• blad nr 15
  • 11-9-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Er zijn nauwelijks banen te vinden 

Pabo-afgestudeerden voelen zich bekocht

Starters in het onderwijs betalen de rekening van het bezuinigingsbeleid: massaal komen ze niet aan het werk. Zowel studenten als pabo-directeuren signaleren deze omslag op de arbeidsmarkt. De aanmelding van de zij-instroomopleidingen duikelt, omdat carrièreswitchers zoeken naar zekerheid die op dit moment ontbreekt. En bij uitkeringsinstanties UWV en Participatiefonds zien ze een duidelijke kentering: het aantal ontslagen in het onderwijs groeit. Tekorten? Nu even niet.

‘Het nieuwe schooljaar is inmiddels gestart. Ik sta bij verschillende gemeenten ingeschreven, maar ik ben nog geen één keer gebeld. Ik heb mijn weekendbaantje bij de textielsupermarkt nog steeds aangehouden, ook al werk ik daar al lang niet meer met plezier. Mijn motivatie is daar: ziekenfondsverzekerd en de broodnodige euro’s verdienen.’ Marieke is nog niet helemaal wanhopig. Ze heeft een goede lio-stage achter de rug, met aansluitend een flinke ziektevervangingsbaan. Bovendien weet ze dat er binnenkort iemand met zwangerschapsverlof gaat. De school wil haar graag hebben, maar de gemeente is heel voorzichtig met het plaatsen van mensen op langdurige vervanging. Ze hoopt dat het rondkomt want, zo merkt ze: ‘Ik weet niet of ik nog een jaar, zonder plezier, werken in een winkel gecombineerd met wachten op telefoontjes aankan. Anders ga ik misschien iets doen met mijn oude spw-diploma. De kinderopvang of de buitenschoolse opvang in. Tja, je moet wat.’
Pabo-afgestudeerden voelen zich bekocht. Er zijn nauwelijks banen te vinden. Zij-instromers die een verkorte opleiding volgden, helemaal. ‘Erg irritant allemaal’, aldus Leonie, ‘vooral omdat er toen ik in januari 2002 begon met de pabo overal nog gesproken werd van een groot tekort. Je stelt je dus in op de zekerheid van een baan, maar die is op dit moment ver te zoeken.’
Na een oproepje via het opleidingentijdschrift Straksvoordeklas kwamen er bij de AOb al snel reacties binnen van pabo-afgestudeerden die nog geen baan hebben gevonden. Zonder uitzondering gepikeerd. Het valt namelijk niet meer te volgen. Je begint aan een opleiding, omdat er een enorm gebrek aan leraren wordt voorspeld. Je zou bij wijze van spreken uit banen kunnen kiezen. De realiteit is een andere. De werkloosheid in het onderwijs groeit in rap tempo. De oorzaak? Het bezuinigingsbeleid van de overheid. Alle schoolbesturen zijn uiterst voorzichtig met het openstellen van vacatures. De miljoenenbezuinigingen op oalt en achterstanden gaan namelijk tegen de 3000 banen kosten. Vrij vertaald betekent het dat er voor bijna de helft van alle pasafgestudeerden geen baan zal zijn.

Verzadigingspunt
“Vorig jaar werden onze afgestudeerden bij wijze van spreken met een schepnet van straat geveegd. Dit jaar is dat beeld volledig omgeslagen, er zijn er nog een flink stel zonder werk”, vertelt Frans Bolsius, directeur van de pabo van de Haagse hogeschool. “Waar je dat meteen aan merkt is de inschrijving voor de zij-instroomopleiding. Hadden we vorig jaar vier groepen, nu maar één. Mensen die een carrièreswitch maken, willen immers zekerheid dat ze aan het werk komen. Ik vind dat treurig en vind dat we moeten proberen om juist deze doelgroep te houden, want we hebben ze straks hard nodig.”
Op pabo de Kempel in Helmond is het nooit zo geweest dat studenten na het ontvangen van het diploma meteen aan de slag konden. “Die verhalen over tekorten, zoals in de randstad, herkennen wij niet”, zegt directeur G. Hendriks. “Het is nooit erg makkelijk geweest. Van onze afgestudeerden in 2003 heeft nu 22 procent een vaste benoeming en zeventig procent een tijdelijke of invalbaan. En van de lichting 2004 weet ik zeker dat niet iedereen nu een baan heeft.”
In Rotterdam is de omslag weer wel voelbaar. “Wij constateren dat er minder vacatures beschikbaar zijn”, meldt Fred Feuerstake van de pabo van de hogeschool Rotterdam en omstreken. “Het algemene beeld is dat scholen voorzichtiger zijn om personeel aan te nemen. Kenmerkend is dat het aantal duale studenten een terugloop laat zien.”
Karel Aardse, collegevoorzitter van de Utrechtse Marnix-academie, ziet in die stad hetzelfde patroon. “Het komt door de bezuinigingen op oalt en achterstand. Daardoor zit de arbeidsmarkt in het basisonderwijs nu opeens op het verzadigingspunt. En ook wij merken dat direct aan de deeltijdopleiding, waar de aanmelding achterblijft.”
Op alle pabo’s gaat het nog goed met de studentenaantallen, nu vooral vanwege de voltijd-opleiding. Bolsius in Den Haag ziet enorm veel doorstroom vanuit het mbo. “Want de arbeidsmarkt voor onderwijsassistenten is nog veel droeviger. Dus die groep gaat doorstuderen.”
De omslag heeft zich volgens de Haagse pabo-directeur in ijltempo voltrokken. Schoolbesturen zijn huiverig om personeel aan te nemen. Zo probeert de gemeente Den Haag de gevolgen van de bezuinigingen op het achterstandsbudget en het ontslag van oalt-leraren intern op te vangen. Wat er aan rek in de formatie zit, wordt eerst door die mensen opgevuld. Zo komt de klap van de bezuinigingen terecht bij de pasafgestudeerden.
“Al moet ik zeggen dat de gemeente Den Haag er alles aan doet om geen verloren generatie te creëren. Wie vorig jaar een betaalde lio-stage had, had ook een baangarantie. Daar heeft de gemeente zich aan gehouden, al hebben die mensen nu niet een eigen groep maar zitten ze in een vervangingspool. Maar nieuwe lio’ers krijgen geen baangarantie meer. Ook het aantal betaalde lio-plekken is verminderd.”

Echt zonde
Intussen balen de afgestudeerden. Miriam mailt: ‘Op dit moment heb ik mij ingeschreven bij negen(!) gemeenten en stichtingen in de hoop op een baan. Toen ik begon met de pabo zag het er allemaal rooskleurig uit en werd ons verteld dat we het voor het kiezen hadden als we klaar waren. Maar het tegendeel is waar.’ Femke heeft het idee dat het aan de regio ligt. ‘Als je als afgestudeerde niet naar de randstad wilt, zijn de kansen erg klein.’ Nu ze geen baan heeft, gaat ze maar doorstuderen. ‘Ik heb gekozen voor remedial teaching. Ik hoop hierdoor mijn kansen volgend jaar te vergroten en mijn eigen kennis verder te ontwikkelen.’ Alice heeft na een lange zoektocht een tijdelijke baan. ‘Nergens was iemand nodig, veel scholen werden ingekrompen waardoor er een overschot aan personeel was. Ik heb mijzelf drie jaar volledig over de kop gewerkt om aan dit diploma te komen en ik voel mij behoorlijk misleid door de overheid.’ Een andere Leonie stuurt een juichende reactie. Ze heeft een baan en is dolgelukkig. ‘Al is het geen fulltime baan, zoals ik graag had gezien. Maar als ik om mij heen kijk, merk ik dat ik echt blij mag zijn. Er zijn genoeg klasgenoten die nog geen werk hebben gevonden en dat is natuurlijk echt zonde.’

Werkloosheid in het onderwijs loopt snel op

Begin dit jaar passeerde het werkloosheidspercentage in het onderwijs volgens de statistieken van uitkeringsinstantie UWV een belangrijke grens. Onder de één procent wordt er door economen eigenlijk niet van werkloosheid gesproken. Die ene procent – hoe vervelend ook voor de betrokkenen – ontstaat door krimp op de ene school en groei op de andere. Die ene procent is de smeerolie, waardoor vrijvallende banen ook weer snel kunnen worden opgevuld. Maar boven die grens neemt het aantal zoekenden toe en wordt de werkloosheid pijnlijk voor grotere groepen.
Begin 2002 telde het UWV volgens de nieuwe ww-regelingen 1588 ontslagwerklozen in onderwijs en wetenschap. Het eerste kwartaal van 2004 waren dat er al 6029. Tegelijkertijd stokt volgens cijfers van het Participatiefonds, uitvoerder van de wachtgeldregelingen in het basis- en voortgezet onderwijs, de terugstroom van werklozen naar een baan. Oftewel: de werkloosheid in het onderwijs die jarenlang daalde, stijgt weer. Een kentering, zeggen ze bij het Participatiefonds. Volgens het ministerie van Onderwijs zullen de komende tijd structureel 3000 banen in het basisonderwijs en nog eens 1250 fulltime banen verloren gaan door de bezuinigingen op oalt en achterstanden. We hebben het dan nog niet eens over de gevolgen van de klappen die in de educatie (schatting: 7000) dreigen te vallen. Eén troost: de situatie in het onderwijs is nog steeds een stuk gunstiger dan in andere sectoren.
Het banenverlies zal zich echter niet volledig vertalen in een werkloosheidspercentage. Immers: starters betalen de tol. Zij komen niet aan het werk, maar omdat pasafgestudeerden en herintreders meestal onvoldoende arbeidsverleden hebben, worden ze geteld bij de bijstand, niet bij de werklozen. De echte klap voor de beginners moet overigens nog komen. Het overgrote deel van de bezuinigingen op het achterstandsbudget wordt namelijk pas in het najaar van 2005 doorgevoerd, waardoor de mensen die in juli 2005 afstuderen het nog weer een stuk moeilijker zullen hebben dan dit jaar. Daarbovenop komen nog de plannen om de gewichtengelden te herverdelen, die een verschuiving van banen van de stad naar de regio tot gevolg zullen hebben. Dat zal schoolbesturen in de randstad nog terughoudender maken om mensen aan te nemen.

Geen baan? Nog nooit gewerkt? Bijstand!

Bakken sollicitatiebrieven geschreven, iedereen gevraagd of je ergens kunt invallen, maar er komt een dag dat het pijnlijke besef doordringt: je bent gediplomeerd leraar basisonderwijs, maar niemand heeft je nodig. Er blijft dan maar één ding over: je inschrijven als werkzoekende bij de sociale dienst en bij het centrum voor werk en inkomen in de buurt. In kort bestek de regels:
· Wie een arbeidsverleden heeft (in de laatste 39 weken 26 weken gewerkt) kan rekenen op een ww-uitkering. Hoogte en duur daarvan zijn afhankelijk van het verdiende loon. Solliciteren moet, het eerste halfjaar in de ww mag dat aansluiten op ervaring, opleiding en loonniveau, daarna is ook lagergekwalificeerd werk ‘passend’.
· Wie geen recht heeft op ww komt terecht in de Wet werk en bijstand. Vanaf 21 jaar gaat het bij alleenstaanden in principe om 575 euro. Een gemeente mag schoolverlaters (ook hbo-verlaters) of jongeren van 21 en 22 jaar een lagere uitkering geven om ze te stimuleren ‘sneller aan het werk te komen’. In de bijstand moeten mensen ook werk aannemen dat niet aansluit bij hun opleiding of ervaring.
· Als een afgestudeerde nog thuis woont, wordt het inkomen of vermogen van de huisgenoten (ouders) meegewogen. In het overgrote deel van de gevallen bestaat er dan geen recht op uitkering. Wel kunnen ouders eventueel nog kinderbijslag krijgen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.