• blad nr 7
  • 2-4-2005
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Tweede Kamer grijpt in bij opheffen wachtgeldfonds

Scholen voor voortgezet onderwijs hoeven in de toekomst niet zelf voor de helft van hun wachtgeldkosten op te draaien, zoals de minister dat wilde, maar slechts voor een kwart. Dat besliste de Tweede Kamer.

Scholen voor voortgezet onderwijs worden pas eind volgend jaar uit het Participatiefonds gezet, het fonds waaruit de wachtgelden worden betaald. En daarna hoeven ze niet voor de helft van hun eigen wachtgeldkosten op te draaien, zoals het plan was, maar slechts voor een kwart. De rest wordt dan nog steeds door de scholen gezamenlijk gedragen.
Dat zijn de belangrijkste maatregelen waarmee de Tweede Kamer de gevolgen van de opheffing van het Participatiefonds heeft verzacht. Deze ontwikkelingen zijn een nieuw hoofdstuk in de al jaren lopende soap rond de opheffing van het Participatiefonds en het Vervangingsfonds voor het voortgezet onderwijs. Het principe achter die fondsen is simpel. Scholen krijgen van het ministerie geld voor ziektevervanging en voor het betalen van hun wachtgelders. Dat geld storten zij vervolgens in respectievelijk het Vervangingsfonds en het Participatiefonds. Scholen die vervangers of wachtgelders moeten betalen, kunnen de kosten daarvan dan bij dat fonds declare¬ren. Een mooie verzekering tegen hoge vervangings- of wachtgeldkosten.
Op dit moment zijn alle scholen voor basis- en voortgezet onderwijs nog aangesloten bij de twee fondsen. Maar daar komt verandering in: het voortgezet onderwijs zou per januari volgend jaar uit zowel het Vervangingsfonds als het Participatiefonds moeten stappen. Zo krijgen de scholen meer autonomie en, belangrijker, worden ze ook financieel geprikkeld om de uitgaven voor vervanging en werkloosheid zo laag mogelijk te houden. Die autonomie is trouwens ook de wens van diverse grote schoolbesturen. Zij doppen graag hun eigen boontjes en hebben zoveel financiële armslag dat ze dat wellicht nog kunnen ook.
De Tweede Kamer was echter bang dat de kleine schoolbesturen in het voortgezet onderwijs de dupe zouden worden van het verdwijnen van de collectieve fondsen. Want de uitgaven voor wachtgeld en vervanging zouden zo hoog kunnen oplopen dat kleine scholen deze niet meer zelf kunnen betalen. Daarom werden, onder leiding van het CDA, de maatregelen wat verzacht. De scholen betalen straks zelf slechts een kwart van de wachtgeldkosten en verlaten bovendien pas per 1 januari 2007 het Participatiefonds. Ze zeggen overigens het Vervangingsfonds al wel per 1 januari 2006 vaarwel.

Gezond blijven
De AOb is nog steeds ernstig bezorgd over het afschaffen van de twee fondsen voor het voortgezet onderwijs. “De scholen zijn samen sterker dan individueel”, zegt AOb-bestuurder Ton Rolvink. “In het bedrijfsleven worden de kosten van de ww ook gezamenlijk gedragen. Waarom zouden de scholen dat dan niet meer hoeven te doen? Omdat wij het beter kunnen dan bedrijven? Dat lijkt mij een gedachtekronkel.” En als de zaak misloopt zal het onderwijspersoneel daar de dupe van zijn, meent Rolvink. “Als er geen geld meer is voor vervanging, moeten de docenten onbetaald de gaten voor hun zieke collega’s gaan dichten.”
Dat de zaak misloopt is niet denkbeeldig. Ook niet voor de scholen voor basisonderwijs die allemaal in het Vervangings- en Participatiefonds achterblijven. Want die fondsen kennen een rijke historie van tekorten en zweefden begin dit jaar op het randje van het faillissement. De Algemene Onderwijsbond dreigde toen uit het bestuur van het Vervangingsfonds te stappen als de minister de bijdrage van OCW niet zou verhogen. Het ministerie heeft zich inmiddels garant gesteld voor een eventueel tekort aan liquide middelen in 2005, maar eind van dit jaar zijn de reserves uitgeput. Voor 2006 moet daarom een structurele oplossing bereikt zijn, zodat de fondsen ook op lange termijn financieel gezond kunnen blijven.
De fondsen zullen dit jaar samen zo’n negentig miljoen euro tekortkomen, verwacht adjunct-directeur Franz van Dijk van het Vervangingsfonds en het Participatiefonds. Het tekort komt vooral voor rekening van het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs draait in 2005 redelijk quitte.
“In het basisonderwijs geven we dit jaar naar verwachting ruim dertig miljoen teveel uit aan wachtgelden”, zegt Van Dijk. “Dat komt door de ontslaggolven van de oalt-docenten en de ID-banen. Dat hakt erin. En verder geven we ruim vijftig miljoen euro meer uit aan vervanging dan we aan premie van de scholen binnenkrijgen.” Dat laatste komt door de gunstige situatie op de arbeidsmarkt: er zijn vervangers genoeg te vinden. “Ik lees tegenwoordig nergens meer dat scholen klassen naar huis moeten sturen. Dat is goed voor de scholen, maar slecht voor de uitgaven aan vervangers.”
Van Dijk en Rolvink zijn benieuwd hoe de minister een ‘financieel gezonde situatie’ voor de fondsen gaat creëren. “Er zal geld bij moeten, dat hebben we met de minister afgesproken”, zegt Van Dijk. “Maar negentig miljoen is nogal een bedrag.” De hoop is nu gevestigd op de voorjaarsnota van het kabinet. Rolvink: “Maar daarbij geldt: eerst zien, dan geloven.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.