• blad nr 22
  • 18-12-2004
  • auteur M. Vermeulen 
  • Column

 

Snel, sneller, snelst

Douwe Draaisme schreef er een prachtig boek over: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, en ik kreeg dat van de Goede Sint. Draaisma’s verklaring voor dit gevoel dat veel ouderen hebben, is eigenlijk een wonder van eenvoud: als je jong bent doe je veel ervaringen voor de eerste keer op. Dan is het als het ware druk en lijk je dus ook veel tijd te gebruiken voor die ervaringen. Word je ouder, dan gebeuren er veel dingen onopgemerkter, ze vallen je minder op. Het lijkt alsof jaren zomaar voorbij geschoten zijn zonder dat er iets opvallends gebeurde. Draaisma noemt dat het ineenschrompelen van de tijd, die daardoor langs ons heen lijkt te schieten.
De wet van Moore zegt dat de processorsnelheid van computers zich iedere achttien maanden verdubbelt. De verwachting is dat dit zeker nog tien jaar zo door zal gaan. Daarmee blijven de mogelijkheden die computers ons bieden in het zelfde exponentiële tempo toenemen. Wat gisteren nog onmogelijk leek, is morgen al weer achterhaald. Mede als gevolg hiervan neemt de totale hoeveelheid beschikbare kennis in de wereld zo explosief toe, dat we er eigenlijk op geen enkele manier meer grip op hebben. Anders gezegd (met dank aan onder anderen de Utrechtse onderwijskundige Robert-Jan Simons): de halfwaarde tijd van kennis neemt voortdurend af. Hadden we eerst halve eeuwen nodig om theoretische kennis te verwerven, nu doen we dat in halve weken, misschien zelfs wel in halve dagen. We draven in de meest letterlijke zin van het woord achter de feiten aan.
Waarom konden we 120 jaar doen met het onderwijsstelsel dat Thorbecke bedacht, hield de Mammoetwet daarna amper twintig jaar stand en kwamen we toen in een permanent gesleutel aan het onderwijs terecht? Dat is een fascinerende vraag, zeker als je bedenkt dat het personeel in het onderwijs er niet jonger op wordt. De basisvorming wordt alweer herontworpen en aan de hoeveelste generatie eindtermen is de bve-sector nu ook al weer bezig? Er lijkt sprake van een permanente onrust als het over ons onderwijsbestel gaat.
Herman van Veen schreef de prachtige tekst: ‘Opzij, opzij, opzij, want wij hebben zo’n verschrikkelijke haast’. Maar is al die haast nu eigenlijk wel verstandig? Zou onderwijs nu juist niet een soort rustplaats moeten bieden, waar je even mag nadenken voordat je over de volgende veertien conclusies struikelt, die al weer achterhaald zijn voordat je ze goed en wel uitgesproken hebt. En wát is dan precies de kern waar we wat langer bij stil willen staan, hebben we dat eigenlijk wel vastgesteld met elkaar?
Ik pleit niet voor rust in het onderwijs, maar wél voor bezinning. Al dat gehaast heeft het risico in zich dat we achter iedere voorbijkomende hype of goeroe aanhollen. In al die drukte kan het heel goed zijn om even een pas op de plaats te maken. De kerstboom, goed gezelschap en een goed glas wijn lenen zich daar bij uitstek voor.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.