• blad nr 4
  • 19-2-2005
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Bonden komen met alternatief voor prepensioen

Méér sparen voor het ouderdomspensioen, maar mensen zelf de mogelijkheid geven om te besluiten wanneer zij met pensioen gaan. Dat kan dan ook vanaf 62 jaar. “We willen een regeling maken die zo dicht mogelijk bij de huidige fpu blijft”, aldus Ton Rolvink, dagelijks bestuurder van de Algemene Onderwijsbond. Over het voorstel moet nog overeenstemming komen met de werkgevers: zij zetten liever in op een veel kostbaarder levensloopregeling.

en van de hoofdpunten van de veldslag afgelopen najaar tussen kabinet en vakbeweging was de toekomst van het prepensioen. Om ervoor te zorgen dat mensen langer gingen doorwerken – de grote wens van het kabinet – werd een truc bedacht. De vut, of in het onderwijs de fpu, werd niet afgeschaft maar fiscaal zo onaantrekkelijk gemaakt, dat vervroegd uittreden zeer onvoordelig werd. De discussie over meer flexibiliteit bij het vervroegd uittreden wilden de bonden wel voeren, maar niet met zo’n botte maatregel.
Na de succesvolle demonstratie in Amsterdam kwam het kabinet tot inkeer. Er kwam ruimte om een andere regeling op te zetten. Hoe die er uit zou zien, was tot voor kort onbekend. Heel voorzichtig wordt in de verschillende bedrijfstakken door werkgevers en bonden gekeken welke mogelijkheden er zijn.
De Algemene centrale van overheidspersoneel (ACOP), waar de AOb samen met Abvakabo deel van uitmaakt, heeft nu een voorstel ontwikkeld om het vervroegd uittreden op een andere manier mogelijk te maken. Sparen voor een levensloopregeling heeft volgens de ACOP als doel om tussentijds verlof mogelijk te maken, maar een vroegpensioenregeling mikt echt op mensen die voor hun 65ste willen stoppen met werken.
Het basisprincipe is dat mensen méér gaan sparen voor het ouderdomspensioen. Het is dus géén omslagregeling waarbij de werkenden betalen voor de uitkering van degenen die met de vut zijn, maar het gaat om een eigen bedrag bovenop de normale pensioenrechten, vergelijkbaar met de fpu-regeling na 1997.
Het aantrekkelijke is dat hiervoor de zeven procent fpu-premie – die nu voor de helft wordt betaald door de werkgever en de helft door de werknemer – beschikbaar is. Met die extra premie wordt gespaard voor een hoger pensioenbudget. Deelnemers aan deze collectieve pensioenregeling mogen dat budget ook éérder inzetten dan op hun 65ste.
Op basis van berekeningen van het ABP en de ACOP – waarbij een ander premiepercentage en een andere franchise (aow-inbouw) gelden – moet het mogelijk zijn om tegen vrijwel dezelfde kosten de volgende uitkeringen mogelijk te maken:

Pensioenleeftijd Inkomen tot overlijden
62 jaar 69 procent
63 73
64 78
65 83

“Het is ons gelukt om een systeem te bedenken waarmee we zaken kunnen repareren én toch de keuze openhouden voor langer of korter werken”, aldus Ton Rolvink. Langer doorwerken wordt, zoals economen ook graag zien, gestimuleerd, omdat dan de pensioenuitkering hoger is. Volgens Rolvink is het een realistisch systeem. “Het ABP zegt ons dat het zo kan en dat alle bedragen waar wij van uitgaan reëel zijn.”
Zoals bij al dit soort regelingen is er natuurlijk wel een probleem met ouderen die al vlak voor hun pensioen staan en niet meer van de bestaande fpu gebruik kunnen maken. Zij kunnen onvoldoende extra sparen om het vroegpensioen op te bouwen. De ACOP heeft daarvoor een overgangsregeling bedacht. Het oude overgangsrecht voor personeel in dienst op 1 april 1997 moet worden omgezet in een geldbedrag. Dit kan door overgangsrechtelijke jaren met terugwerkende kracht af te rekenen met een lagere franchise en een hogere opbouw. De kosten mogen in vijftien jaar betaald worden. Betrokkenen kunnen zo ongeveer dezelfde rechten in tijd en hoogte van de uitkering verkrijgen.
De ACOP heeft daarvoor een overgangsregeling uitgewerkt, waarbij de ontbrekende premie zoveel mogelijk uit de bestaande vut-fondsen wordt overgenomen. Mocht er dan nog geld tekort zijn voor het prepensioen dan kan het budget van de levensloopregeling eventueel worden overgedragen.
De plannen van de ACOP zijn nog geen realiteit. “Er wacht ons nog een pittige discussie met de werkgevers”, vermoedt AOb-bestuurder Ton Rolvink. De werkgevers willen de vrijvallende fpu-gelden namelijk liever gebruiken voor een levensloopregeling, waarbij voor drie jaar verlof tegen zeventig procent loon kan worden gespaard. Dat levensloopverlof mág ook gebruikt worden voor prepensioen. Duidelijk is dat de uitkering dan gemiddeld lager ligt in die drie jaar. “Ínbouwen in de pensioenregelingen is voordeliger en stevig”, zegt Rolvink. “Wij begrijpen niet dat werkgevers afkoersen op een duurdere levensloopregeling. Dus daar zullen nog de nodige onderhandelingen voor nodig zijn.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.