• blad nr 17
  • 9-10-2004
  • auteur T. Snel 
  • Redactioneel

 

Raad pleit voor kleinere scholen

De Onderwijsraad vindt het realiseren van kleinschalig onderwijs zo belangrijk dat scholen voor voortgezet onderwijs een eenmalige subsidie moeten krijgen om het gebouw aan te passen. Dit staat in het advies Koers voortgezet onderwijs: nieuw vertrouwen.

Kleine scholen hebben voordelen ten opzichte van grote, meent de raad. Er is meer sociale controle en meer betrokkenheid van ouders. Ook is het werk- en leerklimaat aantrekkelijker op kleine scholen. Bij veel scholen vormt de huisvesting een belemmering om het onderwijs kleinschaliger te organiseren. Omdat scholen ook te maken hebben met onderwijskundige vernieuwingen, is volgens de raad een subsidie voor het aanpassen van het gebouw op zijn plaats.
Verder stelt de raad in zijn advies dat de huidige onderwijstijd gehandhaafd moet blijven. Een vermindering van het aantal lesuren kan negatief uitwerken voor de kwaliteit van het onderwijs en de leerprestaties van de leerlingen. Wel zouden scholen in staat moeten zijn om de beschikbare uren flexibel in te zetten. In de theoretische leerweg van het vmbo moet meer aandacht komen voor beroeps- en praktijkoriëntatie, zodat leerlingen bewuster kiezen voor een bepaalde sector. Zo worden de leerlingen beter voorbereid op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. Dit is ook van belang voor leerlingen in de bovenbouw van havo/vwo. Daarom wil de raad dat scholen voor elk profiel in de havo/vwo-bovenbouw één beroepsgericht vak aanbieden. De raad pleit ook voor examens buiten de school en het moet mogelijk worden om buitenschoolse leerervaringen die relevant zijn voor het onderwijsprogramma te laten toetsen bij een erkende externe instantie.
De raad ondersteunt de minister wat betreft de autonomievergroting, maar vindt wel dat er grenzen zijn. Variëteit wordt teveel opgevat als oplossing voor alle problemen en uitdagingen waar scholen voor staan. ‘Het is zeer de vraag of alle scholen in staat zijn doelmatig en innovatief te opereren, ook al krijgen ze van de overheid alle ruimte.’ Vanuit het oogpunt van de leerling is een volledig autonoom opererende school niet wenselijk. Om leerlingen optimale doorstroommogelijkheden te bieden moeten er verbindingen tussen scholen zijn, aldus de raad. (TS)

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.