• blad nr 22
  • 18-12-2004
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Conciërges hebben minder plezier in hun werk

Het onderwijsondersteunend personeel (oop) heeft in het primair en voortgezet onderwijs minder plezier in het werk. Schaalvergroting en angst om de baan te verliezen verminderen de arbeidsvreugde. In de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie waarderen oop’ers hun werk met een 6,1, een kleine stijging vergeleken met de 5,8 in 1998. Dit komt naar voren uit een onderzoek onder 1452 leden van de groep onderwijsondersteunend personeel van de AOb.

De angst om de baan te verliezen vermindert het werkplezier, blijkt uit interviews met ondersteunend personeel in het primair onderwijs. Vooral de procedure rond de formatie zorgt voor onrust. Scoren betrokkenheid en arbeidsvreugde rond de 7, de toekomstverwachting krijgt een 4,1.
In het voortgezet onderwijs is de schaalvergroting de boosdoener. Oop’ers hebben het gevoel alleen te staan en voelen zich niet meer betrokken bij de organisatie. Bovendien is de functie aanzienlijk zwaarder geworden maar blijft de inschaling daarbij achter. Onduidelijkheid over wie leidinggevende is en de kwaliteit van de leidinggevende beïnvloeden de arbeidsvreugde eveneens negatief.
Een conciërge heeft tegenwoordig met een heel andere schoolbevolking te maken dan vroeger. De leerlingen komen uit verschillende culturen, zijn assertiever en de agressie van zowel leerlingen als buurtbewoners is toegenomen.
Formeel mag een conciërge geen eindverantwoordelijkheid dragen, maar de praktijk laat anders zien. Een kwart van de oop’ers die leerlinggebonden functies uitvoeren, doet zijn werk zonder dat er sprake is van enig toezicht. Doorgroeien binnen het onderwijs of het vinden van een vergelijkbare functie buiten het onderwijs wordt volgens het onderzoek belemmerd. De toekomstverwachting van oop’ers in het voortgezet onderwijs scoort dan ook slechts een 5.
In de bve-sector is het onderwijsondersteunend personeel tevredener over de veranderingen en de manier waarop daarmee wordt omgegaan. De oop’er voelt zich dan ook met een 6,7 zeer betrokken. In het hoger beroepsonderwijs scoort de arbeidsvreugde het hoogst: 7,2. Minder tevreden is de oop’er daar over de betrokkenheid, het werkoverleg en het personeelsbeleid.
In alle sectoren wordt gesubsidieerde arbeid als een ‘monstrum’ ervaren. ‘Het is een afkalving van oop-werkzaamheden en duwt de kwaliteit van het onderwijs in een neerwaartse spiraal’, aldus de onderzoekers.
Naar aanleiding van dit onderzoek wil de groep onderwijsondersteunend personeel van de AOb graag met oop’ers overleggen over nieuw beleid voor de verschillende sectoren. Het bestuur is op zoek naar tien tot vijftien personen per sector. U kunt zich aanmelden per e-mail j.l.wouda@planet.nl. Het hele rapport is te vinden op www.aob.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.