• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Vlaamse collega’s worden met open armen ontvangen

“Nederlandse kinderen zijn mondig en eerlijk”
@il:Schoolkinderen in België denken voor ze spreken, wachten in stilte op hun beurt en zijn vanaf groep drie gewend aan huiswerk. Ze gymmen op turnpantoffels en hun ouders komen niet het schoolplein op. Voor juffen die in België geboren en getogen zijn, daar hun lerarenopleiding hebben gevolgd, is een Nederlandse school een hele omschakeling. Lieve Neyens en Katrien Thijs maakten de stap.

Lieve Neyens kan uren praten over verschillen tussen Belgische en Nederlands kinderen. Maar ze is voorzichtig: “Ik wil absoluut niet veralgemeniseren. Er bestaan ook wel bescheiden Nederlanders en wel mondige Belgen.” Ze wordt vaak gevraagd naar de verschillen tussen de twee nationaliteiten maar ze weet nooit waarmee ze moet beginnen. “Er zijn zoveel dingen anders.”
Toch komt het meeste neer op verschil in mentaliteit. “In Nederland zeggen leerlingen eerst iets en daarna gaan ze pas denken, in België is dat andersom.” Dat geldt trouwens ook voor volwassenen. “De eerste schooldag vergeet ik nooit. Ik zat als eerste in de lerarenkamer en iedereen die binnenkwam, echt iedereen, gaf mij een hand en zei iets tegen mij. Ze vroegen bijvoorbeeld hoe het ging of wat ik kwam doen. In België zou dat nooit gebeuren. Daar krijg je slechts aandacht van een of twee mensen die weten dat je komt.”
De Nederlandse kinderen zijn minder gewend aan regels. Als ze met vier jaar binnenkomen, weten ze niet dat ze moeten wachten op hun beurt en dat ze zelf hun jas uit moeten doen, valt Neyens op. Zij geeft les aan de kleinste kleuters. “Maar wat ze wel kunnen is voor mij echt bijzonder. Ze weten hoe ze sociaal moeten zijn en ze kunnen vriendjes maken. Ze durven een mening te geven als ze het ergens niet mee eens zijn. Zelfs tegenover een leerkracht verdedigen ze zichzelf of hun vriendjes.” Sinds vorig schooljaar werkt ze op basisschool Schepelweyen in Valkenswaard. Ze heeft na haar afstuderen in 2001 meer dan 120 sollicitatiebrieven geschreven, 87 naar Belgische scholen, veertig naar Nederlandse.

Gedegen lerarenopleiding
In België is alleen in de grote steden sprake van een lerarentekort. “Maar woon je in de dorpen in de grensstreek, dan is het moeilijker een baan te vinden”, zegt Jan Dielis, personeelsmanager van SKOZOK, het schoolbestuur waar ook Schepelweyen onder valt. Al hun 33 basisscholen liggen in het gebied tussen Eindhoven en de Belgisch-Nederlandse grens. “Sinds een jaar of vijf krijgen we vaker open sollicitaties van Vlamingen.” Op dit moment hebben twaalf Belgen een vaste aanstelling. Van de invallers is tien procent afkomstig uit België.
De Belgen worden met open armen ontvangen. “De meesten hebben gestudeerd aan de katholieke hogeschool in Hasselt. Dat is een heel gedegen lerarenopleiding. Pedagogisch verantwoord, gewoon hartstikke goed”. Dielis merkt niet anders dan grote tevredenheid over hen. “Ze stralen rust uit”, hoort hij van collega’s.
Op de lerarenopleiding in Vlaanderen kiezen studenten voor kleuteronderwijs, dat begint op leeftijd van tweeënhalf jaar, of voor lager onderwijs. Na drie jaar specifieke opleiding is er de mogelijkheid om nog een jaar de niet-gekozen variant te volgen. Of nog wat te leren over ‘buitengewoon onderwijs’, wat in Nederland speciaal onderwijs heet. Neyens kan haar opleiding goed vergelijken met de Nederlandse want ze begeleidt een pabo-stagiaire. “Wij leerden helemaal van het kind uit te gaan. Hoe leg je de leerstof op het niveau van het kind? En hoe richt je een klaslokaal in, waar heb je zelf het meeste overzicht? Over die kleine dingen die heel belangrijk zijn, hoor ik ze op de pabo nooit.”

Teamvergaderingen
Ervaringsgericht onderwijs is het credo van de Belgische opleiding. Adaptief leren is niets nieuws. Neyens: “We moeten het meeste van de kinderen uit laten gaan. Vermits heel veel regels en grenzen kunnen we vertrouwen op de kinderen. Als de kinderen zich welbevinden, zullen ze betrokken raken en geconcentreerd gaan leren.” Ze merkt dat dat in Nederland veel nieuwer is. “Over emotioneel vrij zijn hebben we het nu in vergaderingen met het team, in België zit het in de opleiding.”
De teamvergaderingen zijn niet te vergelijken met die in België. Dat hoort Dielis tijdens de bijeenkomsten die hij voor de Vlaamse collega’s organiseert. “In België bestaat een vergadering vaak uit een monoloog. De docenten zitten stil en de directeur licht plannen toe. Er is niet veel communicatie over en weer. In Nederland is veel meer behoefte aan inspraak en meedenken, merken de Vlamingen op.” Ze zijn vooral blij met ruimte voor persoonlijk onderwijsinitiatief in eigen klas, weet de personeelschef.
Er zijn niet veel obstakels voor Belgen om in hun buurland te gaan werken. Ze moeten een sofi-nummer aanvragen en een particuliere ziektekostenverzekering afsluiten. In België zouden ze automatisch in een verplichte verzekering vallen. Het diploma moet goedgekeurd worden, maar dat is een kwestie van een kopietje opsturen naar Groningen. Voor de rest zijn alle rechten en plichten zoals ze voor Nederlandse werknemers gelden.
Katrien Thijs werkt ook graag op een Nederlandse school. Vorig jaar liep ze nog stage in België. “Voor de kinderen naar binnen mogen staan ze daar in een rij waarin absoluut gezwegen wordt. En alleen de allerkleinsten gaan tijdens de les naar het toilet. De rest plast in de pauze.” In Nederland zijn de kinderen ongeduldiger. En in de kring kunnen ze niet luisteren. Maar de sfeer op school vindt ze heel aangenaam. “De kinderen zijn zo open en zo eerlijk.” Dat had ze ook al bij volwassenen gemerkt. Tijdens een sollicitatiegesprek werd haar verteld dat ze voor die bepaalde baan minder zou gaan verdienen. “Dat zouden ze in België nooit zo eerlijk zeggen in het eerste gesprek.”
Een groot verschil ziet Thijs bij het huiswerk. In België hebben kinderen vanaf groep drie twintig minuten huiswerk per dag. Op Schepelweyen beginnen ze in groep zeven een beetje huiswerk op te geven. Ze heeft nog voorgesteld kinderen één boek per maand thuis te laten lezen, maar daar voelden haar collega’s niets voor.

Belgische gewoontes
Neyens wil haar kinderen en collega’s best wat Belgische normen en waarden bij brengen. “Als iemand praat mag je ook wel eens luisteren”, vindt ze de belangrijkste regel.
Thijs probeert haar leerlingen van groep drie geduldig te maken. “Ik leer ze wachten op iets, bijvoorbeeld op drinken. Sommige kinderen vinden dat heel moeilijk. Ik zeg dan: het gaat zo meteen wel bellen.” Ze merkt aan de reactie van kinderen wanneer ze woorden gebruikt die zij niet kennen. Wanneer ze bijvoorbeeld zegt dat ze gaan gymmen en dat ze hun turnpantoffels moeten pakken. “In het begin zei ik dat ze wel het lokaal binnen mochten gaan,‘maar niet lopen hè’. Toen keken ze me zo raar aan. Alsof ze moesten vliegen van mij. Een collega die in de buurt stond begreep het en kon de kinderen uitleggen dat ik met lopen rennen bedoelde.” Elk verschil in taal legt ze uit. Laatst gaf ze les over winter en sneeuw. Enkele minuten later begon het ook echt te sneeuwen. “Ik zei: dat is ook straf hè.” De kinderen snapten het niet. “We hebben toch niks gedaan?” vroegen de mondige Nederlandertjes.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.