• blad nr 6
  • 19-3-2005
  • auteur M. Vermeulen 
  • Column

 

Proefkinderen

Tenzij je gewoon een pesthekel aan kinderen hebt, wil je het beste onderwijs voor ze. Onderwijs biedt hun immers de toegang tot een goede vervolgstudie, baan, maatschappelijke positie en wat niet al. Bovendien zijn mensen die doorgeleerd hebben gemiddeld gezonder, scheiden ze minder en raken ze ook niet zo snel op het slechte pad. Je rommelt dus niet met de kwaliteit van het onderwijs en je mag van kinderen geen proefkonijnen maken voor allerlei onderwijskundige hypes. Deze voorzichtigheid leidt wel tot een dilemma dat duidelijk boven water komt in de recente discussie over het nieuwe leren. Greetje van der Werf sprak half januari haar oratie uit in Groningen en brandde het nieuwe leren tot aan de grond toe af. Het is volgens haar een rommelpotje van onbewezen stellingen en waarheidsclaims die door het veld omarmd worden bij-gebrek-aan-beter en door consultants als een ware plaag over het land verspreid worden. Onderwijskundige charlatanerie dus. Ze heeft nogal wat weerklank gevonden met haar stevige standpunten, zowel bij collega onderwijswetenschappers als bij weer andere groepen in het veld die wars lijken te zijn van dit soort nieuwlichterij.
Zeker, het nieuwe leren is een rommelpot en het valt (nog) niet te bewijzen dat het werkt ook. Maar zijn dat argumenten om er dan maar niet aan te beginnen, of hoort dit gewoon bij de ontwikkeling van nieuwe onderwijsconcepten? Het begint met een hoop verwarring, na verloop van tijd kristalliseren zich hoofdlijnen uit en die kun je dan onderwerp maken van systematische experimenten en wetenschappelijke toetsing.
De vraag is of je onderwijs kunt vernieuwen zonder dat je experimenteert en het risico loopt dat het ook wel eens mis gaat. In de VS woedt een fel debat over hoe onderwijsvernieuwing moet werken. De regering Bush wil dat dit gaat op basis van evidence based practice: alléén die onderwijspraktijken zijn toelaatbaar die zichzelf bewezen hebben (waar dus wetenschappelijke evidentie voor bestaat). Probleem is alleen dat er voor die evidentie wel een levende onderwijspraktijk nodig is: onderwijsvernieuwing kan ten principale niet (alleen) in een laboratorium uitgevonden worden. Je moet dus testen in de praktijk met alle risico’s die daarbij horen. Inderdaad dus toch werken met proefkinderen. Dat je dat uiteraard met de nodige zorgvuldigheid doet, is onomstreden en ik vertrouw de gemiddelde leraar in Nederland in zijn streven om die zorgvuldigheid ook te betrachten. Sterker nog, ik vind het prima dat scholen zelf op zoek gaan naar vernieuwing en op die manier hun eigen evidentie voor onderwijsvernieuwing scheppen. Er ontstaat zo practice based evidence en die zou wel ons wel eens heel wat meer op kunnen leveren dan het omgekeerde. Dat is namelijk vernieuwing waar van meet af aan praktijkervaring in meegenomen is. Dat die vernieuwingen vervolgens kritisch geëvalueerd worden door onafhankelijke deskundigen, en op basis daarvan bijgesteld worden, spreekt voor zich. De kracht van dit type vernieuwingen zit erin dat ze uit de praktijk ontstaan en dat op basis hiervan kennis gegenereerd wordt en het debat aangegaan wordt met wetenschappers, consultants en andere experts. Je moet ruimte durven bieden voor deze vernieuwingen en je kunt ze niet empirisch/wetenschappelijk met dezelfde maatstaf beoordelen als bestaande praktijk. Er is domweg tijd nodig om die vernieuwingen tot resultaten te laten komen. Het is nu te gemakkelijk om te roepen dat het allemaal wetenschappelijk niet bewezen is en daarom niks voorstelt. Zeker, het zal af en toe niet helemaal goed of zelfs fout gaan. Maar de vraag is of wetenschappelijk fundering vooraf hiervoor de oplossing biedt. We leren jonge kinderen een belangrijke les die ook op onderwijsvernieuwing slaat: leren is proberen…

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.