- blad nr 14
- 28-8-2004
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De koprol is verdwenen
De koprol, die voor- én achteruit genomen moest worden, was een van de kerndoelen die de toenmalige staatssecretaris Karin Adelmund noemde als voorbeeld van de onwerkbare situatie waarmee het basisonderwijs zat opgescheept. Op dit moment maakt niemand zich meer zorgen over die hoos aan gedetailleerde richtlijnen die in 1993 werden ingevoerd.
Op 2 december praat de Tweede Kamer over de vernieuwde kerndoelen voor het basisonderwijs. Die moeten beter aansluiten bij de behoefte om aan de ene kant met richtlijnen te werken van de overheid, maar aan de andere kant voldoende ruimte te krijgen om een eigen identiteit te behouden.
Er liggen nu 58 nieuwe kerndoelen voor Nederlands, Engels, de Friese taal, rekenen/wiskunde, het leergebied ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs.
Het oorspronkelijke advies van de commissie Wijnen in 2002 was om heel precieze doelen te formuleren voor een verplicht kerncurriculum. Daarnaast zou er een differentieel deel zijn waaruit scholen zelf een keuze konden maken. Voor het differentieel deel werden dan geen doelen vastgelegd. Van dat advies is tenslotte afgeweken, omdat men het risico dat er een te groot verschil in niveau tussen scholen zou ontstaan te groot vond. Leerlingen zouden de aansluiting met het vervolgonderwijs missen en de zwakkere leerlingen zouden een te beperkt onderwijsaanbod kunnen krijgen. Vandaar dat er een nieuw advies kwam van de stichting Leerplanontwikkeling (SLO) in 2003 dat toch weer alle vakgebieden aan bod liet komen. Omdat juist voor Nederlands en rekenen/wiskunde een doorgaande leerlijn belangrijk is, zijn de kerndoelen van deze vakken uitgebreider dan van de zaak- en expressievakken. Door het loslaten van het verschil tussen een kern- een differentieel deel, is er tevens een waarborg van een breed onderwijsaanbod voor alle leerlingen. De kerndoelen moeten ook een soort verantwoording zijn van de scholen naar buiten toe. Minister Van der Hoeven schrijft in haar brief aan de Tweede Kamer dat scholen nog steeds ruimte hebben om te differentiëren zolang dat niet ten koste gaat van de aansluiting met andere scholen, zodat leerlingen die verhuizen geen problemen kunnen krijgen. De aansluiting met het voortgezet onderwijs kreeg extra aandacht. De taakgroep Vernieuwing basisvorming schreef in haar advies in juni van dit jaar dat er nog steeds veel moeilijkheden zijn bij de aansluiting met de basisschool. Zo beginnen veel scholen bij het vak Engels voor de zekerheid maar weer van voren af aan, terwijl veel leerlingen al vanaf groep 7 Engels hebben gehad en zich daardoor stierlijk zitten te vervelen. Voor het vak Engels staat in de kerndoelen nu veel duidelijker omschreven wat er van de school verwacht wordt, daarnaast zijn de uitgeverijen bezig met een methode die al in groep 5 of 6 begint. Scholen worden gestimuleerd om nog een tweede vreemde taal, Frans of Duits, aan te bieden die dan niet door de groepsleerkracht gegeven wordt maar door een native speaker.
Nieuwsgierig
Bij het leergebied ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’ wordt uitgegaan van de nieuwsgierigheid van kinderen die zichzelf en de wereld willen leren kennen. Bij de kerndoelen van dit leergebied zijn de meeste zaakvakken ondergebracht. Het is onderverdeeld in ‘mens en samenleving’, waarbij het gaat om gezondheid, zelfredzaamheid als consument en als verkeersdeelnemer, staatsinrichting en milieu. Bij ‘natuur en techniek’ is speciale aandacht voor techniek in combinatie met andere vakken om het belang ervan in de samenleving aan te geven. Onder ‘ruimte’ vallen de kerndoelen voor het oude aardrijkskunde en de geografie en onder ‘tijd’ geschiedenis. Bij ‘kunstzinnige oriëntatie’ gaat het om kijken en luisteren naar beelden en muziek, het zelf maken van muziek, tekenen en handvaardigheid. Bij het bewegingsonderwijs wordt niet meer gerept over de koprol, bij kerndoel 57 staat dat de leerlingen op een verantwoorde manier deel moeten nemen aan de ‘omringende bewegingscultuur’, in kerndoel 58 leren ze op een ‘respectvolle manier’ samen met anderen aan bewegingsactiviteiten deel te nemen. Vager kan het bijna niet, maar iedere zichzelf respecterende gymleraar weet daar vast wel een invulling aan te geven.
Van der Hoeven hoopt de vernieuwde kerndoelen al in het schooljaar 2005/2006 in te voeren. Dat kan zo snel omdat de uitgeverijen hebben aangegeven dat het merendeel van de methoden aansluit bij de voorstellen. Alleen de geschiedenismethode vraagt om vernieuwing.
Aan de kerndoelen die in 1993 werden ingevoerd ging een enorme discussie in het parlement vooraf. Tragisch genoeg waren ze eigenlijk al verouderd op het moment van de invoering. De belangrijkste klacht was toen dat het teveel en te gedetailleerd en daarom onwerkbaar was. Van de 58 nieuwe kerndoelen kan dat zeker niet gezegd worden, hoogstens dat ze hier en daar wat abstract zijn.