• blad nr 8
  • 16-4-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Meer praktijk in onderbouw vmbo

In het vmbo wordt het voor alle scholen mogelijk om ook in de onderbouw veel praktijkonderdelen in te bouwen. Aparte opleidingen komen er niet en de examens worden ‘flexibel’. De Algemene Onderwijsbond reageert positief op de plannen.
Vanaf 1 augustus 2005 krijgen scholen meer mogelijkheden om al in de onderbouw twee beroepsgerichte vakken op te nemen. Op die manier kan er vanaf dag 1 meer sprake zijn van de combinatie leren en praktijk. Dat staat in de nota Vmbo: het betere werk - Onderwijs dat hoofd en handen verbindt die minister Van der Hoeven begin deze week presenteerde.
De meer praktijkgerichte aanpak werd al vanaf de invoering van de basisvorming bepleit, veel docenten vonden die veel te theoretisch. Momenteel zijn er al 175 scholen die, in het kader van een experiment, hun lessen anders inrichten. Vanaf 1 augustus 2006 is dit met de nieuwe regelgeving voor alle scholen mogelijk. De lesstof kan dan aangeboden worden in de vorm van praktijkopdrachten of speciale projecten. In de toekomst (2008/2009) krijgen vmbo-scholen zelfs de vrijheid om hun eigen onderwijsaanbod te bepalen. Het huidige systeem (per school is bepaald welke opleidingen gegeven mogen worden) wordt als heel belemmerend ervaren.
Momenteel zitten er in het vmbo 509.800 leerlingen, dat is 60 procent van het totale aantal in het voortgezet onderwijs. Een groot aantal van deze leerlingen komt in aanmerking voor extra zorg (93.600), daarnaast is kent het vmbo naar schatting 11.000 leerlingen met gedragsproblemen. Volgens Van der Hoeven zorgen deze leerlingen er voor dat het vmbo het imago van een ‘probleemschool’ kreeg, met veel onveiligheid, uitval en criminaliteit. Om niet de hele school de dupe te laten worden van een paar onhandelbare leerlingen zijn al eerder de zogeheten ‘reboundvoorzieningen’ in het leven geroepen en komen er duizend extra zmok-plaatsen. Binnen het samenwerkingsverband krijgen scholen meer ruimte om dit onderling te regelen. Dat betekent dat ook ‘niet-geïndiceerde’ leerlingen geplaatst kunnen worden. Op de indicatieprocedure bestond altijd veel kritiek, wegens de tijdrovende bureaucratie. Nieuw is volgens de minister de mogelijkheid om als school zelf een aparte locatie te maken voor zorgleerlingen.
Met het paasakkoord kwam er eenmalig 500 miljoen euro vrij voor innovatie en onderwijs, 100 miljoen is beschikbaar gesteld voor het opknappen van oude gebouwen en voor een kleinschaliger vormgeving vooral van het vmbo. Dit bedrag zal niet via de lumpsum financiering over gemaakt worden aan de scholen, maar wordt ingezet daar waar het nodig is. De minister hoopt met hulp van het bedrijfsleven, scholen en gemeenten dit budget te vergroten naar 300 miljoen. Ze vond dat de prioriteit van het geld moest liggen bij scholen die het toch al moeilijk hebben, bijvoorbeeld doordat ze gehuisvest zijn in een probleemwijk.

Examens
Het pleidooi van veel scholen om de vmbo-examens af te schaffen, teneinde de overgang naar het mbo wat soepeler te laten verlopen, is niet overgenomen. Wel zullen de examenprogramma’s meer in lijn worden gebracht met competentiegericht onderwijs, ook worden ze naar vorm en tijd flexibeler. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar examens doen, of een langere examenperiode krijgen. Leerlingen van de theoretische leerweg kunnen met een extra beroepsgericht vak een diploma gemengde leerweg halen, als ze net niet genoeg punten hebben om te slagen voor de tl. Om te bevorderen dat vmbo-scholen en roc’s hun onderwijsprogramma’s beter op elkaar afstemmen, worden er dit jaar tien experimenten opgezet waarbij vmbo en mbo één doorlopende leerlijn maken.
Minister Van der Hoeven voelde weinig voor het voorstel van het CDA, dat al eerder ook door de PvdA gedaan was, om de leerplicht te verlengen naar 23 jaar speciaal voor leerlingen die geen startkwalificatie hebben. Ze vond het niet handig om voor zo’n specifieke groep het hele systeem van de leerplicht te veranderen. Volgens haar was het veel beter om, samen met het bedrijfsleven, in duale trajecten ervoor te zorgen dat leerlingen niet uit de boot vallen.
Het CDA, had, één week eerder, een tien-punten program gepresenteerd, dat veel overeenkomst vertoonde met het voorstel van de minister. Ruimte voor maatwerk, meer geld voor scholen in probleemwijken en meer praktijk in de theoretische leerweg. Een aparte lerarenopleiding toegespitst op het vmbo, stond ook op het wensenlijstje. Maar daar was Van der Hoeven het niet mee eens: “Ik ben er niet voor om zulke smalle opleidingen te maken, ik denk dat het veel beter is om binnen de huidige opleidingen een specialisatie te maken.”
Door de vergrijzing zal het in de komende jaren steeds moeilijker worden personeel te vinden voor vmbo-opleidingen. Daarom wordt de wet aangepast om makkelijker mensen met andere opleidingen in te kunnen zetten. Afgestudeerden van de pabo kunnen dan bijvoorbeeld als zij-instromer aan de slag, om dan in een duaal traject hun lesbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs te halen. De AOb is blij met de erkenning dat een lesbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs nodig blijft en dat het ook nodig blijft een vakopleiding te volgen. Volgens AOb-bestuurder Martin Knoop zouden lerarenopleidingen wel hun curricula moeten aanpassen aan afgestudeerden van de pabo, omdat ze al een pedagogisch didactische basis hebben. De bond is positief over de vmbo-plannen van de minister, omdat ze geen gehoor heeft gegeven aan de roep om afschaffing van het vmbo en terugkeer naar de ambachtschool. Het zittende personeel moet volgens de AOb wel te mogelijkheid krijgen om zich te scholen, wanneer het onderwijsprogramma wordt omgegooid. De vakbond wil ook betrokken worden bij de verdere uitwerking van de plannen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.