- blad nr 15
- 11-9-2004
- auteur . Lachesis
- Column
Duivels lachje
Mijn tweede reactie op hun gedrag was er een van fermheid. Wilden de andere leerlingen en ik nog iets aan ons leven hebben dan zou ik boven op deze horkjes moeten gaan zitten. Alsof ik duizend pond woog. Ik nam plaats. Ik schoof hun tafels uit elkaar en voerde een streng doch rechtvaardig schrikbewind. De rest van de klas keek ademloos toe. Wie zou er winnen?
Ik wilde dat ik kon zeggen dat ik van meet af aan een voorsprong nam, maar dat kan ik niet. Ik slaagde er weliswaar in hun een aantal wapens uit handen te slaan, maar het ontbrak mij vooralsnog aan een adequaat antwoord op hun duivels grijnslachje. Dat lachje kaatste van het ene naar het andere gezicht met de snelheid van het licht. Het dook steeds ergens op waar ik niet keek. Ook verplaatsten de heren razendsnel hun werkterrein naar gebieden buiten het lokaal. De hal, het toilet, de struiken op het plein. Niemand in de klas mocht denken dat hij veilig was. Tot mijn verbazing lieten deze anderen zich als lammeren naar de slachtbank voeren. Als je deze boeven tegenkwam zat er kennelijk niets anders op dan je lot te betreuren. Ik betreurde inmiddels ook mijn lot.
De grootste krachtmeting vond plaats tijdens een muziekles waarin zij gevieren in een akelig vervelende hiklach schoten. Ik stopte met zingen en wachtte. Na een tijdje nam het lachen af. “Ga door!”, beval ik. Verbaasd keken ze me aan. Meende ik dat? Ik meende het. Ze lachten door. Ik wachtte. De klas wachtte. Sommigen met de armen over elkaar. Niemand zei iets. De vier plurkjes lachten zich intussen een deuk. Tot ze moe werden. “Heb ik soms gezegd dat jullie mochten stoppen”, tierde ik. “Lach!” Ze keken elkaar bevreemd aan maar even later lachten zij zich opnieuw een hoedje. Even bekroop mij een akelig gevoel. Was ik hier niet een heilloze weg ingeslagen? Ging ik dit wel redden voor zes uur? De rest van de klas gedroeg zich gelukkig voorbeeldig. Hun gezichten stonden steeds grimmiger, hun woede was voelbaar. Ze wilden zingen. Plotseling haperde er iets in de lach van Davey. Even later haperde er ook iets in de stem van Thomas. Daarna lachten alleen Alexander en Ali nog. Maar iets in hun ogen zei me dat het niet lang meer zou duren. Dat deed het ook niet. Ik haalde opgelucht adem. Ik weet alleen niet voor hoe lang.