• blad nr 19
  • 6-11-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

De gevolgen van de kabinetsplannen voor Aukje, Christina, Paul, Saskia, Frank, Kees en Marijke

Werken in het onderwijs is fantastisch, maar soms zit het tegen. Zo beland je als docent opeens in de ww doordat bezuinigingen jouw school treffen. Als je ziek bent, kom je in de ziektewet of als het echt tegenzit in de wao. Het sociaal stelsel is een vangnet voor tegenslag dat ervoor zorgt dat mensen die buiten hun schuld echt niet kunnen werken toch een aanvaardbaar inkomen hebben. De kabinetsplannen zijn een aantasting van dat principe, zo blijkt uit de voorbeelden van Aukje, Christina, Paul, Saskia, Frank, Kees en Marijke. En dan hebben we het nog niet eens over de andere maatregelen die de koopkracht aantasten, zoals de onnodige verhoging van ww-premie, de stijgende kosten van ziektekostenverzekeringen, enzovoorts, enzovoorts.

Aukje, starter met invalbaan

Aukje de Vries is 26 jaar en werkt nu zeven maanden als invaller op basisschool Petteflat. Na tien sollicitatiebrieven en eindeloos wachten bij telefoon, kwam opeens op de oude stageschool van Aukje een invalbaan vrij. Een collega ging met zwangerschapsverlof en dat liep door omstandigheden een beetje uit. Ze verdiende als beginner behoorlijk, zo merkte ze, meer dan haar kennissen die heao hadden gedaan. En na de studiebeurs was het een royaal bedrag: het salaris voor een beginner (LA1) bedraagt bruto €2120 en netto ongeveer €1497.
De groep zes die ze had beviel haar best, maar helaas liep de baan op z’n eind. Aukje heeft na vertrek bij de Petteflat niet meteen een nieuwe baan. Nu komt zij nog in de ww terecht. Dat is voor iemand met weinig arbeidsverleden geen vetpot, maar ze valt na het toch interessante onderwijssalaris niet helemaal terug op het niveau van de studiebeurs. Wie kort heeft gewerkt (tenminste 26 weken van de laatste 39 weken en minder dan vier jaar in totaal) krijgt 108 procent van het minimumloon en dat maximaal zes maanden. Zo’n kortlopende ww-uitkering komt neer op bruto €885 plus een aanvullende uitkering van bruto €480. In totaal dus €1365 bruto; €967 netto.
In de kabinetsplannen verdwijnt deze mogelijkheid totaal. Wie niet voldoende arbeidsverleden (tenminste vier jaar) heeft, is aangewezen op de wet Werk en inkomen, zeg maar de oude bijstand. De uitkering daarvan bedraagt voor een alleenstaande, ouder dan 21: €575 bruto.
Voor de bijstand gelden echter strenge regels. Eén daarvan is dat het vermogen en inkomen van huisgenoten meetelt. Aukje is net gaan samenwonen met haar vriend, die wel een baan heeft. Maar ook als zij nog bij haar ouders zou wonen, die een eigen huis hebben, telt het inkomen van de ouders en hun vermogen mee om te bepalen of zij een uitkering krijgt. In beide gevallen zou zij straks helemaal niets meer krijgen.

Christina, herintreedster

Christina Vermeulen was er even tussenuit. Ze kreeg drie kinderen, Mink, Robbe en Floor, en wilde in die jaren thuis zijn. Na zes jaar, toen de jongste naar school mocht, besloot Christina weer te gaan werken. Ze kon weer terugkomen op basisschool Toermalijn, voor drie dagen in de week in een gezellige groep acht. Ideale baan, maar deze week viel er een ontslagaanzegging op de mat. De overheid kort op het achterstandsbudget, de gemeente heeft dat doorvertaald naar de school. Weg baan. En de financiële consequenties zijn enorm. Ze kon bij terugkeer op grond van haar eerdere arbeidsverleden en de in het onderwijs meetellende herintredersjaren, een behoorlijk salaris bedingen, LA 11 voor drie dagen (zestig procent werktijd). Dat is bruto €1538 en netto €1170.
Wanneer ze inderdaad ontslagen wordt, valt ook Christina terug op een kortlopende uitkering, dus dezelfde €885 als Aukje plus €460 als aanvullende uitkering, totaal €1345 bruto. Een stap terug, maar niet zo erg als de nieuwe plannen van het kabinet doorgaan. Dan zal namelijk ook voor haar de bijstand gaan gelden. En gezien de inkomens- en vermogenstoets (partner, eigen huis), krijgt Christina helemaal niets.

Paul en Saskia, arbeidsongeschikt

Wat er die dag nu precies gebeurde, is niet helemaal meer te achterhalen, maar er knapte iets. Opeens, zo van de ene op de andere dag, zat Paul Visser thuis. Zijn omgeving riep later ‘dat ze het al hadden zien aankomen’, maar niemand greep op tijd in. Na tijden kwakkelen, kwam het oordeel van de keuringsarts. Hartklachten, volledig arbeidsongeschikt. Het wao-verhaal is nu al buitengewoon gecompliceerd, maar in hoofdlijnen komt het hier op neer. Een wao-uitkering bedraagt zeventig procent van het laatstverdiende loon met een maximum. In het onderwijs is dat nog iets beter geregeld: bovenop dat wettelijk maximum is er een invaliditeitspensioen, waar Paul (schaal LD) ook recht op heeft om inderdaad op zeventig procent van zijn oude inkomen uit te komen. Uiteindelijk zal het dus minimaal neerkomen bij het einde van de schaal LD op (zeventig procent van 4459 euro bruto) ongeveer 3121 bruto. Maar mensen worden echter zelden volledig afgekeurd. Saskia van Dam is bijvoorbeeld voor vijftig procent herplaatsbaar; als haar werkgever haar herplaatst, wordt haar loon aangevuld met een wao-uitkering over de andere helft van het inkomen. Ontslaat de werkgever haar, dan is zij voor de helft werkloos en voor de andere helft arbeidsongeschikt. Voor haar is er dan de suppletieregeling, een combinatie van ww en wao van minimaal zeventig procent van het laatstverdiende loon.
In de kabinetsplannen wordt het allemaal veel ingewikkelder. Alleen mensen die méér dan 80 procent worden afgekeurd, komen in aanmerking voor wao. In andere gevallen moet de werkgever opdraaien voor het inkomen van de arbeidsongeschikte en als dat niet lukt, komt iemand in de ww of uiteindelijk in de bijstand. De FNV heeft berekend dat de kabinetsplannen neerkomen op een inkomensverlies van rond de veertig tot tachtig procent, terwijl iemand er nu met de wao bruto maximaal dertig procent op achteruit gaat.

Conciërge Frank, ziek

Frank Koster is de spil waar de school om draait: hij kent alle leerlingen van basisschool Hoeksteen bij naam, zorgt voor koffie, de apparatuur en doet alle klussen als iemand het hem vraagt. Maar tijdens het sporten loopt hij een ingewikkelde rugfractuur op, waardoor Frank in de ziektewet belandt. Zijn salaris (schaal 3, negen dienstjaren) is 1871 euro bruto (1376 netto) per maand. In het onderwijs is het in de cao afgesproken dat tijdens het tweede ziektejaar een aanvulling op de uitkering plaatsvindt. Achttien maanden krijgt Frank zijn volledige salaris, daarna tachtig procent. De kabinetsplannen maken voor het tweede ziektejaar een einde aan die uitkering. Vanaf de start van het tweede jaar krijgt men maximaal zeventig procent, dat is in Franks geval rond de 1000 euro netto per maand.

Kees en Marijke, ontslagen

Het rommelt in de internationale schakelklassen van het voortgezet onderwijs, waar Kees Paulissen (43) al vijftien jaar werkt. Deze maand maakte zijn instelling bekend dat er 30 fulltimers uit moeten. Kees zit in schaal LB, het bepalen van de ontslagvergoeding is een crime. Maar globaal komt het op het volgende neer. Naast de ww (zeventig procent van het laatstverdiende inkomen) kent het onderwijs een bovenwettelijk deel waardoor het inkomen van Kees na tweeënhalf jaar ww met nog eens tweeënhalf jaar wordt verlengd. Dat bovenwettelijke deel mag niet meer in de plannen van het kabinet. In het eerste plan werd dat helemaal geschrapt, nu mag iemand nog een extra vergoeding van ten hoogste één jaarsalaris hebben. Uiteindelijk komt dat voor Kees neer op meer dan een halvering van het bovenwettelijk deel. In het eerste jaar komt dat neer op een uitkering van 78 procent, de ww loopt daarna nog anderhalf jaar door en kan met behulp van het bovenwettelijk deel nog een jaar en vier maanden verlengd worden.
Zijn collega Marijke de Wit (53 jaar) heeft het veel moeilijker. Wanneer de nieuwe plannen werkelijkheid worden, is zij echt de klos. Met meer dan twaalf dienstjaren zou zij nu eventueel tot haar 65ste een werkloosheidsuitkering kunnen krijgen, straks wordt dat maximaal drie jaar plus een eventuele verlenging van een jaar en vier maanden vanwege het bovenwettelijke deel. Maar daarna volgt, als Marijke geen nieuwe baan kan vinden, onherroepelijk de bijstand.

Wat kost eerder stoppen met werken?

Iedereen heeft te maken met de plannen voor prepensioen en levensloop. Zolang onduidelijk is wat het definitieve model wordt, is nauwelijks precies te berekenen wat een nieuwe regeling gaat kosten. Duidelijk is in elk geval dat het kabinet het belastingvoordeel over de premieheffing wil afschaffen. Formeel kan de vut en het prepensioen namelijk blijven bestaan, het wordt alleen duurder. De rekenmeesters van de AOb hebben geprobeerd in te schatten wat iemand extra kwijt is om een premie op te hoesten om de huidige fpu in stand te houden. Wie nog maar kort werkt, zoals Aukje, heeft meer tijd om een spaarpotje op te bouwen en is rond de 170 euro extra per maand kwijt. Iemand als Paul, die voor in de vijftig is, moet rekenen op 250 euro per maand. Daarbij gaat de AOb nog uit van een collectief stelsel, want als mensen zich, alleen bij een verzekeringsmaatschappij mogen inschrijven, zoals het kabinet wil, komt daar zeker dertig procent bovenop.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.