• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Innovatie-adviezen belanden in de la van het kabinet

De adviezen die de Nederlandse economie er weer helemaal boven op moeten helpen zijn mooi, maar ze liggen wel in een la. Van de 80 adviezen die het Innovatieplatform deed, zijn er inmiddels 20 in behandeling. Maar nog steeds is er geen serieuze stimulans van de kenniseconomie en gaat er emer geld naar asfalt dan naar innovatie.

In september 2003 moest het Innovatieplatform de economie er nog bovenop helpen. Het gold als een van de kroonjuwelen van het regeerakkoord van Balkenende II. Er kwam ook ene flink budget: maar liefst 185 miljoen werd uitgetrokken voor innovatieve projecten en de premier zou er zelf op toezien dat er een sprong voorwaarts werd gemaakt. Die projecten gaan over de ‘dynamisering van focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek, de beroepskolom, grootschalige onderzoeksinfrastructuur en sleutelgebieden.’
Zoveel sjieke, omvangrijke doelen die met dat geld ondersteund zouden worden. In maart 2005 bleek echter dat er van de 80 adviezen die het platform gaf, inmiddels welgeteld 20 in uitvoering zijn. Zelfs premier Balkenende, voorzitter van dit louter uit prominenten opgetrokken gezelschap, die innovatie tot speerpunt van het kabinetsbeleid maakte, gaf toe dat dit wat mager is. We moesten van hem niettemin positief blijven denken, in Finland had het ook járen geduurd voordat er resultaten te zien waren. Dat geduld heeft de Tweede Kamer niet, die draaide in maart de duimschroeven aan. Het kabinet krijgt nog twee maanden om duidelijk te maken wat er werkelijk met de adviezen en het geld gebeurt.
Ondanks alle kritiek op de huidige stand van zaken bij het Innovatieplatform werd bij de verdeling van extra geld het Innovatieplatform opnieuw genoemd. In het paasakkoord is er sprake van 750 miljoen euro voor onderwijs. Daarvan gaat 250 miljoen structureel naar het hoger onderwijs ter compensatie van het gegroeide aantal studenten. De rest, 500 miljoen, moet besteed worden aan de vernieuwing van het vmbo (nieuwe gebouwen en praktijk gerichter onderwijs), aan toponderzoek als nanotechnologie, biotechnologie en innovatieve ICT-toepassingen en tenslotte zijn er de initiatieven van het Innovatieplatform die om ondersteuning vragen.
Martijn van Dam, woordvoerder van de PvdA, was één van de critici in de Tweede Kamer. “Ik heb vooral kritiek op het kabinet, die laat mooie innovatieadviezen formuleren en die verdwijnen vervolgens in een la. Daarom heb ik gezegd dat, als dat niet veranderd, het platform net zo goed opgeheven kan worden.” Ook de nieuwe impuls uit de hogere aardgasbaten die in het paasakkoord worden uitgedeeld, zal volgens hem niet toereikend zijn om de plannen uit te voeren: “Ik vind een half miljard in twee jaar weinig als je het vergelijkt met de 80 miljard die de komende jaren naar het asfalt gaat, dat tekent wel ongeveer de verhoudingen in dit kabinet. Als je echt vindt dat er iets moet veranderen, dan zou er meer geïnvesteerd moeten worden in kennis en innovatie, voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren.”
De PvdA wilde het Platform nog een laatste kans geven en diende samen met de VVD en GroenLinks een motie in waarin het kabinet tot 1 juni de tijd krijgt. Dan moet er een duidelijk plan op tafel liggen met data waarin wordt aangegeven hoe de adviezen worden uitgevoerd. Minister van der Hoeven beloofde dat. Toch vreest Van Dam dat op 1 juni zal blijken dat er weer veel naar commissies verschoven wordt. “Het vreemde is dat het kabinet zich hier wel heel erg aan gecommitteerd heeft, er zitten maar liefst drie bewindslieden in, maar aan de andere kant zetten ze zichzelf klem door te weinig te investeren.” Hij voorspelt dat wanneer er op 1 juni nog niets ligt de bewindslieden een zware kluif aan de Kamer zullen hebben.

Horizon
VVD-woordvoerder Eske van Egerschot verwijt het kabinet een gebrek aan visie. ‘Er is geen punt aan de horizon gekozen waar we naartoe zouden moeten bouwen,’ zei ze in de Kamer, terwijl het inmiddels wel wemelt van de actiepunten die om uitvoering vragen. Ook Egerschot had er een hard hoofd in dat die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. De doelstelling om in 2010 koploper te zijn in Europa op het gebied van de kennis economie is volgens haar steeds moeilijker haalbaar.
Zelfs Herman Wijffels, voorzitter van de SER en lid van het innovatieplatform, had begin dit jaar de moed een beetje opgegeven en suggereerde dat opheffen het beste was. Direct daarna ontkende hij zo somber geweest te zijn, er moest alleen een andere fase gestart worden. Woordvoerder van het platform Rene Westbroek noemt 2005 daarom inmiddels een ‘oogstjaar’. “We hebben eerst de periode van de analyse gehad en dit jaar gaan we oogsten.” Westbroek, kennelijk afkomstig uit de landbouwsector, spreekt van “laag hangend fruit dat snel geoogst kan worden.” Dit in tegenstelling tot “echte systeemingrepen, zoals verandering van de financiering in het onderwijs”, die veel meer tijd vergen. De achttien leden van het platform komen op 20 april bij elkaar en hopen dan te weten hoeveel nieuw geld er precies te verdelen valt.

Waarschuwing
In 2003 waarschuwde de econome Henriëtte Maassen van den Brink nog dat de 185 miljoen die het kabinet voor innovatie uitgetrok, zou verdampen wanneer het in een groot aantal projectjes gestopt werd. ‘Wie het hardst schreeuwt, krijgt het meest, het lijkt me verstandiger om prioriteiten te stellen’, was haar stelling in het Onderwijsblad in september 2003. Structurele investeringen in topopleidingen door het hele onderwijs heen, plus het bestrijden van het voortijdige schoolverlaten, dat was volgens haar het belangrijkste. Haar waarschuwing werd in de wind geslagen, het kabinet stelde geen prioriteiten, er ligt nu een waslijst van 80 adviezen waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze allemaal uitgevoerd worden.
De werkgeversorganisatie VNO-NCW stuurde direct na het bekend worden van de extra aardgasbaten een brief naar het kabinet waarin gepleit wordt voor een innovatie-impuls van 600 miljoen euro. Ook de werkgevers zijn teleurgesteld over het uitblijven van hervormingen. Het kabinet neemt veel te veel tijd om aanbevelingen om te zetten in actie, zoals bijvoorbeeld voor het beroepsonderwijs. Of schuift zaken door naar wéér een nieuwe commissie, zoals de hervorming van het publieke onderzoekstelsel. Martijn van Dam (PvdA) is het eens met de brief van de werkgevers. Grote bedrijven verhuizen hun research en development naar het buitenland, als er hier te weinig gebeurt op dat gebied.
De voorzitter van de AOb, Walter Dresscher, liet zich vlak na het bekend worden van het ‘Paasakkoord’ ook niet onbetuigd. Volgens hem kan ‘de top van het onderwijs niet pieken, wanneer de basis niet goed is.’ Met andere woorden, waarom is er niets afgesproken over investeringen in het leraarschap? Hij vindt dat een gemiste kans.


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.