• blad nr 15
  • 11-9-2004
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

Het is hard werken, maar je krijgt er veel voor terug 

Het nieuwe leren, de nieuwe docent

Competentiegericht onderwijs, werkplekkenstructuur, probleemgestuurd onderwijs of virtueel leren. Nieuwe onderwijsvormen doen hun intrede, alles onder dezelfde noemer: het nieuwe leren. Het ‘oude leren’, het klassikale onderwijs waarin het overdragen van kennis centraal staat, maakt plaats voor onderwijs waarin leerlingen vaardigheden ontwikkelen. Als ideaal wordt gezien dat leerlingen door een ‘leerrijke omgeving’ worden uitgedaagd zelfstandig kennis te vergaren en competenties te verwerven. Daarbij speelt de computer een grote rol. De docent staat niet meer voor de klas, maar is begeleider van het vakoverstijgende leerproces. Dit vraagt niet alleen om een nieuw soort leraar, maar tevens om een geheel nieuwe organisatie. Het Onderwijsblad nam een kijkje bij Slash21 en UniC, twee scholen die op eigen wijze een invulling geven aan het nieuwe leren. Centraal in het verhaal staan de nieuwe docenten. Wat vinden zij van hun nieuwe rol, wat moeten ze afleren, hoe moeilijk is het en vooral: waarom hebben ze hiervoor gekozen?

Tekst Daniëlla van ’t Erve, Gaby van der Mee Beeld Joost Grol

In het moderne gebouw van Slash21 lopen de leerlingen rustig pratend met elkaar door de gangen, of ze zitten in een van de open ruimtes samen of alleen achter een computer te werken. Twee jaar geleden ging de 21-ste school van de stichting Carmelcollege in het Achterhoekse Lichtenvoorde van start met een heel nieuwe vorm van leren. Dwars tegen de trend van steeds meer selecteren in, zitten hier de toekomstige vmbo/havo/vwo-leerlingen door elkaar heen. Klassen kent Slash21 niet, er zijn drie basisgroepen van circa 150 leerlingen. Die zijn weer ingedeeld in stamgroepen van leerjaar 1 en 2. Een stamgroep werkt in wisselende kleine groepjes samen. Er zitten alleen onderbouwleerlingen, voor de bovenbouw kan men terecht bij Marianum, de katholieke school waarvan Slash21 een nevenvestiging is. De leerlingen werken vier weken lang in twee blokken. Naast de kennisdoelen zijn er negen competenties waaraan gewerkt wordt, zoals zelfstandigheid, samenwerken en zelfkennis. Het model, dat vakoverstijgend is, werd bedacht in samenwerking met KPC-groep, leerplaninstituut SLO werkt mee aan het opzetten van nieuwe methoden en het Cito aan nieuwe toetsen. Het team bestaat uit tutoren en onderwijsassistenten die gezamenlijk alle vakken begeleiden en niet korter dan vier dagen mogen werken. Daarmee worden degenen die liever een kleine parttime baan hebben buitengesloten. De tutoren zien dat wel als een probleem (“het is wel vrouwonvriendelijk”) maar vinden het voor de leerlingen ook nodig dat er een vast, altijd aanspreekbaar team is. Vanaf het eerste begin is de nadruk gelegd op het gebruik van computers, er waren bijvoorbeeld geen lesboeken. Nu wreekt zich dat enigszins, omdat er te weinig computers zijn: voor een groep van 160 leerlingen zijn er nog maar veertig. Vandaar dat men weer gedwongen wordt om de opdrachten op schrift te stellen en leerlingen moeten in groepjes achter een computer zitten. Marianum gaat nu zelf ook met vernieuwingen starten die lijken op die van Slash21.

Eigen niveau
UniC (spreek uit: joenik) is gevestigd in een hip kantoorpand in Utrecht. Deze nieuwe school voor ‘eigenzinnig havo/vwo’ is dit jaar gestart met 75 leerlingen. Rector Dave Drossaert heeft het concept samen met enkele mensen uit de praktijk zelf bedacht. Er zijn geen aparte klaslokalen omdat UniC geen losse vakken kent, maar twee leergebieden: natuur en maatschappij. Hierin worden alle vakken in samenhang aangeboden. De school kent ook geen klassen, maar jaargroepen van maximaal 75 leerlingen. Iedere jaargroep heeft een grote werkruimte, waarin iedere leerling beschikt over een eigen computer. Het schooljaar is opgedeeld in vier blokken van acht studieweken. Na elk blok volgt een week waarin leerlingen gezamenlijk aan een thema binnen of buiten de school werken. Dat kan cultureel of creatief zijn, maar ook een sport- of stageweek. Een week bestaat uit tien dagdelen, waarin naast het kerncurriculum ruimte is voor sport en creatieve vakken. En er is een dagdeel waarin de scholier zelf mag bepalen wat hij wil doen. Leerlingen werken in hun eigen tempo, op hun eigen niveau, op hun eigen manier. Ze kunnen samen of alleen werken, met de computer, proefjes doen, interviews afnemen, enzovoorts. De schooldagen duren tot 16.00 uur, thuis hoeven de leerlingen geen huiswerk meer te maken. Drie tot vier docenten begeleiden de groep, waardoor er geen lessen uitvallen. Elke periode van twee weken wordt afgesloten met een toets of met een creatieve of andere prestatie. SLO heeft een digitaal portfolio ontworpen, waarin alle vorderingen van een leerling worden bijgehouden. Zowel de docent als de ouders kunnen de resultaten bekijken. Zittenblijven kan niet op UniC, na vijf of zes jaar moet elke leerling klaar zijn om zijn havo- of vwo-examen af te leggen.

‘De docent moet wel iets in zijn mars hebben’

Dave Drossaert, rector UniC. “Niet iedere leerling is geschikt voor onze school. Onze leerling moet het leuk vinden om dingen uit te zoeken, geen afwachtende houding hebben, maar actief willen leren. Leerlingen die veel structuur en discipline nodig hebben, zullen zich bij ons waarschijnlijk niet thuisvoelen.”
“De docent moet hier wel iets in zijn mars hebben. Wij tillen daar zwaar aan. Hij moet bijvoorbeeld flexibel zijn, zich kunnen aanpassen en tegen onzekerheid kunnen. Als je het voor de klas goed deed, wil dat nog niet zeggen dat je het als begeleider ook goed doet. Alles wat je hebt geleerd in de jaren voor de klas, zul je los moeten laten. Bovendien moet je van collega’s willen leren en omdat je lesgeeft in leergebieden, zul je aan je eigen vak een andere invulling moeten willen geven.”
“Voor de schoolleider geldt eigenlijk hetzelfde. Je moet denken in mogelijkheden, je moet optimistisch en enthousiast zijn en erop vertrouwen dat het goed komt. Ik zie UniC als een tweede kans. Jarenlang heb ik voor de klas gestaan en de laatste jaren als schoolleider gewerkt. Nu heb ik de mogelijkheid om het helemaal opnieuw te doen, maar dan met de ervaring en kennis die ik al heb opgedaan. Dat is fantastisch en uniek, het geeft energie om buiten kaders te kunnen denken, vakken en lessen los te kunnen laten. Maar ook om de leerling te kunnen loslaten, erop te vertrouwen dat het goed komt. Datzelfde geldt voor mijn team, ook ik moet mijn docenten loslaten, ze dingen zelf laten doen in plaats van het in eigen hand te houden. Dat wil niet zeggen dat alles meteen perfect gaat, dat hoeft ook niet, voor ons is het ook een leerfase.”

‘Je loopt hier tegen heel andere problemen aan’

Chris Voogd, docent maatschappij. “Hoe meer ik over UniC hoorde en las, hoe enthousiaster ik werd. Op mijn vorige school voor vmbo/havo/vwo gaf ik aardrijkskunde, biologie, verzorging en economie. Daar heb ik me al beziggehouden met het samenvoegen van vakken. Bovendien heb ik me altijd enorm ingezet voor verregaande integratie van vaardigheden in de lesstof. Toch is dat op een bestaande school lastiger. Heel veel mensen runnen het liefst hun eigen toko en zien het belang van vaardigheden niet in.”
“Voor je hier wordt aangenomen, moet je een assessment doen. Dat is onder meer om te bepalen of je in het team past. Dat is belangrijk omdat je heel veel moet samenwerken, zeker in het eerste jaar waar veel dingen anders kunnen lopen dan verwacht. De nieuwe docent moet dan ook creatief zijn, stressbestendig en redelijk didactisch onderlegd. Je loopt hier tegen heel andere problemen aan, bijvoorbeeld wat te doen als een leerling niet wil samenwerken? We hebben met z’n allen een cursus probleemoplossend werken gevolgd, waar we hebben geleerd hoe je een leerling zo kunt helpen dat hij weer verder kan. Het mooie aan UniC is dat de school zich niet alleen richt op kennis alleen. Ze leren bijvoorbeeld wat een subtropisch klimaat betekent voor planten en dieren. Dat is veel interessanter dan wat feitjes uit je hoofd leren over de verschillende klimaten. Bovendien staat bij UniC het proces van het je eigen maken van dingen boven het aanleren van feitjes. Bij het onderwerp migratie is het dus belangrijker dat ze hebben leren argumenteren, dan dat ze weten hoeveel Marokkanen er precies in Nederland leven. Op die manier lesgeven heb ik nog nooit gedaan, maar ik zie het als een leuke uitdaging.”

‘Zonder sturing doet een kind niets’

Froukje Hoobroeckx, docent Nederlands. “Tijdens de studie onderwijskunde heb ik de pabo ernaast gedaan. Daarna heb ik als onderwijskundig adviseur en als lerares gewerkt. Na het lezen van een artikel over UniC, dacht ik: dat is ambitieus. Inmiddels is het de enige middelbare school waar ik zou willen werken. Het is de enige school waar ze het belangrijk vinden dat je leert mens te worden. Dat wat op de basisschool wordt meegegeven, wordt voortgezet op UniC.”
“In de media wordt vaak het beeld geschapen dat hier alles kan en alles mag, maar dat is niet zo. Ik ben ook helemaal niet tegen sturing, ik ben er zelfs van overtuigd dat een kind zonder sturing niets doet. UniC heeft een goeddoordacht plan, een goede leerlijn en een goed concept, waardoor je een leerling kunt stimuleren tot actief leren, iets waar ik me tijdens de studie onderwijskunde erg mee bezig heb gehouden. Op de cursus die het team heeft gevolgd, leerden we ook dat je kinderen niet helpt door ze het antwoord te geven op hun vragen, maar dat je ze moet helpen het antwoord zelf te vinden. Dat is soms nog best lastig. Ook moet je leren als team te werken, afspraken maken over de omgang met leerlingen. Soms hebben leerlingen de neiging om als ze van de ene docent geen antwoord krijgen, naar een andere te gaan. Op dat soort dingen moet je wel bedacht zijn.”
“Ik denk dat het heel goed gaat worden als we de omslag echt kunnen maken. Als je als leraar in je oude rol vervalt en bijvoorbeeld vertelt wat leerlingen straks moeten doen, merk je meteen dat de leerlingen ook weer in hun andere, passieve houding schieten. Pas als het gevoel er is dat het hun eigen school is, als leerlingen doorhebben dat ze binnen de kaders zelf kunnen bepalen hoe zij willen leren, dan kan het heel succesvol zijn.”

‘Lastig is om de leerlingen fouten te zien maken’

Tessa van Stek, docent natuur. “Ik kon bijna niet wachten tot de leerlingen zouden beginnen. UniC is een uitdaging. De omschrijving op de website sprak me meteen aan. Ik vind vooral het samenwerkend leren belangrijk. Dat je dus niet droog iets uit je hoofd leert, maar dat je leert hoe je iets moet leren en van elkaar te leren. Daarnaast spreekt de integratie van vakken me erg aan, daardoor kun je veel efficiënter onderwijs aanbieden. Natuurlijk werken meer scholen al met leergebieden, maar uniek is dat het hier al vanaf de brugklassen gebeurt.”
“Ruim honderd jaar geleden werd de kinderarbeid verboden en waren kinderen blij dat ze naar school mochten. Het is toch te gek dat er nu een leerplicht is omdat veel jongeren niet meer naar school willen. Dat moet veranderen en ik denk dat dat met UniC kan. Natuurlijk, hier heeft ook iedereen wel eens een baaldag, dat komt overal voor. Het gaat erom dat kinderen het weer leuk vinden om te leren. Van de docent vraagt dat flexibiliteit, collegialiteit en van de school een professionele cultuur. Ik moet wennen aan het feit dat niets ‘van boven’ komt, voorheen kreeg je opdrachten die je dan uitvoert, maar hier werk je als een team. Lastig is ook om de leerlingen fouten te zien maken. Je hebt de neiging om in te grijpen, maar ze leren juist door dingen zelf te doen en fouten maken hoort daarbij.”
“Zowel de omgang met leerlingen als met de andere docenten is heel vrij, de leerlingen noemen ons bijvoorbeeld bij de voornaam. Sommige docenten denken dat je daardoor geen overwicht hebt, geen respect krijgt als je de leerlingen zo los laat, maar dat is helemaal niet zo. Het is juist heel prettig om op die manier te werken. Ik heb het geluk dat ik de school mag helpen opbouwen samen met een heel enthousiast team, het is eigenlijk een voorrecht.”

‘Je hebt geen ordeproblemen’

Waar Mariëtte Wesselink nog wel eens naar terug kan verlangen is de stilte van een klas met kinderen die geconcentreerd bezig zijn: “Dat je zelf alleen maar heel rustig zit te kijken. Het voorlezen, daar verlang ik ook nog wel eens naar.” Ze komt oorspronkelijk uit het basisonderwijs en werkt als derdegraads tutor op Slash21. De overstap bevalt haar goed, hoewel het in het begin erg wennen was. “Mijn fout was dat ik de kinderen allemaal goed wilde leren kennen, maar bij zoveel leerlingen kan dat niet. Het grappige is dat mijn collega’s uit het voortgezet onderwijs juist vonden dat ze nu meer contact hebben met de leerlingen.” Wat ze af moest leren was dat ze zelf van alles ging regelen: “Ons motto is ‘helpen door niet te helpen’, daar moet je als tutor nog het meest aan wennen. Leerlingen kunnen veel meer dan je denkt, je moet ze alleen dat vertrouwen geven. Ik vind eigenlijk dat iedere docent dat zou moeten kunnen.” Een docent die vooral met zijn eigen vak bezig wil zijn is niet geschikt voor deze vorm van onderwijs, denkt Wesselink. “Mijn man is docent wis- en natuurkunde op een klassikaal georganiseerde school, die zou dit niet willen doen, hoewel hij het erg leuk vindt. Ik denk niet dat het werkt om een dergelijke vernieuwing door te voeren als de docenten er niet achter staan. Aan de andere kant mopperen mensen ook wel heel snel, vind ik.”
Een ander aspect is dat je goed tegen drukte moet kunnen: “Je bent van half negen tot half vier constant op de werkvloer bezig om inhoudelijke en praktische zaken op te lossen en dat is behoorlijk zwaar.” Het voordeel is weer dat je met deze manier van werken geen ordeproblemen hebt en dat het heel leuk is om de kinderen in de loop van tijd steeds zelfstandiger te zien worden. “Je ziet ze echt groeien, dat is natuurlijk heel mooi.”

‘Niet te perfectionistisch zijn’

Hannie Lensink maakte als docent natuur- en scheikunde voor het eerst kennis met Slash21 toen leerplaninstituut SLO haar vroeg om een wiskundelijn te schrijven voor deze nieuwe school. Als auteur was ze slechts zijdelings betrokken en dat beviel haar niet: “Ik kieperde mijn materiaal over de heg en weg was ik weer.” Daarom was ze erg blij dat ze in het tweede jaar als tutor aan de slag kon. De traditionele manier van lesgeven voor een klas kent ze uit een vorige baan. “Ze vliegen erin en er weer uit, ik vind dat er daardoor toch een heel onnatuurlijke communicatie ontstaat. Doordat wij in langere sessies met de stof bezig zijn kun je beter begeleiden.” In het begin viel het nog niet mee om de oude gewoontes af te leren. “In een gewone klas denk je dat je alles onder controle hebt, dat is natuurlijk maar schijn, want je weet niet hoeveel er betrokken zijn bij de les. Hier moet je heel veel aan de leerling zelf kunnen overlaten. Ook moest ik oppassen om niet te perfectionistisch te zijn. Dit is een school in ontwikkeling, het is nog lang niet af. Er zijn nog heel veel zaken waar we als team mee worstelen, zoals de wijze van beoordeling. Als je dan te perfectionistisch bent raak je helemaal gefrustreerd.”
Ze wil niet al te zeer afgeven op het materiaal van haar vak voor de basisvorming, maar er staat volgens haar veel overbodigs in. “We deden acht hoofdstukken waarvan er maar twee volgens mij echt hout sneden. De rest was algemene ontwikkeling, die kun je ook op een andere manier aan de orde stellen.” In plaats van al die overbodige stof te doceren, kun je beter bezig zijn met het aanleren van vaardigheden, denkt ze. Het is hard werken op zo’n school in ontwikkeling, dat wel, maar je krijgt er veel voor terug. In onvervalst Achterhoeks: “Als pioniers moet je aan de schop staan, dat is iets heel anders dan je lesje draaien en weer op de fiets naar huis. Als je zo wilt lesgeven dan ben je hier niet geschikt voor.”

‘Soms is het irritant zo’n team’

Tonnie Heutinck was al bezig met andere onderwijsvormen toen hij nog op Marianum werkte. Als docent muziek gaf hij onder andere ckv, maar hij had ook een klasje voor leerwegondersteunend onderwijs. “Ze zeiden dat ze echt niet uit hun hoofd konden leren. Dan gaf ik ze voor geschiedenis bijvoorbeeld achttien vragen, die konden ze na een tijdje allemaal beantwoorden. Dus toen Slash21 werd opgericht heb ik direct gesolliciteerd.” Heutinck deed het conservatorium, werkte tien jaar in Duitsland en de Franse taal is voor hem een soort hobby. Daarom heeft hij met de meeste vakken in de basisvorming niet zo’n moeite. “Alleen was wiskunde nooit mijn sterkste vak, maar dan is het ook wel weer verfrissend om met een leerling op zoek te gaan naar het antwoord op een probleem waar jij ook niet uit komt.”
Wat hem zwaar valt is het compleet nieuwe curriculum dat nog in ontwikkeling is. “Voor ons is alles nieuw, dus we krijgen veel tegelijk op ons bord. Ik denk dat het wel een geruststelling is als dat programma wat meer af is.” Een groot verschil met zijn oude lessituatie is het werken in een team. “Hier kun je niet meer soleren, nee, je bent verantwoordelijk met het hele team. Waar ik wel eens moe van word is dat je alles altijd moet voorleggen aan het team. We hebben een schoolteam en een groepsteam, dat levert nogal eens irritaties op.” Volgens Heutinck heeft het allemaal te maken met de experimenteerfase: “Het staat of valt met de inzet van de pioniers, degenen die na ons komen krijgen het makkelijker, denk ik.” Zo nu en dan verlangt hij wel eens terug naar de oude situatie, niet naar het frontale lesgeven, maar naar de momenten van rust. Daarom denkt hij dat niet al zijn oud-collega’s hier geschikt voor zijn: “Er verandert nogal wat, sommigen zijn daar gewoon te oud voor. Ik ken ook principiële tegenstanders, op Marianum nam iemand ontslag omdat ze daar op dezelfde manier gaan werken. Tja, dat is natuurlijk ook weer typisch voor het onderwijs, iedere kapitein heeft zijn eigen schip.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.