- blad nr 6
- 19-3-2005
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Oud-minister Hermans verzweeg Jamby-affaire
Haar enige fout, zo gaf minister Van der Hoeven aan de Tweede Kamer toe, is de brief van 15 mei 2003 aan de Kamer geweest. Daarin maakte ze melding van de vervolging van de drie ambtenaren. Al in een eerder stadium bood zij daarvoor haar excuses aan. De rechter liet op 4 juni 2004 weten dat deze ambtenaren geen blaam trof. Hij vond het merkwaardig dat de verantwoordelijke directeur-generaal geheel buiten beeld was gebleven. Volgens de rechtbank kon het niet anders dan dat de directeur-generaal op de hoogte was geweest van de manier waarop de schikking was geregeld.
De affaire gaat over de manier waarop het bedrijf Jamby van mediaberoemdheid Adam Curry buiten de regels om een miljoen kreeg toegeschoven voor een mislukt computerproject. Het PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer vindt het vreemd dat er ook na het oordeel van de rechter geen enkele poging tot reconstructie is gedaan. Dan was duidelijk geworden hoe het allemaal echt is gegaan en wie de verantwoordelijken waren. Omdat juist de top buiten schot bleef hangt er rond deze affaire volgens haar ‘een geur van klassenjustitie’.
De verantwoordelijke directeur-generaal kreeg bij vertrek een royale handdruk, terwijl zijn lagere ambtenaren onder het juk door moesten. Bovendien werden hun huidige werkgevers ook nog eens ingelicht door het ministerie. De affaire heeft, zo zei D66-Kamerlid Ursie Lambrechts, de sfeer op het ministerie twee jaar lang verziekt. Toch bleef de minister er bij dat ze op geen enkele manier kon ingrijpen. Merkwaardig genoeg werd er met geen woord over deze zaak gerept in het overdrachtsdossier van minister Hermans. Pas een half jaar na haar aantreden kreeg Van der Hoeven te horen wat er speelde, dat gebeurde bij het vertrek van de verantwoordelijke directeur-generaal.
Na het rechterlijk oordeel legde de minister zich neer bij het besluit van het openbaar ministerie om de zaak te sluiten. Zij sprak met de drie oud-medewerkers, wat leidde tot eerherstel. Ook de oud-ambtenaren geven er de voorkeur aan de zaak te sluiten.
Volgens minister Donner van Justitie ging het openbaar ministerie indertijd zo snel over tot vervolging juist om niet het verwijt te krijgen dat er zaken in de doofpot werden gestopt. Daardoor waren er wellicht te snel conclusies getrokken die achteraf niet houdbaar bleken te zijn.