- blad nr 3
- 5-2-2005
- auteur . Overige
- Column
Generatiekloof
Uit de verhalen die ik hoor, blijkt dat ze thuis goed oefenen. We mogen stellen dat ze op school alleen maar doen wat ze thuis gewend zijn. En ze zijn er goed in, sommigen zelfs steengoed. Standaard begint een discussie met een totale tegenstelling, onoverbrugbaar. Dat vinden ze het leukst en dan maar kijken of wij reageren zoals hun ouders, die hun kroost met zoveel liefde en geduld getraind hebben. Een van mijn grootste favorieten op dit gebied is Menno. Hij begint iedere discussie met de juiste instelling: ze moeten altijd hem hebben. Zelfs als een ander het doet, dan nog wordt hij altijd gepakt. En als hij niets doet, zien docenten nog kans om hem straf te geven. Dat is een prima instelling om de discussie aan te gaan. Maar Menno zou mij nog verbazen.
Het is een tegenvaller, als je niet kwaad wordt. Dat vinden ze zo jammer, dat ze het laten blijken. Als je zegt volledig te begrijpen dat ze het niet met je eens zijn, worden ze nog verder van hun stuk gebracht. Daarna hoef je alleen nog maar de genadeslag toe te brengen en ze doen wat je wilt. Ja, ik speel vals. Ik reageer niet zoals hun ouders en daarmee haal ik heel geniepig de training onderuit.
Helaas gaat het met nieuwe collega´s niet altijd zo. Zij zijn nog jong en strijdlustig. Spelen het hele spel van de generatiekloof vol overgave mee. Soms misschien niet zo graag, maar ze hebben geen alternatief. Ze werpen hun hele gewicht in de strijd. En dan gaat het fout. Het gevolg is dat er over en weer dingen worden gezegd die beter ongezegd hadden kunnen blijven. Je denkt daarbij natuurlijk in eerste instantie aan dreigementen, maar er blijken meer mogelijkheden te zijn.
Een nieuwe collega kwam nogal opgewonden bij me om haar beklag te doen over mijn klas. Oké, ik heb dit jaar geen lieverdjes. Zij had ze een PTA willen laten maken en daar hadden ze niet zoveel zin in, lieten ze haar weten. Ik wachtte af wat er nog meer zou komen, want dit leek me niet echt nieuws. Toen zei ze dat ze in discussie was gegaan. Aha, het nieuws moest nog komen. Onder andere met Menno. Hij had aangegeven dat ze helemaal geen PTA kon geven. Onvermoeibaar had ze geprobeerd aan te tonen dat dat wel kon en vooral waarom dat wel kon. Het haalde maar bar weinig uit. Nog steeds in de waan de kloof te kunnen dichten, verdubbelde ze haar inspanning om de kids te overtuigen. Maar Menno bleef onvermurwbaar. Toch moet ze het bijna gered hebben, want uiteindelijk moest hij zijn toevlucht nemen tot het bijna ondenkbare.
“Meneer Fokkema zegt dat er de eerste periode geen PTA's gegeven worden en die zal het heus wel weten, want die werkt hier veel langer dan u.” Ik keek mijn collega verrukt aan. Toen ze verbaasd terugkeek, zei ik dat ik graag had gewild dat ze dat had opgenomen. Het was de eerste keer in 26 jaar dat ik zomaar van een leerling gelijk kreeg! Menno en ik last van een generatiekloof? Kom nou!