- blad nr 7
- 2-4-2005
- auteur . Overige
- Redactioneel
Teamteaching vergt grondige verbouwing
Samenwerken zijn we niet gewend, hè’
De basisschool van Aalst (gemeente Waalre, Noord-Brabant) was drie jaar geleden op sterven na dood. De school liep leeg doordat er in de woonwijk geen jonge kinderen meer wonen en het imago van de Bonkelaar was niet aanlokkelijk voor kinderen van iets verderop. Aan de veiligheidseisen van de arbo-wet voldeed het gebouw bij lange na niet.
Het is een hele strijd geweest tussen schoolbestuur SKOZOK en de gemeentepolitici, maar uiteindelijk is besloten tot een doorstart. Met als doel: een nieuwe school met een nieuwe onderwijsvorm. Er is een compleet ander team op de school gezet. Het lerarenkorps vervangen was mogelijk omdat er nog 32 basisscholen onder hetzelfde schoolbestuur vallen. Het oude team is elders ondergebracht en acht bevlogen types waren zo gevonden onder de 700 medewerkers. De naam is veranderd in de Drijfveer en de gemeente stelde zeven ton beschikbaar voor nieuwbouw. Maar het belangrijkste is dat er gekozen is voor een nieuw leerconcept.
Er wordt voortaan lesgegeven met een team van vier personen per groep. Dat heet teamteaching. Een groep kan bestaan uit vijftig leerlingen. Op de Drijfveer zijn 102 leerlingen, verdeeld over een onderbouw, een middenbouw en een bovenbouw. Een mini-team bestaat uit een verantwoordelijke leerkracht, een ‘gewone’ leerkracht, een leraar-in-opleiding en een stagiair van de pabo. De verantwoordelijke leerkracht heeft hetzelfde salaris als een ‘gewone’ maar krijgt de ‘gouden kans’ om carrière te maken. “Het zijn mensen die meer willen dan alleen met kinderen omgaan”, zegt directeur Wim Dirx.
Het complete schoolteam is volgens Dirx bijzonder omdat er grote gelijkwaardigheid bestaat. “Inderdaad”, beaamt remedial teacher Karin Van Staverloo, “ik heb lange tijd niet geweten wie de stagiair is en wie de leerkracht.”
Met elkaar ontwikkelen ze het onderwijs. “We kiezen voor adaptief, dus vraaggericht onderwijs. Door leervragen uit te lokken bij de kinderen kunnen we ze effectief laten leren.” En samen heeft het team een plattegrond voor de school ontworpen die dit soort onderwijs mogelijk maakt.
Al sinds november zitten ze in de rommel en pas eind mei is de verbouwing voorbij. De personeelskamer doet tevens dienst als directiekamer, keuken, conciërgekamer en orthotheek. De leerlingen weten wel waarom er verbouwd wordt: “Juf en meester willen een mooiere klas. En het was ook heel oud”, zegt Munir. Sebastiaan vult aan dat het lokaal veiliger moet: “Als je met je hoofd tegen de verwarming valt, brand je je. En de klas moet groter omdat er best wel vaak nieuwe leerlingen komen.”
Rustige taken
Er worden L-vormige werklokalen gemaakt van twee oorspronkelijke lokalen en een stuk gang. De onderbouw krijgt daar een speellokaal bij, de midden- en bovenbouw ieder een instructielokaal. “We geloven niet in puur vraaggericht onderwijs”, merkt Dirx op tijdens de rondleiding, “er moet ook instructie worden aangeboden.” In de grote L-vormen kan een docent vanuit één plek alles zien. “Het is ook zo mooi dat je vijf grote hoeken hebt, daar kunnen zes tot tien leerlingen samenwerken”, vindt leerkracht Marjet van Poppel. De leerlingen kunnen in de ene hoek werken met rustige taken als taal- en rekenopgaven. In de andere hoek is dan plaats voor techniek of handvaardigheid.
De centrale hal van het gebouw wordt tweemaal zo hoog als hij was. “Dan hebben we een grote aula waar kinderen presentaties kunnen verzorgen. We werken zo thematisch mogelijk.” Iedere vier tot zes weken is er een ander thema. Nu is de hele school bezig met ‘bouwen’. Dirx: “We zijn er net achter dat de lift afgekeurd is. Hij is gepland in een te donker hoekje. De school is twee verdiepingen hoog maar er moet een lift komen om de school ook voor gehandicapte leerlingen toegankelijk te maken. Nu wordt het een opdracht voor de bovenbouw om hier een oplossing voor te verzinnen.” Saba uit groep 5 heeft net een bouwtekening gemaakt voor een eigen huis en Caroline heeft gemetseld met kleine steentjes en cement van meel. “Dat halen we weer uit elkaar en dan kan een klasgenootje ermee werken”, legt ze uit.
Er komen twee spreekkamers. “Bij teamteaching wil je met z’n allen het onderwijs ontwikkelen. Daarvoor is veel overleg nodig en daar moet letterlijk ruimte voor zijn.” Marjet van Poppel ziet hier het enige minpuntje van het hele verhaal. “Samenwerken zijn we niet gewend, hè. Ik vind het niet altijd even makkelijk.” Maar ze zou nooit meer iets anders willen dan teamteaching. “Je bent nooit meer alleen. Ik kan nu gewoon naar de wc als het moet. Vooral belangrijk is dat je nu anders naar een leerling kijkt. Je weet dat een ander meekijkt. En er is meer tijd voor individuele toetsing omdat de ander tegelijkertijd de groep begeleidt.” Dat nu ook de leerkracht leert vindt ze een hele verandering met vroeger. Van Poppel zit al twintig jaar in het onderwijs. “Ik maak nu net zoveel fouten maar ik zit er niet meer mee. Ik leer ervan. Vroeger nam ik in mijn eentje zo’n vergissing mee naar huis, nu verbeter ik mezelf door er met een ander over te praten.”
Valkuil
De Drijfveer is een kleine school met maar acht onderwijzers (en acht studenten). Dat is de sleutel tot het succes. Er is weinig tijd verloren gegaan met het accepteren van de nieuwe onderwijsvorm. Snel stonden alle neuzen dezelfde kant op. ”Maar na tweeënhalf jaar begint de vermoeidheid toch toe te slaan”, verzucht de directeur. “We proberen nieuwe inspiratie op te doen door successen met elkaar te delen. Of we nodigen een onderwijsdeskundige uit voor een praatje.” Lerares-in-opleiding Luke de Bruijn redt het wel zonder peptalk. “Deze school is continu in ontwikkeling. Ik wist niet dat ik daar zo van kon genieten. Ik leer zoveel in deze praktijk.” Er is wel een valkuil bij teamonderwijs: “Kinderen weten meteen wanneer je niet hebt overlegd met de collega. Ze merken het als die niet op de hoogte is van een bepaalde afspraak. Maar we leren ze dat ze niet moeten proberen een voor hen gunstiger afspraak met die ander te maken. Dat mag niet.”
Algemeen directeur van schoolbestuur SKOZOK, Henk Derks, ziet teamteaching als een voorloper van de academische basisschool. Het is zijn ideaal dat een basisschool werkt als een academisch ziekenhuis. Zo’n ziekenhuis is verbonden aan een universiteit en heeft hoogleraren, medisch specialisten en artsen-in-opleiding in huis. Hier kunnen nieuwe technieken en vaardigheden onder toeziend oog worden uitgeprobeerd. Een academische basisschool is dan een opleidingsschool, verbonden aan een lerarenopleiding waar onderwijsspecialisten, docenten en leraren-in-opleiding samen onderwijs ontwikkelen.
Zo ver is de Drijfveer nog niet. “En we willen ook niet met een exclusief concept te maken hebben”, zegt Dirx. “In heel het land zijn scholen met teamonderwijs bezig. Wij werken nadrukkelijk samen met anderen. Met drie scholen die onder ons eigen bestuur vallen, hebben we bijvoorbeeld gemeenschappelijke studiedagen over onze onderwijsvisie. En dat zijn alledrie ook kleine schooltjes, ja.”