- blad nr 6
- 19-3-2005
- auteur M. Vermeulen
- Column
Proefkinderen
Zeker, het nieuwe leren is een rommelpot en het valt (nog) niet te bewijzen dat het werkt ook. Maar zijn dat argumenten om er dan maar niet aan te beginnen, of hoort dit gewoon bij de ontwikkeling van nieuwe onderwijsconcepten? Het begint met een hoop verwarring, na verloop van tijd kristalliseren zich hoofdlijnen uit en die kun je dan onderwerp maken van systematische experimenten en wetenschappelijke toetsing.
De vraag is of je onderwijs kunt vernieuwen zonder dat je experimenteert en het risico loopt dat het ook wel eens mis gaat. In de VS woedt een fel debat over hoe onderwijsvernieuwing moet werken. De regering Bush wil dat dit gaat op basis van evidence based practice: alléén die onderwijspraktijken zijn toelaatbaar die zichzelf bewezen hebben (waar dus wetenschappelijke evidentie voor bestaat). Probleem is alleen dat er voor die evidentie wel een levende onderwijspraktijk nodig is: onderwijsvernieuwing kan ten principale niet (alleen) in een laboratorium uitgevonden worden. Je moet dus testen in de praktijk met alle risico’s die daarbij horen. Inderdaad dus toch werken met proefkinderen. Dat je dat uiteraard met de nodige zorgvuldigheid doet, is onomstreden en ik vertrouw de gemiddelde leraar in Nederland in zijn streven om die zorgvuldigheid ook te betrachten. Sterker nog, ik vind het prima dat scholen zelf op zoek gaan naar vernieuwing en op die manier hun eigen evidentie voor onderwijsvernieuwing scheppen. Er ontstaat zo practice based evidence en die zou wel ons wel eens heel wat meer op kunnen leveren dan het omgekeerde. Dat is namelijk vernieuwing waar van meet af aan praktijkervaring in meegenomen is. Dat die vernieuwingen vervolgens kritisch geëvalueerd worden door onafhankelijke deskundigen, en op basis daarvan bijgesteld worden, spreekt voor zich. De kracht van dit type vernieuwingen zit erin dat ze uit de praktijk ontstaan en dat op basis hiervan kennis gegenereerd wordt en het debat aangegaan wordt met wetenschappers, consultants en andere experts. Je moet ruimte durven bieden voor deze vernieuwingen en je kunt ze niet empirisch/wetenschappelijk met dezelfde maatstaf beoordelen als bestaande praktijk. Er is domweg tijd nodig om die vernieuwingen tot resultaten te laten komen. Het is nu te gemakkelijk om te roepen dat het allemaal wetenschappelijk niet bewezen is en daarom niks voorstelt. Zeker, het zal af en toe niet helemaal goed of zelfs fout gaan. Maar de vraag is of wetenschappelijk fundering vooraf hiervoor de oplossing biedt. We leren jonge kinderen een belangrijke les die ook op onderwijsvernieuwing slaat: leren is proberen…