• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Rekkelijken en preciezen kibbelen over methodegebruik 

Montessorischolen moderniseren

Het montessorionderwijs staat onder druk van wet en inspectie. Ze moeten voldoen aan de kerndoelen en dat lukt vaak maar matig. Eigen materiaal eruit, reguliere leergangen erin, meedoen aan de citotoets – zo proberen veel montessorischolen onder die druk uit te komen. Onderscheiden zij zich dan nog van andere scholen? Zeker. Het ritueel van ‘handje, plantje, kleedje, werkje, rust’, de eigen aanpak van zelfstandig werken is en blijft een montessori-concept.

Het is nog niet eens vijf jaar geleden. De onderwijsinspecteur die in de zomer van 2000 De Scholekster bezocht, een openbare montessorischool in de Amsterdamse Pijp, moet van de ene verbazing in de andere gevallen zijn. Het was er in één woord een rommeltje. Leraren gebruikten de klassieke montessorimaterialen en grasduinden ook in reguliere methoden. Maar de ene leraar hield veel strakker vast aan de aloude montessoribenadering dan de andere. Op schoolniveau bestonden daar geen afspraken over. In het taalonderwijs, bijvoorbeeld, bepaalden de leraren zelf welke leerstof ze aanboden. Maar wat die leerstof precies was, hielden ze niet systematisch bij. Omdat ze evenmin regelmatig de voortgang van hun leerlingen toetsten, konden ze ook niet inspelen op de behoeften van afzonderlijke leerlingen. Leerlingen met leerproblemen werden er slechts uitgepikt op grond van globale indrukken. Een leerlingvolgsysteem was er niet.
Geen wonder dat de inspectie onomwonden sprak van ‘ernstig onderpresteren’. Hoe dan ook stond voor de inspectie vast dat De Scholekster de wettelijk voorgeschreven kerndoelen op het gebied van taal, rekenen en wiskunde niet haalde. Eind 2000 werd de school dan ook onder geïntensiveerd toezicht geplaatst.
Sindsdien is er veel gebeurd. In de jaren negentig had de school een bovengemiddeld aantal directeuren plus twee interim-managers versleten. Dat ging aanvankelijk gewoon door. Er trad een directeur aan die eerst maar eens wilde zorgen dat de school de kerndoelen haalde. Geen gekke gedachte, maar ze deed dat door leraren van alle groepen een aantal reguliere methodes voor te schrijven. Dat was misschien wat te veel van het goede, want de leerkrachten moesten zich nu opeens heel nieuwe onderwijsmethodes eigen maken, voor meerdere vakken tegelijk. En omdat er in montessorischolen drie leeftijdsgroepen bij elkaar zitten, moesten ze dat ook nog eens voor drie leerjaren tegelijk doen. Het werd geen succes. De directeur vertrok binnen anderhalf jaar en de inspectie stelde halverwege 2003 vast dat de school nog steeds ‘in de gevarenzone’ verkeerde.

Trots

“Geen idee”, zegt de huidige directeur, Ellen Koops, op de vraag waarom haar voorganger zo snel weg was. Bij haar aantreden, twee jaar geleden, trof zij een school aan die alleen nog in naam montessorionderwijs gaf. De leerkrachten werkten op eilandjes, zegt Koops. “Als ik ’s ochtends binnenkwam, zág ik ze vaak niet eens. Samen lunchen was ook al niet de gewoonte. Ze hadden elkaar nergens voor nodig.”
Koops heeft van De Scholekster weer een echte montessorischool gemaakt. De door haar voorganger aangeschafte methodes vormen nog steeds de rode draad van het onderwijs, met name in de midden- en bovenbouw. Maar de klassieke montessorimaterialen zijn weer in ere hersteld. Die zijn niet heilig, vindt Koops, maar ingepast in de reguliere methodes kunnen ze helpen het onderwijs leuk en spannend te houden. “We werken met die reguliere methodes, niet omdat dat zo leuk is, maar omdat we de kerndoelen willen halen. Onze kinderen moeten zo hoog mogelijk uitkomen. Dáár gaat het om.”
Dat lijkt te lukken. De school is onder de curatele van de inspectie uit en de gemiddelde cito-score lag dit jaar op ruim 538 punten, maar liefst twaalf punten hoger dan vorig jaar. Daarmee benadert De Scholekster de score van een andere montessorischool, net buiten de buurt. Die trekt echter veel meer witte kinderen en daarom is Koops trots. “Met vijftig procent allochtone leerlingen zijn we een echte Amsterdamse school.”
Biedt De Scholekster dan intussen niet een verwaterd aftreksel van het montessorionderwijs? Koops vindt van niet. “Het gaat in het montessorionderwijs niet alleen om het gebruik van materialen. Wezenlijk is ook dat leerlingen hun eigen werkjes doen, hun eigen keuzes maken. Hier staat niet vast dat er van negen tot tien gerekend moet worden, dat het daarna tijd is voor het fruithapje enzovoorts. Leerlingen moeten in een week wel een aantal vastgestelde dingen doen, maar dat kan op hun eigen manier. En ze zitten in groepen met drie leerjaren, ook dat is kenmerkend voor montessorionderwijs.”
Het is een vraag waar meer montessorischolen mee zitten: wat is nu precies het eigene van het montessorionderwijs? Want sinds de eerste montessorischool in Nederland begon - in 1914 startte de eerste kleuterschool, twee jaar later de eerste lagere school - is er in het reguliere onderwijs ontzettend veel veranderd. Het verschil met montessorischolen is in de loop der tijd alleen maar kleiner geworden. Dat brengt voor montessorianen de voortdurende noodzaak mee om zich te bezinnen op wat hen van anderen onderscheidt. Op de website van de Nederlandse Montessori Vereniging (NMV) wordt nu bijvoorbeeld gediscussieerd over de vraag of montessorionderwijs niet hetzelfde is als adaptief onderwijs, waarin tenslotte ook de behoeften van kinderen centraal staan. Nee, vindt de meerderheid. Maar waarom dan precies, dat valt niet zo eenvoudig uit te leggen.

Inspectie

Het geval van De Scholekster illustreert dat er nóg een reden is waarom het eigene de afgelopen jaren ter discussie is blijven staan. Nu alle rapporten van de onderwijsinspectie openbaar zijn, treedt aan het licht dat montessorischolen vaak kritiek te verduren krijgen. Uit inspectiecijfers van een paar jaar geleden blijkt dat ze weliswaar beter dan andere scholen in staat zijn om een uitdagend pedagogisch klimaat te bieden en in te spelen op de behoeften van leerlingen. Maar daar staat stevige kritiek tegenover. Ze scoren niet goed als het gaat om het opsporen van kinderen met leerproblemen en ze kunnen vaak niet aantonen of leerlingen aan het eind van hun schooltijd genoeg weten. Op slechts 35 procent van alle montessorischolen dekt de leerstof alle kerndoelen, terwijl van alle andere scholen bijna driekwart op dat punt een voldoende scoort.
Her en der wordt deze kritiek soms nog meesmuilend afgedaan. De inspectie heeft te weinig oog voor de specifieke kenmerken van ons onderwijs, zo wordt in montessorikringen wel eens beweerd, en neemt met haar eisen het eigen karakter ervan in een knellende wurggreep. Maar onderwijsinspecteur Marianne Pas is weinig gevoelig voor zulke tegenwerpingen. “De wet op het onderwijstoezicht gaat uit van één toetsingskader dat we van Groningen tot Maastricht toepassen”, zegt zij. “Montessorischolen hebben ook schooleigen doelen die buiten dat kader vallen en waarover wij dus geen oordeel vellen. Daardoor voelen ze zich wel eens miskend, ja.”
Pas voegt daar meteen aan toe dat de inspectie niet al het onderwijs over één kam scheert. “De vraag is: wat heb je nodig voor je oordeel? Als je je in een montessorischool een oordeel wilt vormen over de kwaliteit van de instructie, moet je niet wachten op een les aan de hele klas, want die worden nauwelijks gegeven; dan moet je toekijken bij een lesje aan twee of drie kinderen. Voor dat soort verschillen hebben we best oog.”
Aan de meeste montessorischolen is de kritiek op de inspectie intussen wel verstomd. Op de NMV-website zijn notities te vinden die scholen helpen ‘een inspectiebezoek succesvol te maken. Daarnaast wordt er serieus gewerkt aan het wegwerken van achterstanden. Zo hebben de meeste inmiddels de citotoetsen – nooit echt populair onder montessorianen – toch maar ingevoerd. Zolang leerkrachten maar de vrijheid nemen om een toets pas af te nemen als een kind eraan toe is, hoeft dat niet strijdig te zijn met de montessoribeginselen, vindt men alom.
Met name om de leerstof dekkend te krijgen, nemen steeds meer scholen daarnaast ook hun toevlucht tot reguliere methoden. De klassieke montessorimaterialen verschuiven daardoor naar de achtergrond. Dat kan soms ook bijna niet anders, want vooral in de bovenbouw is voor lang niet alle kerndoelen montessorimateriaal beschikbaar. Voor zoiets als begrijpend lezen bestaat zelfs helemaal geen materiaal.
Zonder discussie gaat dat alleen niet. Want kenmerkend voor montessorionderwijs in zijn zuiverste vorm is, dat er geen leerboeken gebruikt worden die leerlingen van dag tot dag en van opgave tot opgave volgen. De bedoeling van de materialen, deels nog door Maria Montessori zelf ontwikkeld, is dat kinderen er nu juist heel zelfstandig mee aan de slag kunnen. Waar blijft het eigen karakter van het montessorionderwijs als dat materiaal plaats maakt voor leerboeken?

Stola

“Een richtingenstrijd? Nee, dat niet. Maar er bestaan wel verschillen tussen rekkelijken en preciezen”, zo omschrijft Tjeerd Mijnster de discussie in montessorikringen. Mijnster is voorzitter van de sectie basisonderwijs van de NMV. Jawel, hij komt wel montessorianen tegen die de gedachten die Maria Montessori driekwart eeuw geleden ontwikkelde nog steeds als de eeuwige, hoogste wijsheid zien. Zo kreeg de NMV afgelopen najaar van Montessori’s kleindochter Reinilde te horen dat echt montessorionderwijs de computer buiten de deur moet houden, omdat Maria zelf de computer ook geen plaats had toebedeeld in haar onderwijs. Mijnster grinnikt erom: “Apekool.”
Overigens deed Reinilde bij diezelfde gelegenheid het net geopende Montessori Museum een ‘beeldige fluwelen met gouddraad bestikte stola van Maria zelf’ cadeau, zo valt te lezen in het blad van de NMV. Daar was iedereen erg blij mee. En via de website van de NMV is de stem van Maria te horen die een gevleugeld zinnetje uitspreekt over kinderen als filosofen. Het getuigt allemaal van een eerbied voor ‘Dr. Montessori’ die op buitenstaanders een enigszins onwezenlijke indruk maakt.
De eerbied is terecht, maar zal het montessorionderwijs niet verder helpen, vindt Mijnster. Volgens hem moet het montessorionderwijs zich niet vasthouden aan de ‘vormen’ die ooit door Maria Montessori bedacht zijn, maar slechts aan een paar wezenlijke montessoriaanse ‘concepten’. Alleen zo kan het montessorionderwijs zich blijven vernieuwen én zich blijven onderscheiden van ander onderwijs.
Mijnster ziet drie van zulke concepten. Het minst omstreden is het concept van de heterogene groepen – dat wordt nog door bijna elke montessorischool in de praktijk gebracht. Daarnaast zou elke zichzelf respecterende montessorischool het concept van het zogeheten kosmisch onderwijs serieus moeten blijven nemen. In dat kosmisch onderwijs staat de gedachte centraal dat “mensen leven in een wereld waarin alles plaats en betekenis heeft”, zoals Mijnster het uitdrukt. Een soort wereldoriëntatie dus? “Nee, wereldoriëntatie is weet-onderwijs. Kosmisch onderwijs is snap-onderwijs.”
Het meest onder druk staat het derde concept dat Mijnster noemt, dat van de vrije werkkeuze. Kinderen moeten de kans krijgen hun eigen ontwikkeling te sturen – dat is een van de meest fundamentele gedachten van Maria Montessori. En dus moeten ze ook de vrijheid krijgen om zelf de inhoud en het tempo van hun werk te bepalen. “Veel van onze scholen hebben het gevoel dat die vrije werkkeuze onder druk staat nu ze meer aandacht besteden aan de kerndoelen”, weet Mijnster. Maar die verplichte leerstof moet geen excuus zijn om de vrije werkkeuze dan maar te laten vallen, vindt hij. “Er is nog zoveel ruimte naast die kerndoelen, er valt nog zoveel meer te leren.”
Volgens Mijnster zijn het niet zozeer de eisen van buitenaf waardoor de vrije werkkeuze bij veel montessorischolen onder druk staat, maar is het vooral een kwestie van ‘organisatorisch talent van de leerkrachten’. Het is nu eenmaal niet eenvoudig om een klas vol leerlingen elk hun eigen keuze te laten volgen. Dat kan alleen als kinderen bepaalde werkgewoonten hebben aangeleerd. Mijnster verwijst nog maar eens naar het vertrouwde ritueel dat kinderen aan veel montessorischolen bij het begin van de schooldag doorlopen: ‘handje, plantje, kleedje, werkje, rust’. “Je groet de leerkracht, zorgt voor je werkplek en gaat rustig aan het werk.”

[KADER:]
Achter de komma

Wat hebben reguliere methoden te bieden het montessorionderwijs te bieden? Daarover wordt in montessorikringen zelf met hartstocht en vrijwel onophoudelijk gediscussieerd. Illustratief is de discussie over rekenonderwijs, die een tijd lang heeft gewoed op de NMV-website. Het montessorimateriaal is vooral gericht op ‘cijferend rekenen’: het leert kinderen ‘tot drie cijfers achter de komma uit te rekenen hoeveel 742 gedeeld door 45 is’, zoals een van de deelnemers aan het debat het uitdrukte. De trend van het realistisch rekenen – ‘hoeveel bussen met 45 zitplaatsen zijn er nodig om 742 AZ-supporters te vervoeren?’ – is vooralsnog in het bestaande materiaal niet doorgedrongen.
Hoe daarmee om te gaan? Doen alsof je neus bloedt, een methode voor realistisch rekenen aanschaffen en die naast het bestaande montessorimateriaal aanbieden? Of volhouden dat ‘montessorirekenen’ een eigen kwaliteit heeft en het realistisch rekenen buiten de deur houden?
Tot eensgezindheid heeft de discussie nog niet geleid. Methodes leveren geen materiaal dat ‘in handen van kinderen gegeven wordt om er zichzelf iets mee te leren, maar hulpmateriaal in de hand van de leraar om onder zijn leiding iets te ontdekken’, schrijft iemand, en dat is dus strijdig met de kern van de montessoriwerkwijze. ‘De essentie van montessorionderwijs is niet dat je het kind iets leert, maar dat het kind zichzelf iets leert. Dat kan met materiaal. Dat kan niet met een rekenboekje.’
Maar is de hoeveelheid kennis die een kind moet verwerven inmiddels niet zo groot dat er ‘domweg geen tijd is alles zelf te laten ontdekken?’ vraagt een ander zich af. ‘Moet er af en toe toch ook wat in dat vat gegoten worden, om niet te spreken van gestampt? Al zijn het maar de tafels?’ Nou nee, vindt een derde. ‘Onder druk van ouders, inspectie en publiciteit wordt steeds meer uitgeweken naar zekerheid’, stelt zij vast. En dan komen al snel reguliere methodes om de hoek kijken, want aan de hand van die methodes kan veel eenvoudiger verantwoording afgelegd worden.

[afsluitend kader]
Montessori-informatie:
Discussies over het montessori-onderwijs zijn te vinden op de website van de Nederlandse Montessori Vereniging www.montessori.nl
De internationale organisatie van montessori-onderwijs heeft ook een website: www.montessori-ami.org
Het Montessori Museum is een onderdeel van de firma Nienhuis, leverancier van montessori-materialen www.nienhuis.nl. Het museum is op werkdagen geopend van 8.30 tot 16.30 en is gevestigd op Industriepark 14 in Zelhem. Bezoekers wordt gevraagd zich vooraf te melden 0314-627127, info@nienhuis.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.