- blad nr 7
- 2-4-2005
- auteur J. van Aken
- de Vereniging
De ogen en oren
“Jullie zijn de ideale manier om contact te hebben met de leden en te horen wat er onder hen leeft”, reageert AOb-bestuurder Martin Knoop op de vraag wat de bond met de sectorconsulenten van plan is.
Wat doe je als leden het niet eens zijn met het bondsbeleid, vraagt een consulent. Op zijn school moeten er veel mensen uit en de bond kiest voor leeftijdscohorten, terwijl de leden last in, first out willen. De consulent krijgt alle klachten en kritiek op zijn bordje en dat is redelijk frustrerend. “Als consulenten op hun school in de problemen komen door het AOb-beleid, dan moet een bestuurder of onderhandelaar dat komen uitleggen”, geeft Knoop als oplossing voor zo’n conflict.
Monique Steenkamer is sinds ruim een jaar sectorconsulent en werkt op het Arentheemcollege in Arnhem. “Het is heel leuk werk om te doen. Voor mij was deze bijeenkomst een prima dag. Je kunt je frustraties een keertje kwijt bij vakgenoten, je doet tips op en wisselt ervaringen uit.”
Voor Ben Zwartjes, sinds drie jaar sectorconsulent en werkzaam op het Dendroncollege in Horst, bood de dag wat minder nieuws omdat hij ook al in de medezeggenschapsraad en de sectorraad zit. Hij krijgt alle medewerking van zijn school voor het consulentschap van de AOb, waarmee hij opkomt voor zijn collega’s. “Als mensen door hun directie onder druk worden gezet bijvoorbeeld om iets te doen wat niet in hun taakomschrijving staat, dan stap ik naar de directie toe. Ik wil dat mijn collega’s rechtvaardig behandeld worden.”
Kilometervergoeding
Later op de dag wisselen de consulenten uit het basisonderwijs ervaringen uit. Daar zit nog een probleem want er zijn duizenden basisscholen en slechts twintig consulenten. Hun aantal zal uitgebreid moeten worden.
Van het rayonkantoor krijgen de consulenten door wie de nieuwe leden zijn. Hoe moet je daarmee omgaan, luidt de vraag. Een welkomstbriefje sturen, noemt een consulent als mogelijkheid. Het leukste is als je mensen even belt, merkt een ander op.
Er wordt nogal wat afgereden door sommige consulenten en de kilometervergoeding is te laag, vinden sommigen. Martin Knoop legt uit dat een deel van de vergoeding voor de brandstof is en de rest voor de slijtage. Bovendien mag de bond van de belastingdienst niet meer vergoeden. “Met mijn rijstijl is de benzine zeker vijftien cent per kilometer”, roept Jan Willem Veensma tot hilariteit van de aanwezigen. Hij is sectorconsulent in Friesland en moet vooralsnog in zijn eentje de hele provincie met 530 scholen behappen. “Ik ga als eerste naar de scholen met de meeste kans op ledenwinst, dat zijn over het algemeen openbare scholen. In tweeënhalf à drie jaar tijd heb ik met zo’n 150 scholen contact gehad. Het is veel werk, maar op zich heel plezierig.”