• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur M. Vermeulen 
  • Column

 

Je werkt in het onderwijs en dus ben je links

Zijn intellectuelen vaker politiek links dan rechts? Waarom gaat het bezit van financieel kapitaal en intellect maar zelden samen? Waarom presteren kinderen van arme kunstenaars op scholen beter dan de kinderen van rijke schroothandelaren?
Allemaal vragen die te maken hebben met de spanning tussen Fressen und Moral. Volgens de Amerikaanse filosoof Robert Nozick zijn intellectuelen over het algemeen anti-kapitalistisch van opvatting. Hij rekent leraren, net als andere intellectuelen, tot de categorie ‘woord-smeden’, woordkunstenaars zou misschien mooier Nederlands zijn. We houden ons in het onderwijs vooral bezig met het overdragen van kennis, we leven overwegend in een wereld van woorden. Degenen die zich daar het best in bewegen, halen de hoogste cijfers en mogen naar het gymnasium. ‘Mooipraters’ schoppen het in het onderwijs het verst en eindigen in de intellectuele elite. Ze worden dominee, filosoof, professor of misschien wel politicus. Óf ze gaan zelf weer in het onderwijs werken.
In hun hele onderwijsloopbaan worden ze gestimuleerd om hun ideeën zo scherp mogelijk te verwoorden, scherp en slim te redeneren en kennis te nemen van de mooiste boeken. Maar op een dag wordt je wakker en zie je een glanzende nieuwe Mercedes, met daarin die jongen die niet kon leren en inmiddels met veel goud om de polsen. Geld maakt niet gelukkig, maar kennis maakt niet rijk.
Het wordt pijnlijk duidelijk dat een slimme jongen iets anders is dan een intellectuele jongen (of meisje uiteraard). Daar kun je als intellectueel-in-de-dop maar één conclusie aan ontlenen: het op kapitalistische leest geschoeide systeem dat zorgt dat de schroothandelaren rijker worden dan bijvoorbeeld leraren, deugt niet. Deze frustratie biedt voldoende verklaring voor de linkse habitus van leraren en andere houders van het cultureel erfgoed.
We zien de sterke waardering voor intellectueel of cultureel kapitaal terug in het gegeven dat de schoolloopbaan van kinderen uit intellectuele milieus in de regel voorspoediger verloopt dan die van kinderen uit de nouveau riche milieus. De socioloog Bourdieu wees daar geruime tijd geleden al op. Dat is niet verwonderlijk want de relatief hoge waardering voor intellectuele kennis maakt dat kinderen die thuis dicht bij het culturele vuur zitten, in het voordeel zijn. Op school heb je meer aan kennis over de moderne literatuur dan aan kennis over moderne automerken. Denken wordt hoger gewaardeerd dan doen. Nog steeds gaat het meer om de woorden dan om de daden.
Als de voorgaande redenering klopt, dan hebben de staatssecretarissen Rutte (OCW en VVD) en Van Gennip (EZ en CDA) een probleem. Ze klaagden over het gebrek aan ondernemerschap in Nederland, wat het economisch herstel belemmert en daarom deden zij een beroep op scholen om meer aandacht hieraan te besteden. Welnu, in het onderwijs lopen daar dus de verkeerde rolmodellen voor rond. Het zijn lieden van overwegend linkse huize, die als intellectueel groot geworden zijn in een systeem van woorden in plaats van in een systeem van daden. Scholen als hoeders van het culturele canon gaan maar moeizaam samen met scholen als opleidingen tot ondernemerschap. De bedrijvige school is vooralsnog meer een school waar een hoop bedrijvigheid heerst dan een school waar het bedrijfsmatige handelen wordt geleerd en gestimuleerd.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.