- blad nr 11
- 2-6-2001
- auteur . Overige
- Redactioneel
Een leraar van vlees en bloed
ŒOnderwijs moet een bijdrage leveren aan de vorming van leerlingen tot volwassen personen, die door hun kennis, houding en mentaliteit toegerust zijn voor de toekomst. Ook zonder zware moraliserende begrippen kun je leerlingen iets duidelijk maken², zei de Utrechtse pedagoog Jan Marten Praamsma op het congres van Bonaventura en CVHO. Volgens hem hebben leraren gewoonweg niet genoeg tijd om leerlingen iets te vertellen over het vak en het leven. ³In de praktijk is het beleid vaag en weten leraren bijvoorbeeld niet wat ze op een examen kunnen verwachten. Dit betekent vaak dat leraren alles met de leerlingen doornemen. Zodoende hebben ze geen tijd om als leraar hun verhaal te vertellen.² Een oplossing zoekt Praamsma in het gebruik van aanvullend lesmateriaal voor leren over het leven, het vak en het geloof. Maar dit betekent wel weer dat er extra leerstof moet worden behandeld. ³Waar ik een groot voorstander van ben, is leerlingen te laten zien op welke manier het vak bijdraagt aan het leven. Daar is een leraar van vlees en bloed voor nodig. Daar kan geen lesboek tegenop. Je brengt als leraar jouw visie op de wereld aan de leerling over. Vaak zijn het de leraren met hart voor het vak.² Praamsma benadrukte dat zo¹n benadering niet veel tijd hoeft op te slokken. ³Het gaat om de kleine momenten waarin je de leerstof in een ander licht zet. Bij het vak economie bijvoorbeeld kun je armoede, werkloosheid en rijkdom aan de orde stellen.²