- blad nr 19
- 6-11-2004
- auteur . Overige
- Het juridisch probleem
Ontslag
De volgende regels zijn van toepassing op het bijzonder onderwijs, niet op het openbaar onderwijs.
Als een werkgever de arbeidsovereenkomst met een personeelslid wenst te beëindigen, kan dat in het bijzonder onderwijs op twee manieren. Het bestuur kan, met inachtneming van de opzegtermijn, iemand ontslag aanzeggen. De tweede mogelijkheid is dat het bestuur een verzoekschrift bij de kantonrechter indient op grond van (bijvoorbeeld) verandering van omstandigheden. Indien de kantonrechter van mening is dat de arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd, dient hij tevens de vraag te beantwoorden of aan de werknemer een vergoeding moet worden toegekend. Voor het bedrijfsleven hanteert de kantonrechter vaak de zogenoemde kantonrechtersformule: A x B x C.
A staat voor het aantal dienstjaren, boven het veertigste levensjaar wordt dit een gewogen factor.
B staat voor het salaris, vermeerderd met een aantal emolumenten.
C staat voor de verwijtbaarheid bij de beëindiging.
A en B zijn meestal eenvoudig te berekenen. De kantonrechter gaat bij factor C na wie (de werkgever dan wel de werknemer) verwijtbaar heeft gehandeld. Wordt C op 1 gesteld, dan is er sprake van een neutrale ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Geen van beiden heeft in overwegende mate schuld aan de beëindiging. Als factor C door de kantonrechter op hoger dan 1 wordt gesteld, kan daaruit worden geconcludeerd dat de werkgever iets te verwijten valt. Op deze kantonrechtersformule bestaat een aantal varianten.
In de meeste gevallen wordt de kantonrechtersformule in het onderwijs niet toegepast. Dit komt omdat de kantonrechters er vaak van uitgaan dat de werkloosheidsuitkering in het onderwijs vele malen beter is dan in het bedrijfsleven. U kunt er dan ook zeker niet zonder meer op rekenen dat als de kantonrechter uw arbeidsovereenkomst beëindigt, u een vergoeding krijgt op basis van de kantonrechtersformule. Hoe dit ook zij, ook in de onderwijssector wordt de formule wel gehanteerd, maar minder vaak dan in het bedrijfsleven.