• blad nr 22
  • 18-12-2004
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Onderwijs verbijsterd over plan minister 

‘Boycot de schakelklas’

De vakbonden en besturenorganisaties overwegen het opzetten van schakelklassen te boycotten. Deze nieuwe klassen, waarin taalachterstanden van leerlingen moeten worden weggewerkt, zijn volgens de organisaties een ‘onding’ uit het regeerakkoord. “Dit plan is bedacht door een nitwit achter een bureau.”

Als een student bestuurskunde ooit een scriptie wil schrijven over hoe een onzalig plan steeds onzaliger werd, zouden ‘schakelklassen’ een dankbaar onderwerp zijn. Die scriptie zou dan beginnen bij mei vorig jaar, toen de term ‘schakelklassen’ vanuit het niets opdook in het regeerakkoord. Gemeenten moesten, zo meldt dat akkoord, dergelijke klassen gaan opzetten om de taalachterstand van leerlingen weg te werken.
Het idee kende een slechte start, want het onderwijsveld liep er meteen al niet warm voor. Want scholen zouden zélf wel kunnen bepalen hoe taalachterstand wordt weggewerkt, dat was niet het pakkie-an van de gemeente, dank u beleefd.
In eerste instantie was er 15 miljoen euro uitgetrokken voor het opzetten van de schakelklassen, daarna moest het kabinet bezuinigen en, raar maar waar, verdubbelde dat budget. Dat ging zo: de regering wilde honderd miljoen bezuinigen op het gemeentelijk achterstandsbeleid, maar die bezuiniging werd door een motie van de regeringspartijen geschrapt. Uit diezelfde motie vloeide echter voort dat het achterstandsgeld voortaan voor slechts enkele zaken bestemd zou zijn, waaronder de schakelklassen. Het budget voor die klassen steeg daardoor van 15 naar 30 miljoen euro.
Tijdens recente discussies in de Tweede Kamer had minister Van der Hoeven echter laten doorschemeren dat ze nog wel bereid was met het onderwijsveld te overleggen. Bijvoorbeeld over de vraag wie er nu eigenlijk verantwoordelijk was voor de schakelklassen: de scholen of de gemeente. Tenminste, die bereidheid tot overleg hadden de vakbonden en besturenorganisaties op de publieke tribune geproefd.
Maar dat bleek een misvatting. Want in het uiteindelijke plan dat onlangs werd gepubliceerd in het Gele Katern, stelt de minister dat de gemeente verantwoordelijk is voor het indienen van een plan van aanpak voor het opzetten van schakelklassen, dat de gemeente de selectiecriteria bepaalt op basis waarvan leerlingen in een schakelklas geplaatst worden en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de doelstellingen en de te bereiken resultaten. ‘Hiermee zet de minister het hele onderwijsveld, met al hun kennis en ervaring op het gebied van onderwijsachterstanden, buiten spel. De school mag blijkbaar alleen nog maar uitvoeren wat een gemeenteambtenaar heeft bedacht’, zo reageren de vakbonden en de besturenorganisaties - in zeldzame eensgezindheid – in een open brief aan de minister. De gezamenlijke onderwijsorganisaties willen hierover alsnog overleg met de minister. En als dat overleg er niet komt, overwegen ze hun leden op te roepen niet mee te werken aan de uitvoering van de schakelklassen.

Vertrouwen
AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen zou het liefste zien dat het geld voor de schakelklassen direct naar de scholen zou gaan. “Mensen in het onderwijs weten hoe ze moeten omgaan met taalachterstanden. Gemeenten moeten zich niet inhoudelijk met onderwijs bezig houden, laat dat alsjeblieft aan het onderwijs over.”
“De minister zegt altijd dat ze vertrouwen heeft in de scholen”, meesmuilt Ton Duif, voorzitter van de Algemene vereniging van schoolleiders (AVS). “Ze zegt dat ze niet in detail wil voorschrijven wat scholen precies moeten doen. Totdat er een politiek interessante kwestie komt, die draait om integratie, en dan gaat zij de zaken zelf regelen met de gemeenten. Maar onderwijs is óns werk.”
Het interessante aan de discussies is ook dat nog niemand precies weet wat schakelklassen eigenlijk zijn. De minister heeft het over ‘bovenschoolse klassen voor leerlingen in het basisonderwijs die een dusdanige taalachterstand hebben dat zij niet met succes kunnen deelnemen aan het reguliere onderwijs’.
Betekent dit dat die leerlingen straks een heel jaar in een bovenschoolse-schakelklas-van-de-gemeente worden gezet, waarin zij alleen maar taalles krijgen en waarin dus een achterstand oplopen op alle andere gebieden? “Ik zou niet weten hoe ik het ánders zou moeten uitleggen”, zegt Verheggen van de AOb.
En een tweede curieuze zaak is dat indien een gemeente niet voor het opzetten van een schakelklas kiest, er gekozen kan worden voor een zogeheten verlengde schooldag. De betreffende leerlingen moeten dan vierhonderd uur per schooljaar extra naar school, ofwel twee uur extra per dag. ‘Voor de grootste doelgroep, kinderen van vier tot zeven jaar, is dit een veel te grote belasting’, vinden de onderwijsorganisaties.

Minder asielzoekers
Joop Vlaanderen, teamleider onderwijs van de besturenorganisatie Vos/ABB, denkt dat veel gemeenten bovendien helemaal niet zitten te wachten op de schakelklassen. “Veel gemeenten hebben dit soort taalklassen de afgelopen jaren juist opgeheven. Want de doelgroep – kinderen die door een taalachterstand niet kunnen meekomen in het onderwijs - is fors verminderd. De tweede en derde generatie allochtonen spreekt steeds beter Nederlands, en de instroom van asielzoekers is sterk verminderd.”
Vos/ABB vindt, net als de andere onderwijsorganisaties, dat het geld voor de schakelklassen beter aan de scholen kan worden gegeven. Die kunnen het inzetten in een bovenschoolse klas, samen met andere besturen, of in de eigen groepen. Of bijvoorbeeld in een speciale groep binnen één school. Vlaanderen: “Scholen kunnen veel beter op de vraag naar taalonderwijs inspelen dan de gemeenten. Als we die miljoenen dan toch inzetten, dan graag op een manier waarop scholen er iets aan hebben.”
Wat de bonden en besturenorganisaties ten slotte nog dwars zit, is dat de gemeenten zich bij het opzetten van de schakelklassen moeten laten begeleiden door een privé-onderneming. Ze hebben hierbij de keuze uit slechts twee bedrijven: een gedwongen winkelnering die volgens het onderwijsveld toch echt uit de tijd is.
AVS-voorzitter Duif hoopt dat de plannen van de minister nog veranderd kunnen worden, maar signaleert ook dat een deel van het leed al is geschied. “De schakelklassen zijn een onding uit het regeerakkoord, een plan dat door een nitwit achter zijn bureau is bedacht. Een plan dat, net als de kleutertoets, verschrikkelijk veel geld en energie kost en waar uiteindelijk niemand blij mee is.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.