• blad nr 22
  • 18-12-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Commentaar

 

Goed en goedkoop

Het nieuwe Pisa-rapport las als een consumentengids van onderwijssystemen. De Nederlandse leerlingen en ouders mogen tevreden zijn: ons onderwijsbestel hoort bij de wereldtop. Die conclusie leidde bij nogal wat commentatoren en journalisten tot argwaan. Want wordt er over het onderwijsniveau niet verschrikkelijk geklaagd? Hoe kan het dan dat Nederland er zo goed uitkomt?
Echt verbazingwekkend was de uitslag niet. Vergelijkbare onderzoeken laten steevast zien dat Nederlandse jongeren prima scoren bij wiskunde, vergeleken met hun leeftijdgenoten in het buitenland. En dat in het taalonderwijs de afgelopen vijftien jaar een enorme sprong voorwaarts is gemaakt. Kortom, het Nederlandse onderwijs is goed en dat is een compliment aan leraren èn leerlingen.
Voor regeringen las het Pisa-rapport eveneens als een consumentenonderzoek. En dan komt Nederland helemaal aan de top te staan. Want niet alleen zijn de prestaties goed, Nederland weet dat ook nog te bereiken voor een belachelijk laag bedrag. In consumentenkringen heet dat de beste koop: goed en niet duur. Dus wie weet, worden de Nederlandse scholen binnenkort overspoeld door buitenlandse delegaties om te bekijken hoe die zuinige Hollanders daar in slagen.
Heel simpel. Door weinig geld uit te trekken voor onderwijspersoneel. Het onderwijsstukloon – het bedrag dat wordt uitgetrokken voor één lesuur aan één leerling – behoort tot de allerlaagste ter wereld. Achter dat lage stukloon gaat een reeks van verklaringen schuil. Nederland heeft volle klassen, waardoor bijvoorbeeld een project als Weer samen naar school moeizaam vorm krijgt. Leraren hebben een hoge taakbelasting in de vorm van veel lesuren per week. In vergelijking tot het buitenland beschikken scholen over erg weinig ondersteunend personeel. Op al die punten beknibbelt de Nederlandse overheid.
De Oeso, samensteller van het Pisa-rapport, geeft niet echt een antwoord op de vraag of extra investeren in onderwijs ook echt betere resultaten oplevert. Ze draait er een beetje omheen door te zeggen dat het niet per se zo hoeft te zijn dat wie veel investeert ook betere resultaten boekt. Nederland is er het levende voorbeeld van dat het ook goed en goedkoop kan. Wat onder de mat wordt geveegd, is dat Nederland in het verleden een behoorlijke investeerder in onderwijs was, maar de laatste twintig jaar een stringent Zeeuws-meisje-beleid voert: geen cent te veel.
Intussen bestaat er een sluimerende onvrede over kwaliteit en niveau van ons onderwijs. Vooralsnog niet terecht, zo blijkt uit het Pisa-rapport, maar hoelang valt die koppositie te behouden? Het lerarentekort is nu door de recessie even verdwenen, maar zodra de economie aantrekt, zal het opnieuw moeilijk worden om voldoende getalenteerde mensen naar het onderwijs te trekken.
En er zijn voldoende bewijzen dat investeren in onderwijs helpt. De klassenverkleining in Tennessee liet al eerder zien dat leerlingen daardoor beter gaan presteren. De staat Connecticut, getergd door een lerarentekort, investeerde begin jaren negentig juist in personeel. Het salaris van leraren werd fors opgetrokken, van 30.000 dollar naar ruim 45.000 dollar. Binnen drie jaar was het lerarentekort weg. Er kwamen niet alleen meer mensen naar het onderwijs, maar ook mensen met hogere kwalificaties. De uitval van jonge leraren is drastisch teruggelopen. Dat totaalpakket had ook nog eens hogere prestaties van alle leerlingen tot gevolg. De kloof tussen schoolprestaties van allochtone en autochtone leerlingen is drastisch verkleind. En alle leerlingen presteren inmiddels beter dan voorheen als ze worden vergeleken met hun leeftijdgenoten in de VS.
Kortom: willen we voorkomen dat Nederland over drie jaar duikelt op de internationale ranglijsten, dan is een investeringsplan voor het onderwijs een topprioriteit. Dit kabinet is wel met die belofte gestart, maar vooralsnog is het een loze belofte gebleken.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.