- blad nr 19
- 6-11-2004
- auteur E.. Prins
- Redactioneel
Schoolbeurs kan kinderarbeid in Brazilië niet tegengaan
‘Op de vuilnisbelt verdienen ze meer’
Een lokkertje. Zo ziet Eliane Ferreira de Bolsa Escola (schoolbeurs). De schooldirecteur vindt het een rare methode om het schoolgaan in Brazilië te stimuleren. Ze zou liever zien dat het geld besteed werd aan het onderwijs opdat de pedagogische waarde en het maatschappelijk belang de aantrekkingskracht van een school vormen in plaats van 15 reals (5 euro). Maar ze weet: in de wijk waar haar school staat is dat een utopie.
‘Haar school’, de openbare basisschool Ministro Gustavo Capanema, staat in het Complexo de Maré, een conglomeraat van zo’n zestien favela’s op een van de vele heuvels aan de randen van Rio de Janeiro. Favela betekent sloppenwijk, maar sloppen zijn de onafgebouwde stenen huizen aan de overkant van de school niet. De belangrijkste kenmerken van een favela zijn overdag, in de stralende zon, dan ook niet te zien. Die openbaren zich vooral ’s avonds, als het donker invalt: wetteloosheid en geweld. In de meeste favela’s zijn het - rivaliserende - drugsbendes die er met geweld de dienst uitmaken. Overheid en politie hebben hier niets te zeggen, die wagen zich er vaak niet eens.
“Elke avond zijn hier schietgevechten”, zegt kleuterjuf Ana terwijl ze met een grote sleutelbos hek na hek openmaakt. De school ligt precies op de grens van twee rivaliserende wijken. “Veel scholen in de omgeving hebben ‘s avonds hun deuren al gesloten”, zegt ze. Deze school is daarop een uitzondering, maar het ommuurde betonnen gebouw oogt met de vele hekken en tralies meer als een gevangenis dan als een basisschool.
“Hier wonen de mensen met de laagste inkomens, mensen die geen alternatief hebben”, zegt directeur Ferreira. De werkloosheid is hoog en criminaliteit en drugs vormen voor veel kinderen een aanlokkelijker alternatief dan school, weet ze. Veel ouders zijn bovendien zelf analfabeet en hechten weinig belang aan school.
Toch puilt haar school uit: de meeste klassen tellen meer dan 35 leerlingen. Om 12.00 uur zit de schooldag er voor de ochtendgroepen al weer op. De meeste kinderen in Brazilië krijgen maar 4,5 uur per dag les. De leerlingen hollen uitgelaten richting de schoolkantine voor een lunch van kip, rijst en bonen. “Kinderen komen naar school omdat er thuis niets te eten is”, zegt Ferreira. “Op school krijgen ze in elk geval één keer per dag een fatsoenlijke maaltijd. Gratis.”
Of de Bolsa Escola heeft geleid tot meer leerlingen, durft ze niet te zeggen. Het leerlingaantal is op haar school tussen 1999 en nu weliswaar van 800 naar 1450 leerlingen gegaan, maar dat komt volgens haar voornamelijk door uitbreiding van de wijk. Wel wordt er sinds de invoering van de beurs een stuk minder gespijbeld.
Kinderarbeid
De eerste resultaten van het Bolsa Escola-programma in Brasilia, de hoofdstad waar het al in 1995 werd ingevoerd, zijn overwegend positief. Zo bleek uit een evaluatie van Unicef uit 1997 dat door de beurs aanzienlijk meer kinderen naar school gingen. De Bolsa leidde bovendien tot aanzienlijk minder kinderarbeid in de hoofdstad. Ook Unesco en de Wereldbank zijn positief over het programma.
Volgens Nanko van Buuren is de begintijd van het programma in de hoofdstad echter niet te vergelijken met de huidige praktijk in bijvoorbeeld Rio de Janeiro. De Nederlandse arts woont en werkt al bijna twintig jaar in Brazilië. Hij is oprichter en directeur van IBISS, een Braziliaanse hulporganisatie die zich inzet voor de meest kansarme groepen in de sloppenwijken van Rio.
In Brasilia waren de organisatie en distributie goed geregeld, vertelt Van Buuren. Iedereen die er volgens de criteria recht op had, kreeg de beurs. Ook was de beurs daar in de begintijd hoger dan nu. Maar wellicht het meest belangrijke: in Brasilia zat er een pedagogische visie achter. Moeders kregen daar niet alleen geld, maar ook begeleiding en scholing zodat ze het belang en de waarde van onderwijs in gingen zien en hun kinderen konden stimuleren. En aan al die randvoorwaarden ontbreekt het in Rio.
“De Bolsa Escola is geen onderwijspolitiek, maar sociaal-economische politiek”, zegt pedagoog Tiana Sento Sé, die de coördinatie heeft over het informatiecentrum van IBISS.
Ze gelooft dat de Bolsa Escola zeker een positief effect heeft op het aantal kinderen dat naar school gaat en op school blijft. “Kinderen die eerst maar wat op straat rondhingen, worden nu door hun ouders meer gestimuleerd om naar school te gaan, omdat ze het geld goed kunnen gebruiken.” Leerplicht kent de Braziliaanse wet niet. Of ouders hun kinderen naar school sturen, is dus een vrije keus en dan kan die 15 reals net dat zetje zijn.
Toch zou ze, net als Eliane Ferreira, liever zien dat het geld niet in allerlei beurzen werd gestoken, maar in de kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Tiana Sento Sé, die zelf jarenlang leerkracht en schooldirecteur was, gelooft heilig in de kracht van onderwijs om mensen vooruit te helpen. Maar helaas is het onderwijs daarvoor op de meeste openbare scholen niet goed genoeg toegerust, weet ze, omdat er jarenlang structureel te weinig in is geïnvesteerd.
Een lerarensalaris is zo laag, gemiddeld zo’n 700 reals (220 euro) dat veel hoogopgeleiden ander werk verkiezen, vertelt ze. Veel scholen nemen daarom noodgedwongen genoegen met lager opgeleide leerkrachten, die niet zijn opgewassen tegen de vele problemen die ze in de favela’s tegen komen. De sloppenwijken zijn bovendien geen populaire werkplek, waardoor veel scholen een tekort aan leraren hebben wat weer leidt tot (over)volle klassen en lesuitval. Hierdoor stijgt de werkdruk nog meer en raken de leerkrachten en de leerlingen gedemotiveerd. Bovendien zijn de gebouwen vaak slecht onderhouden en de lesmethoden verouderd, somt ze als problemen op.
En daar verandert de Bolsa Escola niets aan. “Het is een cosmetische operatie”, zegt schooldirecteur Ferreira. “Het lenigt voor veel families misschien de ergste armoede, maar het onderwijs schiet er niet veel mee op.”
Hippe stranden
Kritiek is er ook op de uitvoering. Rio heeft, net als alle andere gemeenten, een beperkt aantal beurzen. Dit aantal is gebaseerd op het gemiddelde inkomen. In Rio woont bijna de helft van de ruim 12 miljoen inwoners in de favela’s. Maar in het centrum en langs de hippe stranden van Copacabana en Ipanema wonen ook veel (extreem) rijke mensen. Dat trekt het gemiddeld inkomen van de stad flink op. Rio heeft daarom te weinig beurzen voor iedereen die er volgens de criteria voor in aanmerking komt.
Van haar school hadden volgens Ferreira in 2001, toen de beurs in Rio werd ingevoerd, 250 van de ongeveer 450 families recht op de beurs. Die had zij ook aangemeld, want, tot haar ergernis, moest de school dat doen. “Dat kost veel tijd die ik liever aan het onderwijs zou besteden.”
Haar irritatie werd echter nog groter toen bleek dat ‘slechts’ 180 families de beurs kregen. Op welk gronden het stadsbestuur die selectie heeft gemaakt? Ze weet het niet, maar de ouders houden de school wel verantwoordelijk. Zij doen immers de aanmeldingen. Ze heeft dan ook al veel boze ouders aan haar bureau gehad.
Sinds 2001 is er bovendien nooit meer een nieuwe aanvraagronde geweest. Daardoor zijn er ongetwijfeld veel ouders die de beurs onterecht krijgen en veel anderen die het geld onterecht (nog) niet krijgen. Deze onduidelijkheid en schijnbare willekeur leidt tot boosheid, frustratie en achterdocht.
Zo zijn er hardnekkige geruchten dat politieke voorkeur van invloed zou zijn, afhankelijk van wie er waar aan de macht is. Eliane Ferreira durft het niet te bevestigen, maar Nanko van Buuren wel. “Met zo’n beurs kan je je als politicus populair maken.” Hij is ervan overtuigd dat ‘stemmenwinst’ meetelt. “Het geld komt in elk geval zeker niet altijd terecht bij de mensen die het het hardst nodig hebben.”
Van Buuren laat de favela Villa Beira Mar zien, waar de armsten van de armsten wonen. “Hier zou bijna iedereen in aanmerking moeten komen, maar ik schat dat slechts een vierde van de gezinnen de beurs krijgt”, zegt Elisabete Perere Borghi, directeur van Souza Herdy, de enige school in de favela.
Precieze cijfers kent ze niet, want hier is het niet de school, maar de wijkraad en de kerk die de aanmeldingen doen. Niet voor de Bolsa Escola overigens, maar voor de Cheque Cidadão, een vergelijkbare beurs. Souza Herdy wordt niet meegenomen in het Bolsa Escola-programma omdat het geen officiële gemeenteschool is, vertelt Perere Borghi.
De school is begin jaren negentig opgezet door IBISS, de kerk, de wijkraad en de UniGrand Rio, de universiteit waar Perere Borghi docente pedagogiek is. “De gemeente wilde hier geen school vestigen”, zegt Van Buuren, “want officieel woonden er geen mensen.”
Maar die wonen er wel: zo’n 7000, van wie een groot deel in houten krotten van kriskras aan elkaar gespijkerde planken. De ‘straten’ zijn van modder met overal hopen afval, waar ouders en kinderen blootsvoets doorheen lopen. Wie het ietsje beter krijgt, verhuist naar het ‘stenen deel’ van de wijk, aan de overkant van een stinkend slootje vol vuilnis.
“Veel van de mensen hier komen nergens voor in aanmerking, omdat officiële papieren ontbreken”, zegt Julia Goncalves, voorzitter van de wijkraad. Veel mensen hebben niet eens identiteitspapieren, laat staan een loonstrookje.
De krottenwijk is zo’n twintig jaar geleden ontstaan, vertelt Goncalves. De meeste bewoners komen, net als zij, uit het Noordoosten van Brazilië, het armste deel. Ze hopen in de stad een beter leven te vinden, maar belanden hier letterlijk op de vuilnisbelt. De grootste ‘werkgever’ is de nabijgelegen vuilnisbelt, een berg afval zo groot als 25 voetbalvelden bij elkaar, 36 meter hoog. Een complete bedrijfstak van rapers en sorteerders is er omheen ontstaan. Officieel mag het niet, maar onder hen bevinden zich ook veel kinderen. Naar schatting werken in heel Brazilië meer dan een miljoen kinderen tussen de tien en veertien jaar.
Wachtlijst
Of de Bolsa Escola helpt tegen dit soort kinderarbeid? De geïnterviewden denken van niet. Daarvoor is 15 reals te weinig. “Met werken verdienen ze meer”, zegt Tiana Sento Sé. Bovendien is school niet altijd een middel tegen kinderarbeid, want een schooldag duurt meestal maar een dagdeel.
Directrice Ferreira schat dat zo’n tachtig procent van de kinderen in Villa Beira Mar naar school gaat, naar haar school of naar de openbare basisschool die een stuk verder weg aan de andere kant van de snelweg ligt. Van die twintig procent die niet naar school gaat, zien of de ouders er het nut niet van in of er is geen plek, zegt ze. Officieel mogen scholen geen leerlingen weigeren, maar in de praktijk gebeurt dat wel. Souza Herdy heeft ook een wachtlijst.
Of de cheque ouders stimuleert om hun kinderen naar school te sturen? “Misschien wel”, zegt Ferreira voorzichtig. Maar een goede stimulans vindt ze het niet. “Daarmee betrek je de ouders niet en dat is juist zo belangrijk.” Haar school heeft daarom twee sociaal werkers in dienst die letterlijk langs de deuren gaan om ouders te stimuleren en te begeleiden. “Alleen een beurs is niet genoeg.”
Schoolbeurs lovend ontvangen
“Een groot succes.” Zo noemt president Lula van Brazilië het Bolsa Escola-programma waarmee ook de armste kinderen de kans krijgen om naar school te gaan. “Het gaat niet alleen om geld, maar we leren mensen ook burgerschap. We geven niet alleen eten, maar zorgen ook dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun onderwijs en dat van hun kinderen”, betoogde de oud-vakbondsman op het Wereld Congres van Education International, eind juli in Porto Alegre in Brazilië. Ruim 1500 vertegenwoordigers van onderwijsvakbonden van over de hele wereld, waaronder de AOb, waren op het congres aanwezig. Education International(EI) is een koepelorganisatie van onderwijsvakbonden en vertegenwoordigt zo’n 29 miljoen leerkrachten via 345 lidorganisaties uit 165 landen. Dit vierde wereldcongres stond in het teken van ‘kwalitatief onderwijs voor iedereen’. Ook EI-voorzitter Mary Hatwood Futrell prees in haar openingstoespraak de schoolbeurs als een ‘creatieve benadering’ om onderwijs ook voor de armste kinderen toegankelijk te maken.
Nieuwsgierig geworden, ging het Onderwijsblad na afloop van het congres naar de sloppenwijken van Rio de Janeiro om de uitvoering van het programma’ in de praktijk te bekijken.
Bolsa Escola
Het Bolsa Escola-programma is in 1995 van start gegaan in Brasilia, de hoofdstad van Brazilië. Het werd ingevoerd door gouverneur Christovam Buarque, die het idee zelf had ontwikkeld toen hij nog professor aan de universiteit van Brasilia was. In 2001 maakte president Cordosa er een landelijk programma van. Onder president Lula, die in 2002 aan de macht kwam, is de Bolsa Escola geïntegreerd in de Bolsa Familia, een complex systeem van beursen voor onder meer eten en gas. Een gezin kan voor de Bolsa Escola in aanmerking komen als er per lid van het gezin niet meer dan 90 reals per maand aan inkomen is. Dat is ongeveer 30 euro. Ook moet(en) de ouder(s) een baan hebben of ingeschreven staan als werkzoekende. De Bolsa Escola is 15 reals per kind, dat is ongeveer 5 euro en ook in Brazilië is dat niet veel. De beurs geldt voor maximaal drie kinderen in de leeftijd van zes tot zestien jaar. Voorwaarde is dat ze niet meer dan twee dagen school per maand afwezig mogen zijn.
Op dit moment krijgen ongeveer 4 miljoen families de schoolbeurs. Het streven is dat dat er in 2006 ongeveer drie keer zoveel zijn: 11 miljoen families, waarmee de Bolsa Escola dan ongeveer alle 44 miljoen mensen zou bereiken die van minder dan 1 dollar per dag rond moeten zien te komen.
De Wereldbank steekt voor de komende vier jaar 572 miljoen dollar in het Bolsa Familia-programma.