• blad nr 19
  • 6-11-2004
  • auteur D. Hollander 
  • Redactioneel

 

Boekbespreking

Een beslissend jaar
Onderwijsjournaliste Esther Hageman liep een jaar mee in groep 8. 'Een beslissend jaar' is de titel van het te boek gestelde resultaat. Beslissend omdat dan duidelijk moet worden waar de leerlingen naar toe gaan: vmbo, havo, vwo?

Dat kan boeiend worden: een buitenstaander die een heel jaar een groep leerlingen volgt. De beste die ooit over zijn klassen heeft geschreven, blijft natuurlijk schoolmeester Theo Thijssen, maar een blik van buiten kan iets toevoegen. Zoals jaren geleden de reportages in het weekblad Vrij Nederland. Maar helaas, niet alleen blijft de meester onovertroffen in zijn beschrijving van het onderwijsproces, Hageman komt zelfs niet in de buurt.
In het schooljaar 2001/2002 was Hageman aanwezig op een basisschool in een achterstandswijk van Leiden. Daardoor doen sommige zaken wat gedateerd aan, maar dat is niet het voornaamste bezwaar. Ernstiger is dat het boek niet veel meer is dan een fors aantal aan elkaar geplakte, op zich niet slechte, reportages. Veel lijn zit er niet in, behalve dat het jaar gestaag vordert. Hageman beschrijft alles keurig, het kabbelt maar voort. Nieuwsgierigheid moet je met een kaarsje zoeken. En dan maakt de schrijfster ook nog eigenaardige keuzes. Het verhaal van een leerling dat hij een zandsculptuur op het strand van Scheveningen heeft vernield wordt gecheckt. De slechte samenwerking met het bureau jeugdzorg neemt Hageman voor kennisgeving aan.
Een buitenstaander verbaast zich eerder over zaken die intern als normaal worden beschouwd. Dat overkomt Hageman zelden. Een van de weinige dingen die haar opvallen, is het lange vergaderen van het schoolteam. Grote lappen tekst zijn in dialoogvorm opgeschreven, vaak zo van iedere spirit ontbloot, dat je denkt: zo saai kan het in die klas toch niet geweest zijn?
Onduidelijk blijft hoe vaak Hageman echt in de klas aanwezig was. Wel is ze met veel uitstapjes meegeweest. Die worden uitgebreid beschreven, maar hebben weinig met het beslissende karakter van groep 8 te maken. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de situatie van het basisonderwijs in Leiden.
Is er dan niets goed aan het boek? Jawel, er staan soms boeiende voorvallen in. Bijvoorbeeld wanneer Amina die uit de klas is gestuurd, haar grote broer Ekrem mee naar school neemt.

‘Laat mij maar even’, zegt in de docentenkamer de directeur tegen juf Bernadette. ‘Zeg jij maar even niks.’ Ekrem is een breedgebouwde, gedrongen jongen van een jaar of achttien, die vroeger ook hier op school zat. De directeur komt hem in de hal tegemoet en neemt hem mee naar de teamkamer. ‘Dag, Ekrem. Amina, wacht jij maar even boven’, zegt ze. In de krappe teamkamer zegt de directeur: ‘Kom maar even gezellig naast me zitten.’ Ekrem gaat aan de lange tafel naast de directeur zitten. Aan de overkant zit juf Bernadette, die zwijgt. ‘Je dacht: ik wil wel eens even horen wat er aan de hand is met Amina?’, vraagt de directeur. ‘Ja’, zegt Ekrem, ‘ze mag niet meer in de klas zitten.’ ‘Dat klopt, Ekrem’, zegt de directeur. ‘Ze is uit de klas verwijderd omdat ze voortdurend dwarsligt. Vanmorgen tijdens gym deed ze dat net een keer te veel. Van de week is ze nog gewaarschuwd dat het zo niet goed gaat. Maar nu vanmorgen ging het al fout. Dus voorlopig moet ze maar eens even buiten blijven. Want dit gedrag kunnen we niet tolereren.’ ‘Ze zoekt de confrontatie?’, vraagt Ekrem. ‘Ze zoekt voortdurend de confrontatie, ja.’ ‘Dat deed ik vroeger ook’, zegt Ekrem. ‘Jij was niet gemakkelijk, maar Amina is helemaal niet gemakkelijk’, zegt de directeur. ‘Vergeleken met Amina was jij een stuk gemakkelijker.’

Eén hand kan niet klapt

Vrijwel tegelijkertijd met het boek van Hageman verscheen een bundel met verzamelde columns van Kees Beekmans, ‘Eén hand kan niet klapt en andere verhalen uit de zwarte klas’. En dan denk je na lezing: laat het schrijven over het onderwijs maar over aan de leerkrachten zelf, als ze dat tenminste kunnen.

Kees Beekmans kan dat. Als journalist werkte hij bij de Volkskrant, daarna maakte hij de overstap naar het onderwijs. Tien jaar gaf hij les in schakelklassen aan leerlingen die pas uit het buitenland waren gekomen. Zijn columns zijn eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad, Trouw en De Groene Amsterdammer. In De Groene staat nog steeds iedere week een column van hem. Sinds 2003 geeft Beekmans les op een praktijkschool, een schooltype voor leerlingen die op het gewone vmbo niet mee kunnen komen.
Hij vindt zelf dat hij in de loop der jaren anders over onderwijs is gaan schrijven. In het begin deed hij vooral verslag van de nieuwe wereld die voor hem open was gegaan. Later werd zijn blik kritischer. Het heeft, denkt hij, ook wel wat te maken met de verharding jegens allochtonen. In zijn voorwoord schrijft hij: ‘Ik ben bang dat ik niet immuun ben gebleken voor de tijdgeest en dat iets van die houding, van het geen-geduld-meer-hebben-met ook tot mij en dus ook tot mijn stukken is doorgedrongen.’ Maar, voegt hij eraan toe, ‘voor de klas staand merk je nauwelijks waar die kinderen eigenlijk vandaan komen, het doet er ook niet toe. In de klas leer je vooral hun karakter kennen, al die verschillende karakters. Het was, en is nog altijd, een van de dingen die het onderwijs voor mij zo aantrekkelijk maken.’
En dat lees je aan zijn verhaaltjes af, de liefde voor zijn werk en de leerlingen. In een beeldende, bondige schrijfstijl schetst hij een gebeurtenis en de oplossing of de machteloosheid van de leerkracht. Misschien wordt het het best geïllustreerd door de aanvangszinnen van enkele columns te citeren.

Met vertrokken mond hoort Ali mij aan, zijn blik strak op zijn schrift gericht. Ik ben bezig zijn fouten te verbeteren en voor iemand als Ali is dat pijnlijk. Telkens als ik mijn vinger leg op een woord dat daar niet had moeten staan, knippert hij met zijn ogen, een paar keer snel achtereen. Nee Ali, hier had je niet ‘moeder’ moeten invullen maar ‘het kind’, want nu staat er: ‘moeder krijgt een pak voor zijn broek’, en dat is toch raar want… Arme Ali. Met tegenzin, en met kracht, krast hij de woorden door. Daarna beitelt hij het juiste woord erboven.

Rachid is een nog kleine Marokkaanse jongen van veertien jaar. Er brandt vuur in zijn bijna zwarte ogen. Een zo felle blik zie ik bij niet veel leerlingen.

Miguel is eruit gestuurd maar zegt dat hij niks heeft gedaan. Dus de juffrouw heeft je eruit gestuurd zonder dat je iets hebt gedaan, vraag ik hem, en hij knikt van ja. Dus als ik nu met jou naar de juf toe loop, dan zegt ze: ja, ik heb Miguel eruit gestuurd, maar hij heeft eigenlijk niks gedaan? Daarop blijft het stil.

Voor wie nog nooit wat van Kees Beekmans heeft gelezen, is ‘Eén hand kan niet klapt’ een mooie kans om dat gemis in te halen.

Een beslissend jaar. Vier seizoenen in groep 8. Door Esther Hageman, uitgeverij Het Spectrum, 238 blz., ISBN 90 274 9772 9.

Eén hand kan niet klapt en andere verhalen uit de zwarte klas. Door Kees Beekmans, uitgeverij Het Spectrum, 240 blz., ISBN 90 274 9720 6.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.