- blad nr 15
- 11-9-2004
- auteur J. van Aken
- de Vereniging
AOb-voorzitter Walter Dresscher
Tekst Jaan van Aken Beeld Stijn Decorte
Zelf begon Walter Dresscher als geschiedenisleraar in Warffum, later gaf hij ook maatschappijleer en economie. Door fusieperikelen op zijn school werd hij in 1980 actief in het NGL, een van de voorlopers van de AOb. Tot hij in 1997 vice-voorzitter werd van de AOb heeft hij voor de klas gestaan. “Soms denk ik: ik zou moeten kijken of ik er een klein baantje als leraar bij kan krijgen.”
Voorlopig maakt hij zich vooral heel druk om de kabinetsplannen zoals de afschaffing van het prepensioen. De levensloopregeling die ervoor in de plaats komt, pakt volgens het pensioenfonds ABP dertig procent duurder uit dan de huidige regeling. Dresscher heeft er geen goed woord voor over. “Als deze plannen doorgaan wordt de werkdruk in het onderwijs alleen maar hoger. Wij verwachten dat het ziekteverzuim dan zal toenemen. De plannen zijn niets anders dan een belastingverhoging.”
Mensen zullen gedwongen zijn langer door te werken, voorspelt Dresscher. “Maar er zijn veel andere manieren om dat voor elkaar te krijgen. Niet iedereen wil met de vut, probeer een goede regeling voor iedereen te maken.” Als voorbeeld noemt hij de bapo-regeling in het onderwijs. “Het is dan mogelijk eerder te stoppen met werken, maar je hebt er financieel voordeel bij om dat niet te doen. Je hebt zelf de keuze, dat is het goede”, vindt hij.
Krijgt het kabinet toch zijn zin, dan zal de AOb proberen zoveel mogelijk te repareren bij de cao-onderhandelingen. “Dat wordt waarschijnlijk heel duur en zal een groot beslag leggen op het arbeidsvoorwaardenbudget. Dat budget is in het onderwijs toch al niet groot omdat het kabinet het continu te laag vaststelt.”
Dresscher hoopt dan ook dat de plannen nog gestopt kunnen worden. Op zaterdag 2 oktober is onder het motto ‘Nederland verdient beter’ een demonstratie in Amsterdam tegen de kabinetsplannen. “Ik denk dat een massaal protest het kabinet net over de rand kan duwen, dus komt allen op 2 oktober”, roept Dresscher op.
Grote aantallen zijn sowieso belangrijk voor de bond, vervolgt Dresscher. “Als onderwijsmensen moeten we eenheid nastreven. Vaak zeggen mensen: ik word geen lid want... en dan volgt er iets dat hen niet zint. Zo kan iedereen wel iets noemen dat hem of haar niet bevalt, maar dan hebben we geen AOb. Daarbij is het belangrijk, naast de juridische ondersteuning en de inspraak bij onderwijsbesluiten, een spreekbuis in de Nederlandse onderwijswereld te hebben. Grote aantallen geven je stem meer kracht.”
Ieder voor zich
In de discussie met het kabinet zit volgens Dresscher ook een ideologische kant. “De maatschappijvisie van het kabinet komt neer op ‘ieder voor zich’. Ze willen de rol van de vakbond verkleinen, dat idee krijg je tenminste.”
Hij merkt het ook in de contacten van de bond met het ministerie. De AOb is vertegenwoordigd in werkgroepen en medewerkers hebben contact met ambtenaren. Dresscher heeft eens in de twee maanden overleg met minister Van der Hoeven. “Ik krijg de indruk dat de politiek het vooral lastig vindt dat er vakbonden zijn, dat vind ik jammer. Ook voor onszelf, omdat je in een negatieve rol terechtkomt. Je komt dan vooral tot reacties als ‘er wordt niks gedaan’, of ‘dat is een waardeloos plan’.”
Daarbij komt dat de AOb als doelstelling niet alleen de persoonlijke belangenbehartiging heeft, maar ook die van het onderwijs in algemene zin. “Dat is niet makkelijk als je niet kunt deelnemen aan beleidsontwikkeling op onderwijskundig terrein”, merkt Dresscher.