• blad nr 2
  • 22-1-2005
  • auteur R. Sikkes 
  • Commentaar

 

Zorgloterij

Tjerk is een beetje druk, dus daar moet u wel extra op letten. Is mijn kind misschien dyslectisch? Denkt u niet dat mijn zoontje hoogbegaafd is? Kunt u misschien wat extra aandacht besteden aan Elsemarie, ze is zo stil.
Ouders en overheid hebben torenhoge verwachtingen van de opvangcapaciteit van de school. Ouders vragen om aandacht voor hun kind bij de leraar. De overheid eist van scholen dat ze meer leerlingen in het gewone onderwijs houden. En het schoolteam, dat laveert tussen idealen om kinderen verder te helpen en de praktische uitvoerbaarheid, voelt zich klemgezet.
Een op de vier leerlingen in het basisonderwijs heeft extra zorg nodig. Dat bleek al uit de Weer-samen-naar-school-enquête van het Onderwijsblad (nummer 22). Het werd vorige week door de Algemene Rekenkamer nog eens bevestigd. Het budget dat scholen krijgen voor extra zorg is echter maar vijf procent. Dat leidt er volgens de rekenkamer toe dat extra hulp een kwestie van toeval is, dat wsns voor de kinderen eigenlijk een soort zorgloterij is geworden.
Natuurlijk heeft minister Van der Hoeven gelijk als zij zegt dat ‘de gemiddelde leerling’ niet bestaat. Zij verwacht van een schoolteam dat het met verschillen tussen kinderen kan omgaan. Natuurlijk, maar het gat tussen een klas waar een op de vier echt hulp nodig heeft en de financiële ruimte die hulp aan slechts een op de twintig mogelijk maakt, is veel te groot.
Dat besef klinkt nog niet door in de reactie van de minister op het kritische rapport van de rekenkamer. Onomwonden stellen de onderzoekers dat veel leerlingen niet de hulp krijgen waaraan zij behoefte hebben. Dat de meeste aandacht uitgaat naar de echt problematische leerlingen – zowel in basis- als voortgezet onderwijs – en dat daardoor tijd en ruimte voor de wat lichtere probleemgevallen ontbreekt.
Leerkrachten constateerden in het eigen onderzoek van het Onderwijsblad daarom terecht dat het mooie wsns-ideaal stukloopt op een te volle klas met te veel probleemleerlingen. Het gevaar bestaat dat het onderwijs zich daarom tegen wsns keert, en dat zou eeuwig zonde zijn. Vooral omdat op scholen wel enorm veel gebeurt. Er zijn interne begeleiders gekomen, er wordt bijgeschoold dat het een lieve lust is, kortom, de professionaliteit van het basisonderwijs heeft door wsns echt een sprong voorwaarts gemaakt. Dat zijn signalen die een minister van Onderwijs zich zou moeten aantrekken. Zeker als de Algemene Rekenkamer er nog even fijntjes op wijst dat na het basisonderwijs het aantal zorgleerlingen in het voortgezet onderwijs opeens verdubbelt, omdat ze daar toch echt extra steun nodig hebben. Dat was daarvoor natuurlijk ook al zo, alleen paste dat niet in wsns. Zo doet het onderwijssysteem kinderen tekort.
Maar het onderwijssysteem doet ook zichzelf tekort. De samenwerkingsverbanden houden geld vast. Onverteerbaar is dat de overheid te weinig geld uittrekt voor zorgleerlingen, maar het wekt verbijstering dat samenwerkingsverbanden vervolgens geld gaan oppotten. Al die tonnen die op bankrekeningen van de samenwerkingsverbanden staan, moeten zo snel mogelijk naar de scholen.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.