• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Verliefd of intimidatie?

Verliefde leerlingen moet je als docent duidelijk maken dat er niets mogelijk is. Maar wat doe je als starter met seksuele intimidatie van leerlingen naar jou toe? Mathilde Bos, docent Hogeschool Utrecht en auteur van ‘Lesje Geleerd’ en ‘Seksuele intimidatie in de zorg’ is in onderstaand stuk heel resoluut. Meteen aanpakken, want negeren leidt tot ongelukken.

Goed dat het Onderwijsblad aandacht besteedde aan ‘verliefde leerlingen’. Het artikel was wel enigszins verwarrend, dit komt omdat het zich niet beperkt tot het omgaan met verliefde leerlingen. Daarover wordt terecht gesteld dat je als docent zorgvuldig duidelijk moet maken dat een relatie geen kans heeft.
Er kwam alleen een heel ander onderwerp bij, namelijk seksuele intimidatie. Van leerlingen naar de docent. Het kan natuurlijk ook andersom, maar daarover gaat het nu niet. Seksuele intimidatie heeft niets te maken met verliefde leerlingen, seksuele intimidatie is een vorm van agressie, en wel een hele lastige. In het artikel worden een paar voorbeelden genoemd. Onder andere van de stagiaire die wordt geïntimideerd door ‘de grootste versierder van de klas’, die niet bereid was om haar in de positie van docent te accepteren. Haar opzocht voor aanvang van de les, opmerkingen over haar lichaam maakte, en haar tijdens de les met minachtende blikken bekeek. Dat heeft niets met verliefdheid te maken, maar alles met intimidatie. Het advies ‘zorgvuldig duidelijk maken dat het niets kan worden’ heeft hier geen zin. Deze jongen moet grenzen krijgen, zoals bij elke andere vorm van agressief en ongewenst gedrag.


Handtastelijkheden
Het omgaan met seksuele intimidatie op school verdient veel aandacht, juist omdat het optreden daartegen zo lastig is. Seksuele intimidatie is: ‘seksueel getint gedrag dat als ongewenst wordt ervaren’. Daar begint de moeilijkheid al, degene die dit soort aandacht krijgt moet haar/zijn eigen gevoel serieus durven nemen. Als hij/zij het gedrag als ongewenst ervaart, dan valt het onder de noemer van seksuele intimidatie en dan moet het stoppen. Dit gedrag kan overigens van alles zijn: seksistische opmerkingen, ongewenst complimentjes, minachtende blikken, handtastelijkheden, enz.
De eerste reactie van een ‘slachtoffer’ zal zijn: negeren en vermijden. Deze reactie wordt veroorzaakt door gevoelens van schuld en schaamte. Seksuele intimidatie is misschien wel de lastigste vorm van intimiderend gedrag, omdat het – ongewenste seksueel getinte - gedrag het slachtoffer verlamt. Het advies ‘negeren’ is wel het slechtste advies dat je iemand kan geven, het ongewenste gedrag kan doorgaan bij gratie van de zwijgende, opgejaagde prooi. Aanpakken is dus het devies, maar hoe? Het volgende stappenplan kan helpen:
• Het ongewenste gedrag benoemen
• Zeggen dat het moet stoppen (desnoods herhalen)
• Melden wat de consequenties zijn als het niet stopt
• Consequenties uitvoeren

Terecht komt in het artikel de veiligheid van het team ter sprake. Daarmee staat of valt de aanpak van dit ongewenste gedrag. De belaagde docent moet zich onvoorwaardelijk gesteund weten door zijn/haar collega’s/leidinggevende. Juist bij seksuele intimidatie is de neiging groot om het slachtoffer de schuld te geven, ‘blaming the victim’. De leerling die dit ongewenste gedrag vertoont zal een kwetsbaar slachtoffer hebben gekozen, niet zelden een stagiaire of een beginnend docent. Juist bij hen zal schaamte extra snel de kop opsteken. De geïntimideerde stagiaire/docent voelt haarscherp aan of ze het onderwerp kan bespreken in het team, en zal de intimidaties verzwijgen als het team niet veilig is. Met het gevolg dat de intimidatie kan voortwoekeren, en de (werk)sfeer totaal kan verzieken.

Voor het veilige klimaat is openheid een eerste vereiste. Gedragsregels op scholen zijn inmiddels heel gewoon, en kunnen helpen om het probleem aan te pakken, seksuele intimidatie zou daarin met de grootste vanzelfsprekendheid genoemd moeten worden. Van docenten én van leerlingen wordt dat niet getolereerd.
Het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie als docenten onderling, is iets dat je moet oefenen, niet bang zijn om man en paard te noemen, heel concreet. Het is misschien schaamtevol om te vertellen dat een leerling je ‘kankerhoer’ noemt, of dat een groep meisjes in de gangen steeds aan je billen zit, maar als je het negeert, is de kans dat het stopt wel erg klein.
Behalve de verlammende uitwerking van schuld en schaamte is er nóg iets dat openheid en aanpak in de weg staat: angst voor de gevolgen als je ermee naar buiten komt. Een probleem bij het aanpakken van seksuele intimidatie is, dat het eerst een tijd lang stil wordt gehouden, maar áls het naar buiten komt, vaak een golf van publiciteit veroorzaakt. Het wordt dan veel groter gemaakt dan de betrokkene had gewild, het veroorzaakt een soort overgevoeligheidsreactie.
Het is de verantwoordelijkheid van het hele team, maar zeker ook van leidinggevenden, om alles binnen de juiste proporties te houden. Openheid geven zonder mee te gaan in de neiging tot sensatie. En natuurlijk onvoorwaardelijk achter het slachtoffer gaan staan.
Seksuele intimidatie is niet zoveel anders dan ander ongewenst gedrag als schelden, pesten, vechten, vloeken, of roken waar het niet mag, en het hoort dus gewoon in dit rijtje thuis. En we weten allemaal dat dit gedrag aangepakt moet worden, want het stopt helaas niet vanzelf.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.