• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Symbiose

Als ik de klas verlaat om mij bij enkele leerlingen te voegen die in de hal aan het werk zijn, zie ik uit mijn ooghoek dat Collin aandachtig een voorkant voor zijn werkstuk ontwerpt. Een paar minuten later brengt een leerling uit groep 8 mij de telefoon. De moeder van Collin, licht ze toe. Verbaasd neem ik de telefoon aan. Aan de andere kant van de lijn is iemand in alle staten. Hij wordt zo gepest, snikt ze, ik denk dat ik hem maar kom halen. Ik kan alleen niet weg van mijn werk. Ik weet echt niet van ik nou moet doe-oen. Met de telefoon in de hand loop ik bevreemd de klas in. Collin is in geen velden of wegen te bekennen. Ik heb werkelijk geen idee waar je het over hebt, antwoord ik de moeder van Collin, hij zat hier zojuist nog heel rustig te werken. Ik kijk vragend naar Marjet en Mascha. Weten jullie wat er met Collin is? Hij werd plotseling kwaad, antwoordt Marjet, hij gooide zijn werkstuk op de grond en liep de klas uit. Marjet en Mascha buigen zich weer over hun werk. Een woedeaanval van Collin is niets om je zorgen over te maken. Ik druk de telefoon weer tegen mijn oor. Is hij thuis, vraag ik aan zijn moeder. Nee, klinkt het gesmoord. Maar hoe komt het dan dat u hier alles vanaf weet en ik niets, vraag ik verwonderd. Omdat hij mij met zijn mobiel gebeld heeft, jammert ze. Maar waar is hij dan, vraag ik licht wanhopig. Ik zal het even vragen, zegt zijn moeder, hij zit namelijk op de andere lijn. Ondertussen komt Alexander de klas binnen. Collin doet vreemd, zegt hij, hij zit op de wc in zich zelf te praten. Met de telefoon in de hand loop ik de jongens wc in. Daar klinkt het bozige geklaag dwars door de deur heen. Kom er es af, malle jongen, gebied ik terwijl ik op de deur bons. Doe de deur maar open voor de juf, hoor ik de moeder van Collin in zijn mobiel roepen. Dan schakelt ze over naar mijn lijn. Ik doe mijn best hoor, hijgt ze, ik heb hem er bijna af. Plotseling gaat de deur open en verschijnt Collin met een knalrood hoofd. Zeg je moeder maar gedag, zeg ik. Dat doet hij. Ik regel het hier verder wel, zeg ik op mijn beurt tegen haar. Dank je wel hoor, snikt ze. Wat was dat nou, vraag ik meer verbaasd dan kwaad aan Collin. Collin kijkt mij schuldbewust aan. Marco keek, antwoordt hij dan. Hoewel het een verklaring van niets is, heb ik toch een idee wat er gebeurd is.
Ze kunnen het niet laten, die knaapjes. Ze verzekeren me steeds opnieuw dat ze echt niet, echt niet hoor juf, Collin uit zullen dagen. Maar het is zo makkelijk. En blik, n snuifje, n piepklein grijnsje en hij zit op de kast. De voortekenen zijn niet moeilijk te duiden, de kunst is om toe te slaan op het juiste moment. Het resultaat is spectaculair. Voetzoekers, gillende keukenmeiden, knallende rotjes. En dan altijd als apotheose, als kroon op hun werk, de komst van zijn moeder. Zijn lieve, warme, hartelijke moeder. Die geen onderscheid maakt tussen zijn en haar leed. Die haar kind
verdedigt met een hartstocht die even ontroerend als ontoereikend is. Ik loop naar de dader. Ik deed niks, roept deze nog voordat ik de kans heb gehad de aanklacht toe te lichten. Zijn ontkenning valt goed vol te houden. Wat stelt zon grijnsje goedbeschouwd nou voor. Behalve bij Collin en zijn moeder. Voor hen is zon grijnsje het verschil tussen geluk en ongeluk.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.