- blad nr 6
- 19-3-2005
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Project plusleerkracht in gevaar
“Onze plusleerkrachten zorgen voor enorm veel rust en continuïteit. Er zijn altijd vervangers op school die alle kinderen kennen. Het project heeft bij ons gezorgd voor een forse daling van het ziekteverzuim en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” De jenaplanbasisschool Wittevrouwen in Utrecht – een grote school - heeft maar liefst zes plusleerkrachten, rekent directeur Jaap Nelissen voor. Drie omdat de school al jaren meedoet aan het project en nog eens drie omdat er vorig jaar geld over was. Zo kon de school vrijwel alle verzuim intern oplossen. Wanneer het project in augustus niet wordt gecontinueerd, staan er in één klap zes mensen op straat. “Onbegrijpelijk”, vindt Nelissen. “Dan is er een uitstekend project en dan lukt het blijkbaar niet om daar geld voor te vinden.”
Het project plusleerkrachten werd in 2001 gestart door het Vervangingsfonds en het SBO (Sectorbestuur onderwijsarbeidsmarkt, waarin werkgevers en werknemers vertegenwoordigd zijn). Het idee was dat grote scholen extra formatie kregen om hun verzuim intern op te vangen. Tijdens de dagen dat de plusleraar niet nodig was, kon deze andere taken verrichten. Vrijwel altijd werd een ervaren leraar benoemd tot plusleraar, de vrijgekomen formatie werd gebruikt om een zij-instromer aan te nemen en op te leiden. Zo hoopten SBO en Vervangingsfonds nieuwe banen voor zij-instromers te creëren.
Na een eerste proefproject volgde de afgelopen jaren een flinke uitbreiding van het project. Er doen nu 34 besturen mee die samen 200 scholen beheren. De eerste evaluaties laten zien dat het project succesvol is. Bij de eerste lichting van 23 scholen is het ziekteverzuim van 10,9 naar 7,5 procent gezakt. Bij dertien scholen die later zijn ingestapt, werkt het minder goed: daar steeg het ziekteverzuim door een groot aantal langdurig zieken. Maar er vallen veel minder lessen uit op de betrokken scholen.
De financiële problemen bij het Vervangingsfonds leggen het project nu stil. Voor verdere financiering ontbreekt 875.000 euro. Naar schatting 200 mensen zullen ontslagen worden uit hun vaste baan. Dan rest hun slechts de hoop dat zij vervangingswerk op afroepbasis kunnen gaan doen. “Hier wreekt zich dat er voortdurend te weinig geld wordt uitgetrokken voor goede vervanging. Een goed project waaraan scholen echt wat hebben kan daardoor niet voortbestaan”, reageert AOb-voorzitter Walter Dresscher. Bijkomend probleem is dat er door andere bezuinigingen op het moment toch al nauwelijks banen in het onderwijs zijn, waardoor veel nieuw aangetrokken zij-instromers en jonge leraren weer zullen verdwijnen.
SBO ‘hoopt nog een klein wonder te verrichten’ en is op zoek naar geld om het project plusleerkracht voort te zetten. Wat het sectorbestuur steekt is dat er 200 mensen in het wachtgeld dreigen te komen. “Mensen die de afgelopen jaren zijn opgeleid en in de nabije toekomst hard nodig zijn.”