• blad nr 15
  • 11-9-2004
  • auteur M. Zuidweg 
  • Redactioneel

‘Laat ze toch lekker kleuteren’ 

Moet de bolleboos versneld naar groep 3?

Tot 1986 was de wereld simpel: wie vóór 1 oktober zes jaar werd, mocht door. Nu schat de leerkracht zelf in wanneer een kind toe is aan groep 3. Een lastige klus, vindt de kleuterjuf. Zeker als ouders naar school toe komen met de mededeling: Mijn dochter kan lezen, ze moet versneld naar groep 3!

Tekst Martine Zuidweg Beeld Rob Niemantsverdriet

Klaasje Tuin, groepsleerkracht van groep 2 op basisschool de Oleander in Stadskanaal, heeft dertig jaar onderwijservaring. Maar nog altijd vindt ze het moeilijk in te schatten of een kind met minder kleutertijd toe kan. “Kinderen veranderen pieksgewijs, dat maakt het zo moeilijk. Soms zijn ze aan bepaalde dingen helemaal nog niet toe. Je oefent en oefent met ze, maar het wil maar niet tot ze doordringen. En dan opeens hebben ze de stap gemaakt. En vallen ze ook niet meer terug. Als je net voor zo’n piek over het kind moet beslissen, kun je hem of haar wel eens verkeerd inschatten.”
Klaasje Tuin kijkt bij haar beoordeling naar de motoriek van het kind, de sociaal-emotionele ontwikkeling, de taalontwikkeling en de aanleg voor rekenen. “Het is een combinatie van je eigen observaties en de uitslag van de Cito-toets in groep 2 of een kind versneld naar groep 3 kan”, zegt Tuin. Gelukkig zijn er ook regels. Sinds een paar jaar gaan op de Oleander bijna alle kinderen die in november of december zes jaar worden al in augustus naar groep 3. Als ze dus nog vijf zijn. Volgens Tuin is dat geen enkel probleem. “Die vroegere grens van 1 oktober is natuurlijk ook maar nattevingerwerk. Nu moet je in samenspraak met de ouders kijken: kan dit kind het aan of niet? Die jonge kinderen bekijken we natuurlijk wel extra goed, maar de meesten doen het prima in groep 3.”
Ook een vijfjarige kan het best redden in groep 3, zegt Tuin. Want de kleuters van nu zijn niet meer de kleuters van dertig jaar geleden. “In mijn opleiding werd ons op het hart gedrukt: kom niet aan cijfers en letters, dat is het terrein van de lerares van klas 1. Maar dat kan nu absoluut niet meer. Dan doe je kinderen echt tekort.” De kleuters van nu zijn veel meer gericht op het vergaren van kennis dan kleuters vroeger, zegt Tuin. Ze leren van programma’s als Sesamstraat en Klokhuis en de meeste kleuters zitten thuis regelmatig achter de computer. “We hebben een nieuwe generatie ouders, beter opgeleid, goed geïnformeerd, mondiger. Dat maakt dat ook hun kinderen zo worden.” Overigens telt de basisschool in Stadskanaal weinig probleemleerlingen en zitten er maar vijf allochtone kinderen op.

Extra uitdaging
Dat is een heel andere populatie dan op basisschool de Brink in Lelystad. De Brink heeft zo’n 75 procent allochtone leerlingen en veel autochtone kinderen uit sociaal zwakkere milieus. De procedure voor de doorstroming loopt ook heel anders. Wie voor 1 oktober zes wordt, mag bij de Brink naar groep 3. Precies zoals dat vroeger ging. Kleuterleerkracht Trudy Scholte is geen voorstander van een versnelde doorstroom van kinderen die in november of december zes worden. “Daar doe je die kinderen geen plezier mee. Dan blijven ze altijd maar achter hun klasgenoten aanhobbelen. Laat ze toch lekker kleuteren. Kinderen die iets langer kleuteren, zijn bij de overstap naar het voortgezet onderwijs vaak zelfstandiger, zekerder van zichzelf. Zeker onze leerlingen zijn daarbij gebaat.” Voor de kinderen die er echt uitspringen, zorgt Scholte voor extra uitdaging in de vorm van moeilijker opdrachten of extra vragen bij de stof.
Scholte is overtuigd van het nut van een lange kleutertijd. Maar ze heeft vaak een dagtaak aan het overtuigen van ouders. “Zeker bij kinderen die in oktober of november zes jaar worden, zijn er altijd wel ouders die vragen: Kan mijn kind niet naar groep 3?” Scholte gaat er dan voor zitten, één keer praatte ze anderhalf uur op een vader in. “Het leuke is dat ouders na verloop van tijd vaak toch zeggen: Het is een goede beslissing geweest om ons kind meer tijd te geven.” Lang niet alle ouders zijn zo ambitieus, vaak zien ze hun kind juist graag wat langer kleuteren, merkt Scholte.
Basisschool de Hoeksteen in Enkhuizen heeft de procedure rond de doorstroming op schrift gesteld. Daarin staat bijvoorbeeld: ‘Kleuters die vijf jaar worden in oktober, november, december gaan na de zomervakantie al meedoen met het totale programma van groep 2. Wanneer een kleuter naar groep 3 zal doorstromen hangt af van de gemaakte toetsen èn de sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor het ene kind zal dat dus na twee jaar kleutergroep zijn, voor het andere na bijvoorbeeld anderhalf of tweeënhalf jaar.’
Toch zijn er op de Hoeksteen niet veel kinderen die anderhalf jaar kleuteren. Ook de leerlingen die na een jaar al meedraaien in groep 2, blijven daar doorgaans nog een jaar. Een kleine minderheid stroomt door naar groep 3. Ineke Coumou, intern begeleider van de onderbouw, is terughoudend geworden in het versneld laten doorstromen van leerlingen. Zeker na een ervaring van vorig jaar. Toen stroomden vier kleuters van groep 1 door naar groep 3. Ze konden al lezen in groep 1, scoorden hoog op toetsen, namen met veel plezier deel aan activiteiten van groep 2. “Die kinderen draaiden ook versneld mee met groep 2.” Twee van hen konden vervolgens niet goed meekomen in groep 3. Ze hadden extra ondersteuning nodig bij bijvoorbeeld het leren lezen. Coumou: “We zeiden tegen elkaar: Wacht even, dit is niet de bedoeling. We hadden ze gewoon naar groep 2 moeten laten gaan. Ze misten duidelijk een stuk oefening.”

Sterk in de schoenen
De intern begeleider vindt beslissingen over versnelde doorstroming heel lastig. “Een kind maakt op deze leeftijd zo’n sterke ontwikkeling door. En een ontwikkeling goed voorspellen is heel moeilijk. Daarbij neem je een besluit voor de hele verdere schoolloopbaan.”
Met de twee andere kinderen ging het wèl goed in groep 3. “Het grappige is dat je deze kinderen van tevoren ook al een grotere kans had gegeven. Dit waren kinderen die al bij binnenkomst in groep 1 heel sterk in hun schoenen stonden.”
Coumou spreekt met regelmaat ouders die vragen of hun kleuter niet beter af is in groep 3. Vaak zijn dat hoger opgeleide ouders. Ze zien dat hun oogappel met oudere broertjes of zusjes meeleest en dat de meeste leeftijdgenootjes dat nog helemaal niet kunnen. “Ouders willen het beste voor hun kind”, zegt Coumou. “Soms is het gewoon de omgeving die druk op ze uitoefent in de trant van: o, ze kan al lezen? Maar dan moet ze naar groep 3! Dan kost het mij heel wat moeite om ouders te overtuigen van het tegendeel.”
Coumou laat zich goed informeren voor ze met ambitieuze ouders praat. “Ik heb vanmiddag een gesprek met een moeder die vraagt of haar dochter versneld naar groep 3 kan omdat ze al goed kan lezen. Ik heb als voorbereiding op het gesprek gekeken naar haar andere prestaties, want je moet het hele plaatje in de gaten houden. Dan blijkt dat ze nog niet goed rekent en qua motoriek er ook niet uitspringt. En ze trekt ook niet naar de oudere kinderen toe. Dus mijn advies is: houd haar gewoon in groep 2. Maar biedt dan in groep 2 wèl extra’s aan op het gebied van lezen en taalontwikkeling.”

Huilen
Er zijn dus ouders die hun kinderen opjagen, al is het een minderheid. Maar de onderwijsinspectie zet er ook vaart achter. Als de inspectie naar de kwaliteit van een school kijkt, neemt ze ook het aantal ‘kleuterschoolverlengers’ mee, inspectietaal voor zittenblijvers in groep 2. En daartoe rekent ze ook de kinderen die in november of december zes jaar worden en nog in groep 2 zitten. Deze kinderen behoren in feite volgens de inspectie al in augustus naar groep 3 te gaan. Maar op de Hoeksteen ervaren ze dat niet als een extra stok achter de deur. “Als kinderen niet goed genoeg scoren om versneld door te stromen, doe je het niet”, zegt Coumou. “Wij kunnen de stappen die we nemen verantwoorden. En de inspectie vindt dat goed.”
Op basisschool de Muze in Nijmegen is de regel van de onderwijsinspectie onbekend. Er wordt ook niet naar gehandeld. Kinderen die vóór 1 oktober zes jaar worden, gaan naar groep 3. De november- en decemberkinderen worden extra kritisch bekeken, maar versneld doorstromen doen de meesten niet. “Je kunt het ook uitdagender maken voor het kind in de groep zelf”, vindt Lizette van den Brink, leerkracht van groep 1 en 2 en onderbouwcoördinator. Van den Brink krijgt niet vaak ouders op de stoep die willen dat hun kind sneller gaat. “We hebben het dit jaar maar één keer meegemaakt dat ouders van een oktoberkind bij ons kwamen met de vraag of hun zoon versneld kon doorstromen.”
De Muze heeft kinderen van middelbaar- en hoogopgeleide ouders, tien tot vijftien procent is allochtoon. Ook op de Muze vinden ze het lastig om besluiten te nemen over snellere doorstroming. “Een half jaar op deze leeftijd maakt een enorm verschil als je kijkt naar de mate van zelfstandigheid van een kind, het doorzettingsvermogen, de ondernemingslust en de motoriek”, zegt Riet van Dorst, leerkracht van groep 1 en 2.
Als de indruk bestaat dat een kind bijvoorbeeld al na anderhalf jaar naar groep 3 kan, krijgt het een extra toets. “Dat is een soort objectieve maatstaf die je ouders kunt voorleggen. Anders heb je alleen je eigen observatie en daar kun je lang over discussiëren.” Zelf vinden de leerkrachten een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind belangrijker. Van den Brink: “Ik heb kinderen extra lang laten kleuteren, omdat ze nog niet goed in hun vel zaten. Die konden dan bijvoorbeeld wel lezen in groep 2, maar als een ander kind iets tegen ze zei, barstten ze bijna in huilen uit.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.