- blad nr 19
- 6-11-2004
- auteur . Overige
- Opinie
Drempels weg voor allochtoon talent
Gaat het goed met de integratie van de migrantenkinderen in ons onderwijs of is er reden tot ernstige zorg? En hoe zou de doorstroom van allochtonen verbeterd moeten worden?
Als ik kijk naar onze hogeschool, kan ik tevreden zijn over de grote aantallen migrantenkinderen die onze hogeschool bevolken. Hadden wij in 1997 nog 2500 allochtone studenten, nu zijn dat er meer dan 5000. En dit multiculturele en internationale klimaat is in alle onderdelen van onze hogeschool positief voelbaar. Uit de doorstroomgegevens van havo en vwo naar het hoger onderwijs blijkt dat de niet- Westerse allochtonen relatief vaker voor het hbo en wo kiezen dan de autochtone bevolking. Daaruit blijkt in ieder geval dat als allochtonen de enorme drempels van het middelbaar onderwijs met succes hebben genomen, zij opmerkelijk meer dan de autochtone bevolking doorstromen naar hbo en wo.
Percentage instroom allochtone studenten
in hbo en wo van 1995 tot 2002
Hbo wo
1995 4,6 % 4,6 %
1996 5,6 % 5,2 %
1997 5,9 % 5,7 %
1998 6,6 % 5,7 %
1999 6,9 % 6,1 %
2000 7,5 % 6.7 %
2001 7,9 % 7,5 %
Ook in de tijd gezien is het duidelijk dat de tweede generatie migrantenkinderen het veel beter doet dan de eerste generatie. De cijfers spreken boekdelen. Ondanks deze goede ontwikkeling is er ook reden tot zorg. Na de basisschool kiezen migrantenkinderen en hun ouders overheersend vaak voor het vmbo. Dat kan aan een gebrek aan ervaring van de ouders liggen. Het kan te maken hebben met het probleem van de first-generation-student. Hoe kunnen ouders die zelf niet gestudeerd hebben, hun intellectuele kinderen goed begeleiden naar mbo-4, havo en vwo en vervolgens naar hbo en wo? In dat proces gaat veel mis. Niet voor de allerbeste allochtone studenten. Die komen er toch wel. Maar wel voor die hele grote subtop. Daarin schuilt nog veel verborgen talent dat de Nederlandse samenleving goed kan gebruiken. Maar daarvoor is het absoluut noodzakelijk dat in de hoogste klassen van het basisonderwijs de leraren de allochtone leerlingen stimuleren naar het havo en vwo.
Talent
Enige Haagse basisscholen met veel allochtone kinderen werken nu met een kopklas. De brede scholengemeenschappen het Edith Steincollege en het Johan de Wittcollege en roc de Mondriaan onderwijsgroep hebben met de Haagse Hogeschool een ‘talentenprogramma’ opgezet. In dit programma worden ouderejaarstudenten ingezet als mentor of tutor, er wordt voorlichting gegeven aan ouders, er zijn huiswerkcursussen. Alles gericht op de doorstroom van allochtone leerlingen naar de Haagse Hogeschool en de TH Rijswijk.
In dit opzicht werkt de Cito-toets wellicht op een verkeerd moment van de leerontwikkeling van allochtone kinderen. Een in de leerontwikkeling te vroeg afgenomen Cito-toets kan kinderen al snel naar beneden drukken. Als de kinderen in de onderste regionen van het vmbo zitten, dan worden ze niet meer uitgedaagd op hun eigenlijke intellectuele niveau. En omdat een leerling in de theoretische leerweg in het vmbo maar eenmaal mag blijven zitten, lijken docenten de kinderen, die even minder presteren, al snel de beroepsgerichte leerweg te adviseren. Dit geeft uiteraard helaas minder toekomstperspectief. Na het beroepsgerichte vmbo komen ze bijna automatisch in het mbo niveau 1 en 2. Ook de leraren in de brugklas zullen de ouders van de allochtone kinderen meer moeten enthousiasmeren voor een hogere studie. Het kan, het zit er echt in en wij moeten deze talenten er ook uit halen.