• blad nr 22
  • 18-12-2004
  • auteur E.. Prins 
  • Het zit in de familie

 

Esther en Henny

Henny de Groot (53) en Esther Slaa-de Groot (29) zijn vader en dochter én directe collega’s. Esther maakte anderhalf jaar terug vanuit de accountancy de overstap naar het onderwijs en geeft nu les in de vakken economie en management & organisatie. Henny is al 29 jaar docent Engels. Samen zitten ze in hetzelfde kernteam bovenbouw havo/vwo van de VOS, de Vlaardingse openbare scholengemeenschap. “Het is heel probleemloos gegaan.”

Henny: “De meeste collega’s vonden het wel apart toen Esther hier kwam. Vooral vrouwen. Die vonden het op de een of andere manier vertederend. Het komt blijkbaar schattig over.”
Esther: “Jij straalt waarschijnlijk uit dat jij dat vindt.”
Henny: “Ik vind het vooral gezellig.”
Esther: “We vinden het allebei prettig dat we elkaar nu weer wat vaker zien.”
Henny: “Het is gewoon leuk.”
Esther: “Inmiddels is iedereen is er wel aan gewend. Ik ben gewoon een collega.”
Henny: “Voor mij ook. We geven ook niet hetzelfde vak, dus we bemoeien ons absoluut niet met elkaars lessen of zo.”
Esther: “Dat zou ik ook niet prettig vinden.”
Henny: “We zien elkaar eigenlijk alleen in de pauzes en tijdens vergaderingen.”
Esther: “Dan trekken we wel vaak naar elkaar toe, maar bijvoorbeeld beginnersproblemen bespreek ik liever met andere beginnende collega’s. Zij zitten toch in hetzelfde schuitje.”
Henny: “Dat kan ik me goed voorstellen.”
Esther: “En ik heb natuurlijk heel veel aan mijn man. Hij is ook docent economie. Hij is veel meer mijn adviseur dan mijn vader.”
Henny: “Het enige dat je mij wel eens vroeg was iets praktisch over de organisatie.”
Esther: “Ik weet dat ik altijd bij mijn vader terechtkan, maar ik wil het zelf doen en hij laat het me ook zelf doen. Gelukkig.”
Henny: “Wij hebben jullie altijd redelijk vrij gelaten.”
Esther: “Ja, we zijn vrij zelfstandig opgevoed. We konden thuis overal over praten, maar beslissingen namen we zelf. De overstap naar het onderwijs was ook echt mijn eigen beslissing.”
Henny: “Ik vond het eigenlijk een beetje zonde. Je had een goeie baan als accountant en je had net al die zware tentamens gehaald.”
Esther: “Ja, ik was bijna registeraccountant. Dat is ongeveer het hoogste wat je in de accountancy kan bereiken. Maar het laatste jaar werd ik er steeds ongelukkiger van. Die voortdurende prestatiedwang ging me steeds meer tegenstaan. Ik was alleen maar met mijn werk bezig. En het onderwijs had altijd wel een beetje in mijn achterhoofd gespeeld.”
Henny: “Niet door mij. Ik heb dat nooit aangemoedigd.”
Esther: “Nee, jij sprak er thuis eigenlijk nooit over.”
Henny: “Weinig. Ik vind het onderwijs hartstikke leuk. Maar de leuke verhalen zijn toch die over leerlingen of collega’s en zulke verhalen zijn volgens mij pas leuk als je de mensen kent.”
Esther: “Je was wel verbaasd hè, van de overstap?”
Henny: “Ja, je wilde altijd accountant worden en vroeger was je ook vrij ongeduldig.”
Esther: “Toch heb ik het leraarschap denk ik altijd wel ‘achter de hand’ gehouden. Zo heb ik tijdens mijn studie economie al een vak gevolgd dat je nodig had om de lerarenopleiding te kunnen doen en tijdens mijn werk gaf ik cursussen aan nieuwe werknemers. Uiteindelijk heb ik gewoon de gok gewaagd.”
Henny: “Toen heb ik je getipt over de vacature hier op school.”
Esther: “Natuurlijk hebben we het er wel over gehad. Of ik niet steeds gezien zou worden als ‘de dochter van’.”
Henny: “Of dat het voor mij vervelend zou zijn.”
Esther: “Stel dat het niet goed zou gaan.”
Henny: “Ik ben nooit bang geweest dat ik daar op aan zou worden gekeken. Bovendien had ik er het volste vertrouwen in dat je het goed zou doen.”
Esther: “Ik had ook al wat sollicitaties achter de rug, maar de banen lagen niet voor het oprapen. Zeker niet voor management & organisatie en dat vak wilde ik het liefst geven.”
Henny: “Het was een unieke gelegenheid.”
Esther: “Ik denk uiteindelijk dat ik ‘als dochter van’ wel een beetje voorsprong heb gehad.”
Henny: “Maar je hebt ook gewoon een goeie opleiding.”
Esther: “Ja, en heel veel economie- en m&o-docenten zijn er ook niet te krijgen.”
Henny: “Die kunnen in het bedrijfsleven veel meer verdienen.”
Esther: “Maar ik ben heel bij dat ik ben overgestapt. Ik voel me nu een stuk gelukkiger.”
Henny: “Volgens collega’s ben je voor het leraarschap geboren.”
Esther: “Ik geniet er echt van, van het contact met leerlingen en om iets van mijn vak over te brengen. Ik had me ingesteld op een heel zwaar eerste jaar. Maar dat is me honderd procent meegevallen.”
Henny: “Het is eigenlijk allemaal heel probleemloos gegaan.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.