• blad nr 4
  • 19-2-2005
  • auteur M. Zuidweg 
  • Redactioneel

Veel leerlingen redden het niet zonder extra hulp 

Bijles is vooral leuk om te doen

Heel wat docenten, studenten aan de lerarenopleiding en oud-docenten geven bijles. Maar niet aan de keukentafel bij de leerling thuis. Ze ontvangen hun pupil vaak in een ‘onafhankelijke’ lesruimte, gehuurd door een instituut voor studiebegeleiding. Het plezier is er niet minder om.

Middelbare scholieren hebben het moeilijk. Kijk maar naar alle hulp die ze krijgen buiten de lessen om. Dat kan variëren van wat extra uitleg tussen de lessen door tot een wekelijks terugkerende begeleiding. Wiskunde scoort veruit het hoogst in het aantal bijlessen, al snel gevolgd door natuur- en scheikunde. Verder krijgen leerlingen veel extra hulp met Engels, Nederlands, economie en Frans.
De échte bijles, waarbij een docent z’n leerling elke week een uur of twee uur bijspijkert, verloopt steeds vaker via een commercieel instituut. De Studiekring is met dertien vestigingen een van de grote jongens op dit gebied. De Studiekring bestaat nu vijf jaar en draait goed, zegt Joris Blankers, een van de drie directeuren. “Per locatie zijn er wel accentverschillen. Op dit moment ligt in onze vestiging in Amsterdam bijvoorbeeld het accent op huiswerkbegeleiding en in Hoofddorp en Almere juist op bijles. Het hangt ervan af wat de scholen zelf aan studiebegeleiding doen.” Het instituut heeft onderzoek gedaan naar de behoefte aan bijles. “Docenten geven aan dat de kennis van leerlingen van bijvoorbeeld talen in hun beleving afneemt. Ook geven ze aan dat leerlingen van de tweede fase minder les krijgen. Daar krijgen ze dan wel studie-uren voor terug, maar het ontbreekt veel leerlingen aan vaardigheden om die tijd effectief in te zetten. Als gevolg van die ontwikkelingen ontstaat meer behoefte aan bijles”, zegt Blankers.
De Studiekring zet geen vakdocenten in, maar studenten en oud-docenten. “Zij zijn vaak flexibeler dan een vakdocent”, zegt Blankers. Pupil en begeleider zitten soms in een gebouw van de Studiekring, soms in een lokaal van de school. Maar in géén geval bij de leerling thuis aan de keukentafel. “Wij zijn verantwoordelijk, daarom willen we niet dat docenten thuis gaan zitten bij leerlingen. Dan kunnen we de situatie niet overzien”, zegt Blankers.

Jonge honden
Oud-docent Marjan Buijtenhuijs geeft via de Studiekring twintig tot 25 uur per week huiswerkbegeleiding en bijles Nederlands en Engels in Arnhem. De Studiekring maakt in Arnhem gebruik van een lokaal op het Arentheemcollege. Leerlingen die extra begeleiding zoeken, kunnen daar na schooltijd naartoe komen. Buijtenhuijs is te spreken over de Studiekring. “Ik vind dat leuk: zo’n groep jonge honden die zoiets innovatiefs durft op te zetten. Ze hebben een eigen theoretisch model over leren ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Utrecht. En daar kun je als docent in de praktijk ook wat mee.”
Voor docenten in opleiding met weinig tijd is zo’n instituut wel makkelijk. Geen administratieve rompslomp of zoektochten naar een pupil. Leonie Oosterwaal, student aan de eerstegraads lerarenopleiding maatschappijleer in Utrecht, laat de bijzaken graag over aan de Studiekring. Oosterwaal geeft ruim tien uur bijles economie per week aan havisten en vwo’ers uit de bovenbouw en aan een student van de mbo-opleiding boekhouden. Dat doet ze ‘s avonds, in het hoofdgebouw van de Studiekring in Utrecht. Sinds kort geeft ze ook bijles aan twee leerlingen uit groep acht. Ze bereidt ze voor op de Cito-toets aan de hand van een boek dat de Studiekring heeft gemaakt.
Het Studiecentrum (HSC), ook een grote jongen als het gaat om studiebegeleiding, begeleidde het afgelopen jaar ruim 450 leerlingen. Het HSC bestaat nu tien jaar, maar volgens directeur Luc van Liempt is de grote groei van de laatste jaren. “Leerlingen van de tweede fase worden duidelijk meer in het diepe gegooid. Ze hebben meer behoefte aan begeleiding dan leerlingen vroeger” , zegt Van Liempt. Het HSC heeft veertig tot vijftig meestal parttime docenten in dienst, vakdocenten met een voorkeur voor een parttime baan en oud-docenten. Op twaalf scholen in de randstad heeft het centrum lesruimte gehuurd waar leerlingen na schooltijd kunnen komen. Sinds twee, drie jaar zitten daar ook basisschoolleerlingen tussen. Van Liempt: “Eerst verbaasde ik me over het verzoek van basisschoolleerlingen om hen te begeleiden. Maar wat denk ik een rol speelt, is het feit dat de klassen op de basisschool zo ontiegelijk groot zijn. Bij sommige van de leerlingen die bij ons komen is bovendien de juf of meester voor langere tijd afwezig geweest.”

Schoolse sfeer
Horn & Wittenburg, met vestigingen in Amsterdam en Haarlem, geeft sinds acht jaar studiebegeleiding en bijles aan vooral middelbare scholieren in de basisvorming. Afgelopen jaar waren dat er zo’n driehonderd. Net als de Studiekring zet dit instituut vooral studenten in als docent. De lessen vinden plaats op ‘een onafhankelijke locatie’, dus niet thuis bij de leerling maar ook niet op school. “Onze ervaring is dat leerlingen zich beter op hun gemak voelen als we ze uit de schoolse sfeer halen”, zegt W. Wittenburg.
De scholen vinden het prima dat de studiebegeleiding wordt uitbesteed. De kans op belangenverstrengeling wordt zo klein. Want docenten van de eigen school horen geen bijles te geven aan eigen leerlingen, zegt locatiedirecteur Willem Wijnakker van het Canisiuscollege in Nijmegen. “Stel dat een docent slecht bij kas is en ouders ervan overtuigd zijn dat hun kind bijles nodig heeft. Dan kan die docent vrij eenvoudig een extra inkomen voor zichzelf organiseren. Daar willen wij niet aan meewerken.”
Leerlingen kunnen binnen het Canisiuscollege wel extra ondersteuning krijgen van eigen docenten. “Bijvoorbeeld op initiatief van een mentor die aangeeft dat een leerling met een bepaald wiskundehoofdstuk moeite heeft. De school regelt dan een begeleidingsdocent die dat hoofdstuk nog een keertje uitlegt. Maar dat gebeurt ín de school en ook op kosten van de school.” Ouders die de voorkeur geven aan een wekelijkse bijles, moeten het doen met leerlingen die inmiddels al het diploma hebben gehaald. De school heeft een bestandje aangelegd met oud-leerlingen die bijles willen geven.
“Bij ons is de code dat je geen bijlessen geeft aan leerlingen van de eigen school”, zegt ook Koos Neuvel, sectordirecteur havo/vwo van het Dr. Nassaucollege in Assen. “Ik zou het dubieus vinden als mijn kind op een school zou zitten waarbij een docent tegen ouders zegt: uw zoon doet het niet goed, maar ik kan hem wel bijles geven voor een tarief van...” Voor leerlingen die bijles willen, heeft het Dr. Nassaucollege een bestandje (oud-)vakdocenten uit de omgeving. De oudercommissie bemiddelt tussen ouder en docent.

Algebra
Kees Stelling zit in geen enkel bestandje. Hij krijgt genoeg pupillen via mond-tot-mondreclame. Met zijn eenmansbedrijfje Studiepunt verdient hij al vijf jaar zijn brood. Stelling geeft tien tot zestien uur per week bijles in wiskunde en economie aan middelbare scholieren. Gewoon bij hem thuis. Ouders doen daar niet moeilijk over, is zijn ervaring. “Bij een Marokkaans meisje kwam steeds een broertje mee, wat het meisje verschrikkelijk vond. Maar er zijn ook ouders die hier elke week hun kind heen sturen en die ik nog nooit gesproken heb. Zelfs niet over de telefoon.” Stelling studeerde economie aan de UvA, voltooide de eerstegraadsopleiding economie en werkte als studiebegeleider op een internaat. Veel scholieren komen voor wiskundebijles. Maar ze komen niet allemaal met hetzelfde probleem, is Stellings ervaring. “De een ziet het ruimtelijke niet, de ander heeft moeite met algebra, er is niet echt één lijn in te ontdekken”, zegt Stelling. Sinds kort geeft hij ook bijles op locaties van het Studiecentrum. “Het werd een beetje saai, alleen maar thuis werken.”
Oud-docent scheikunde en natuurkunde Will Brugman ging vier jaar geleden met de vut en heeft nu een flitsende website waarin hij zijn diensten aanbiedt onder de naam Breinwerk. Brugman geeft bijles scheikunde aan scholieren uit de vierde of vijfde klas op zijn thuisadres in Haarlem. “Het onderwijs heeft toch mijn hart. Ik vind het ontzettend leuk om kleine groepjes scholieren te trainen hoe ze zelfstandig moeten leren.” Hij geeft alleen bijles aan de hand van het werkboek dat hijzelf nog voor school heeft geschreven en dat 50 euro kost. Maar dik verdienen is er niet bij. “Het adverteren in huis-aan-huisbladen en de verdiensten houden elkaar net in evenwicht. Nee, het is voor mij echt een hobby.”

Inzoomen
Bijles geven is plezierig, vinden ook de anderen. Vooral vanwege de een-op-een-verhouding tussen docent en pupil. Kees Stelling: “Tijdens mijn stages in de opleiding merkte ik al dat ik individueel lesgeven veel leuker vond. In een klas moet je je altijd richten op de middenmoot, dat vind ik niet prettig. Ik zoom liever in op één leerling, om erachter te komen waarom bij zo iemand het kwartje niet valt.”
Bijles geven is vergeleken met voor de klas staan een luxe, vindt Marjan Buijtenhuijs. “Je hebt een totaal andere verhouding tot je leerlingen. Je hebt meer tijd voor ze, je kunt een stukje vertrouwen opbouwen. Dat is belangrijk, omdat je vaak leerlingen krijgt die op de een of andere manier de weg zijn kwijtgeraakt en daardoor angstig zijn geworden. Bij het minste of geringste slaan ze dicht. Wat ik doe is leerlingen stevig op de benen zetten en dan de zaak weer langzaam oppakken.”
Voor directeur Van Liempt van het Studiecentrum, ook oud-docent, was die andere verhouding tot de leerling een van de redenen om zijn centrum op te zetten. “Op school had ik voortdurend te weinig tijd voor leerlingen die wél extra tijd nodig hadden. Dat vond ik zo frustrerend.”
Studente Oosterwaal gebruikt haar pupillen een beetje als proefkonijn. “Ik merk dat ik bij mijn opleiding veel heb aan de bijlessen die ik geef. Als je een methode verkeerd uitlegt, merk je dat bij zo’n een-op-een-contact meteen. Je krijgt direct feedback.”

Geen vetpot

Ongeveer een kwart van de leraren geeft wel eens bijles, zo blijkt uit de AOb-panelenquête die de AOb samen met het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS eind vorig jaar uitvoerde. In het basisonderwijs komt het geven van bijles zelden voor (dertien procent), in het voortgezet onderwijs vaker. Van de leraren vmbo geeft 27 procent aan leerlingen buiten de schooltijden bij te spijkeren, studiehuisdocenten doen dat iets minder vaak (26 procent). Wiskunde wordt blijkbaar als het moeilijkst ervaren, want juist daarvoor nemen veel leerlingen bijles. Scheikunde, Engels en natuurkunde vormen de middenmoot. Veel minder vaak wordt er bijgespijkerd in Nederlands, economie of Frans. Veel leerkrachten geven aan dat ze bijles voor niets doen! De maximumtarieven voor bijles verschillen per onderwijssoort: in het studiehuis worden de hoogste bedragen gerekend: 35 euro.

Maximum uurtarief bijles

basisvorming € 20
vmbo € 15
studiehuis € 35
bve € 25

(bron: AOb-panel 1204)


Leonie Oosterwaal, student aan de eerstegraadsopleiding van de Universiteit Utrecht, verdient 10 euro per uur met haar bijles economie. Ze doet dat via de Studiekring, een instituut voor huiswerkbegeleiding en bijles. De Studiekring vraagt leerlingen 25 euro per uur voor een bijles en houdt dus 15 euro over van elke les die Oosterwaal geeft. Oosterwaal vindt dat geen punt. “Zij regelen de administratieve en financiële zaken, ze zorgen voor een mooie ruimte, voor methodes. Het enige wat ik hoef te doen is zitten en lesgeven. Dan heb ik daar wel een lager tarief voor over.”
Haar collega Marjan Buijtenhuijs in Arnhem, ervaren vakdocent, krijgt voor haar bijlessen nauwelijks meer: 12 euro per uur. Maar ook zij neemt daar genoegen mee. “Ik krijg er ook wat voor terug: werkbesprekingen, informatiebijeenkomsten over actuele thema’s. Dat zou ik moeten missen als ik in mijn uppie werkte.”
De eenling verdient wél beter. Kees Stelling, zelfstandig studiebegeleider in Amsterdam, vraagt 30 euro per uur voor zijn bijlessen. Met 10 tot 16 uur bijles per week verdient hij genoeg om in zijn levensonderhoud te voorzien. Oud-docent scheikunde en natuurkunde Will Brugman vraagt voor de eerste bijles van 90 minuten 45 euro, de overige lessen kosten steeds 15 euro. Daarbij komt nog het verplichte scheikundeboek van Brugman dat 50 euro kost. Voor ‘inhoudelijke uitleg per e-mail’ rekent Brugman 2 euro per keer.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.