- blad nr 3
- 5-2-2005
- auteur D. van 't Erve
- Redactioneel
Gezocht: docent klassiek
In juni wordt Aad Schulten 68 jaar. Hij staat al 43 jaar voor de klas en zolang hij het lesgeven leuk vindt, mogen ze een beroep op hem doen. Hij geeft veertien uur les in klassieke talen op twee verschillende scholen in Rotterdam. “Het blijkt heel lastig om bevoegde docenten te vinden, ook omdat het maar om kleine betrekkingen gaat. Op beide scholen worden nu wel jonge collega’s opgeleid, na hun afstuderen kunnen ze mijn uren overnemen.”
Toen Schulten begon met lesgeven, was de situatie precies hetzelfde als nu. “Er was een groot tekort aan docenten. Rectoren kwamen je al op de stoep tegemoet om je binnen te halen.” Het is echter een op-en-neergaande beweging, zegt Schulten. Hij is op een gegeven moment zelfs rechten gaan studeren omdat hij vreesde voor zijn baan. “In 1975 waren er plannen om de middenschool in te voeren, waar leerlingen pas op hun vijftiende voor Latijn of Grieks zouden kunnen kiezen. Dat zou de doodsteek voor deze talen zijn geweest.” De middenschool is er echter nooit gekomen en na zijn afstuderen koos hij niet voor de juridische wereld, want ‘lesgeven vond ik toch het leukst’.
Nu is er weer een ommekeer. Niet alleen profileren scholen zich met een gymnasiumafdeling, ook het aantal zelfstandige gymnasia groeit. De belangengroepering gymnasiale vorming van de Algemene Onderwijsbond hield vorig jaar een omvangrijke enquête. In 2002 zaten naar schatting 33.615 leerlingen op 287 gymnasiumafdelingen, een groei van zeventien procent ten opzichte van 1991. De zelfstandige gymnasia groeien nog veel harder, met ongeveer 700 leerlingen per jaar, wat betekent dat er elk jaar een héél zelfstandig gymnasium bij komt. Schulten merkt dat bovendien de algemene belangstelling voor de klassieke oudheid weer toeneemt. “Er zijn feestjes in rokkostuum, de oudheid is populair bij schrijvers en ook als onderwerp voor film of toneel, zoals Alexander de Grote.” Logisch dat ook leerlingen massaal kiezen voor Latijn en Grieks, zegt Schulten. Hij heeft maar liefst 28 leerlingen in zijn klas.
Meer mannen
Het kost veel moeite om aan voldoende docenten klassieke talen te komen. Want ondanks de groeiende populariteit van het gymnasium zelf, zijn er maar weinig jongeren die klassieke talen gaan studeren. Het gaat ieder jaar om ongeveer vijftig eerstejaars. Te weinig om het docentenbestand klassieke talen, dat voor een pensioengolf staat, te kunnen vervangen. Zeker als je bedenkt dat lang niet alle studenten afstuderen. En als dat wel lukt, is het nog maar de vraag of ze in het onderwijs terechtkomen. “Als er dertig afstuderen is het een mooi jaar”, vertelt Anton van Hooff, hoofddocent klassieke talen en lerarenopleider van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De toeloop van studenten is volgens hem vrij constant. “Maar een tijdlang was het leraarschap voor losers. De afgestudeerden kwamen terecht bij uitgeverijen, musea of gingen zich bezighouden met opgravingen - alles beter dan het onderwijs.” Van Hooff ziet wel een kentering. “Cultuur wordt weer belangrijk gevonden. Ik zie ook dat steeds meer mannen voor het vak kiezen. Het klinkt misschien wat seksistisch, maar mannen kiezen vaker carrièregericht, wat betekent dat zij weer vertrouwen hebben in de toekomst van het onderwijs.”
In totaal zijn er nu zo’n 1150 docenten klassieke talen, waarvan naar schatting binnenkort eenderde afzwaait. Nu al staan er zo’n 150 tot 200 docenten onbevoegd voor de klas, een aantal dat alleen maar toeneemt als er niets gebeurt. Vandaar dat de Radboud Universiteit in 2003 startte met een opleiding voor zij-instromers. Voor de opstapcursus - de voorloper die zo’n zeven jaar geleden begon - bleek de belangstelling al overweldigend. “Ze kwamen van heinde en ver”, vertelt Van Hooff. “Veelal docenten die al een bevoegdheid hadden voor een ander vak en aan wie gevraagd was om Latijn en Grieks te gaan geven omdat er niemand voor te vinden was. Zij liepen dan op een gegeven moment toch tegen de grenzen van hun kennis aan. Het nadeel van die cursus was dat het geen erkende bevoegdheid opleverde. Dat kunnen we nu met de zij-instroomcursus wel bieden.”
Praktisch
De universiteit maakt slim gebruik van de zij-instroomregeling die het ministerie heeft ingesteld als maatregel tegen het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs. De regeling maakt het mogelijk om mensen, vooral van buiten het onderwijs, onbevoegd aan te stellen. Zij moeten dan wel binnen twee jaar een bevoegdheid halen. Scholen krijgen per zij-instromer een flink bedrag voor begeleiding en scholing.
Ook deze opleiding blijkt een succes, er zitten nu ongeveer twintig mensen op. De universiteit stelt drie criteria: de cursisten moeten een gymnasiale achtergrond hebben, een eerstegraads bevoegdheid en les willen gaan geven in Latijn of Grieks. Van Hooff: “Groot voordeel is dat deze mensen al voor het onderwijs hebben gekozen en vaak geven ze al onbevoegd les in Latijn of Grieks. Wat we dan vandaag in de cursus behandelen, kunnen ze morgen in de klas gebruiken. Heel praktisch.”
Spannend
Toen Marijke Diepenmaat (43) een artikel over de cursus las, raakte ze meteen enthousiast. Nu is ze als NT2-docent (Nederlands als tweede taal) verbonden aan de ISK-afdeling in Utrecht. “Omdat daar de werkgelegenheid afneemt, stimuleren ze je om alvast verder te kijken. De opleiding sprak me meteen aan, ook vanwege het grote tekort aan docenten Latijn en Grieks. Voor de zij-instroomcursus voldeed ik aan alle eisen. Het is leuk om weer een geheel nieuw perspectief te hebben.”
Ze kon in deeltijd gaan werken en de ISK betaalt mee aan de studie. “De studie is erg leuk en interessant, maar ook best pittig. Het is 25 jaar geleden dat ik gymnasium deed. Het tempo ligt hoog en we moeten veel doen. De twintig uur die ervoor staan, heb ik echt wel nodig.”
Ze wacht dan ook nog met het lesgeven. “De universiteit raadt het wel aan om al meteen les te gaan geven, maar ik vind het nu nog te vroeg. Ik wil graag eerst weer een goede basis. Als ik het eerste jaar heb afgerond, wil ik wel een klein aantal uren in de onderbouw geven, misschien komend schooljaar.”
Dat is nog best spannend, vindt Diepenmaat. “Het is toch een heel ander vak dat aan heel andere leerlingen gegeven moet worden. Toch denk ik dat er wel een link is met mijn huidige werk. Nu geef ik Nederlandse taal en cultuur aan kinderen uit allerlei landen. Straks Latijn en Grieks, maar ook de cultuur komt aan bod, alleen dan aan Nederlandse leerlingen.”
In de modder
Omdat de opleiding net als de zij-instroomregeling slechts tijdelijk is, is Van Hooff alleen maar blij dat andere universiteiten het voorbeeld volgden. Nadat de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden gezamenlijk een soortgelijke opleiding startten, wil nu ook de Rijksuniversiteit Groningen een zij-instroomopleiding van de grond tillen. Tot grote vreugde van Anneke de Vries uit Leek. Zo’n dertig jaar geleden koos ze voor de studie Frans. “Ik heb bewust voor Frans gekozen. Het is natuurlijk een prachtig vak en ik haalde er betere cijfers voor dan voor Latijn en Grieks.” Ze geeft er nog steeds met veel plezier les in, maar de mogelijkheid om ook uren Latijn en Grieks te geven greep ze graag aan. “Het lijkt me erg leuk om deze talen erbij te doen. De grammatica is toch een soort superieur puzzelen, heel boeiend. Bovendien gaat het niet alleen om de talen, er is ook een heel interessante cultuur aan verbonden.” Ze volgde de basiscursus voor beide talen, maar vindt dat nog niet voldoende. “Ik heb nu hetzelfde niveau als een eindexamenklas gymnasium, dat moet kunnen, maar ik sta er minder ver boven dan bij Frans. Daarom is zo’n zij-instroomopleiding een fantastische kans mijn kennis te vergroten.”
Jammer vindt De Vries wel dat de opleiding nog niet meteen start. Volgens Sjef Kemper, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, hadden zich slechts vier kandidaten aangemeld, en dat is er één te weinig. Hij wijt het aan gebrek aan publiciteit, vandaar dat de opleiding is uitgesteld tot september. Als De Vries in februari start met lesgeven, moet ze het dus nog even zonder de steun van de universiteit doen. “Ik heb al wat ervaring omdat ik een keuzevak Grieks heb gegeven, dus het komt wel goed. Ik neem lesuren over van de docent klassieke talen en dan sta ik natuurlijk wel meteen met de voeten in de modder. Omdat ik al een taal geef, word ik niet warm of koud van het uitleggen van werkwoordsvormen en dergelijke, maar wat ik niet kan inschatten zijn dingen als hoeveel huiswerk de leerlingen aankunnen of hoeveel tijd het leren van toetsen kost.”
Prachtig vak
Over de vraag wat het geheim is waardoor het lesgeven boeiend blijft, hoeft Aad Schulten niet lang na te denken. “Het zijn niet alleen de talen, het gaat ook over de hele cultuur erachter. De leerlingen hangen aan je lippen als je vertelt over de mythologie. Het is niet ouderwets, veel verhalen slaan op de huidige situatie. Het gaat over verliefdheid, bedriegen, trouw, vaak heel herkenbare dingen. Het is natuurlijk aan mij om die vertaalslag te maken, maar moeilijk is dat niet. Kijk maar naar Jason en Medea, een Griek die met een niet-Griekse trouwde. In feite gaat het over de acceptatie van een allochtone vrouw. Als ik dit verhaal vertel, dan zit de klas, waarvan eenderde van allochtone afkomst is, massaal te knikken.”
Voor de toekomstige docenten heeft hij wel wat tips. “Hou van de kinderen. Zorg dat je belangstelling voor ze toont en dat je redelijk bent, maar zorg ook dat je je vak verstaat. Als je op die manier een verstandhouding kunt opbouwen, willen ze wel werken. De kunst is om het vak boeiend te brengen.”
Anton van Hooff van de Radboud Universiteit kijkt er niet van op dat gepensioneerde docenten nog lesgeven. “Er zijn zelfs tachtigjarigen die nog voor de klas staan. Eerlijk gezegd hoop ik over een paar jaar ook zelf weer les te gaan geven. Als ik op de scholen kom voor de begeleiding van mijn lio-studenten, dan gaat het meteen weer kriebelen. Het is echt een prachtig vak.”
Meer informatie over de zij-instroomopleiding in Nijmegen is te vinden bij de faculteit der letteren van de Radboud Universiteit: www.ru.nl. Voor informatie over de opleiding van de Rijksuniversiteit Groningen kunt u terecht bij Sjef Kemper, 050 3636050/6036, kemper@let.rug.nl.