijn over veel langere periodes afgesloten. De AOb heeft er bewust voor gekozen dat niet te doen. Wij willen in 2006 anticiperen op nieuw kabinetsbeleid. Dan moeten we pas echt aan de bak. Als wij nu al voor 2006 afspraken maken, lopen we het risico dat de werkgevers met te weinig geld over de brug komen.”