- blad nr 6
- 19-3-2005
- auteur . Overige
- Opinie
Smullen van de wereld achter taal
Een citaatje uit de Telegraaf van 29 januari: ‘Onderzoek onder 142 managers van exporterende en internationale Nederlandse bedrijven wijst uit dat bijna negentig procent van mening is dat er meer omzet zou worden behaald als de Duitse taal beter beheerst wordt’. Negentig procent! Hoe zou dat percentage liggen als er gevraagd was naar hun mening ten aanzien van de beheersing van het Frans? Want Duits en Frans zitten steeds opnieuw in het verdomhoekje van het onderwijs en worden bij iedere verandering verder gekort in de wekelijkse contacturen. Legendarische talenkennis bij de Nederlanders? Laat ons niet lachen. Of liever: laat ons niet huilen. Bij elke innovatie vallen er klappen bij Duits en Frans. Als dieptepuntje de beslissing dat deze talen zelfs opgesplitst konden worden in deelvakken: voor vwo alleen leesvaardigheid, voor een havo-leerling slechts luister- en spreekvaardigheid.
Gelukkig is men inmiddels van deze laatste dwaling teruggekomen en mogen scholen in plaats van het deelvak ook wel in dezelfde lestijd een klein heelvak aanbieden. Dat is te danken aan de niet-aflatende inzet van de Heelmeesters, een groep docenten Frans en Duits die zich uit onvrede met de positie van hun vak in de tweede fase in 2001 hebben verenigd tot een actiecomité. De Heelmeesters strijden voor meer contacturen voor de vakken Frans en Duits in de tweede fase en voor meer tijd voor literatuur. Bovendien willen we een plaats voor beide talen in het kerncurriculum van de onderbouw vmbo-t tot en met gymnasium èn de mogelijkheid Frans en/of Duits te kiezen in het vmbo. Op dit moment zijn beide talen nog als deelvak of klein heelvak verplicht in het vwo en is één van beide verplicht in het havo. Alleen in het profiel cultuur en maatschappij van vwo en havo wordt het heelvak nog onderwezen. Bij de nieuwste plannen die vermoedelijk ingaan in 2007 hoeft een vwo-leerling slechts één van beide talen te kiezen en kan men in de havo volstaan met alleen Engels. In het vmbo is de toestand nog beroerder. In de sector economie moet een keuze worden gemaakt tussen Frans, Duits of wiskunde. Daarbij verliezen de talen het vaak van wiskunde. Geen wonder dat wij talendocenten ons zorgen maken.
En dan komt straks de nieuwe onderbouw. Nog minder contacttijd en meer zelfredzaamheid van de leerling. Het nieuwe leren. Alles in hapklare brokken. Docent als coach. Portfolio’s. Leergebieden. Frans en Duits alleen in de keuzeruimte. Vermoedelijk geperiodiseerd. Administratie in plaats van taalverwerving. Duits en Frans zullen niet meer klinken in de lessen. Triest wordt het. Diep triest.
Blikveld
Is het al te laat? Kunnen we dit tij nog keren? Laten we het hopen. Laten we het proberen. Er is maar zo relatief weinig nodig voor goed onderwijs in Frans en Duits, lieve beleidsmakers. Even op een rijtje onze wensen. Bied beide talen aan in het kerncurriculum en niet als keuzevak in het differentiële deel. Door hun plaats in het verplichte deel van de leerstof wordt daadwerkelijk het belang ervan aangegeven. Laat scholen zowel voor Frans als voor Duits drie wekelijkse lesuren inroosteren. Alleen dan is het mogelijk een goede basis te leggen waar in de bovenbouw op kan worden voortgeborduurd. In die bovenbouw kan er dan aandacht zijn voor het oefenen en inslijpen van alle vier vaardigheden. Geef de literatuur terug aan het vak en laat docenten en leerlingen smullen van de wereld achter de taal. Laat ons opnieuw beseffen hoe belangrijk het spreken van Duits en Frans is, naast het alomtegenwoordige Engels. Met Engels alleen redden we het niet en verliezen we in elk opzicht, omdat we de ogen en de mond gesloten hebben naar Europa en ons blikveld amerikaniseert in plaats van europeaniseert. En geef de lerarenopleidingen meer tijd om aanstaande talendocenten vakinhoudelijk te scholen. Op dit moment gaat aandacht voor vaardigheden ten koste van aandacht voor vakkennis. Alsof op hogescholen algemene docenten opgeleid worden in plaats van vakdocenten Duits of Frans. Eerst komt toch beheersing van het vak? Daarnaast komen de wijzen waarop het vak overgedragen wordt. Vakinhoud, pedagogiek en onderwijskunde dienen in evenwicht tot elkaar te staan. En uiteraard moeten we ook de modernste werkvormen niet schuwen. Onderzoek alle dingen en behoud het goede. Als docenten maar het vak beheersen en het goed kunnen overbrengen zodat leerlingen taalvaardig worden.
Een citaatje uit de Telegraaf van 29 januari 2015: ‘Onderzoek onder 142 managers van exporterende en internationale Nederlandse bedrijven wijst uit dat bijna negentig procent van mening is dat de hoofdreden waarom onze economie zo floreert ligt in het feit dat we met onze Duitse en Franse handelspartners zo voortreffelijk kunnen communiceren. Sinds de vernieuwing van de onderbouw en de tweede fase in het middelbaar onderwijs is het weer normaal geworden niet alleen goed Engels, maar ook goed Frans en Duits te spreken”. Fictie? Of toch realiteit?
Zie voor meer informatie over het actiecomité de Heelmeesters: www.heelmeesters.nl