• blad nr 14
  • 28-8-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Niemand blij met geschuif achterstandsgeld

Een streep door de 22 miljoen euro van zwarte scholen, zodat witte achterstandsscholen dat bedrag erbij kunnen krijgen. Met deze ingrijpende verschuiving in het achterstandsbudget wil minister Van der Hoeven de achterblijvende autochtone leerlingen helpen. In het wetenschappelijk advies werd een andere suggestie gedaan. Als het niets méér mag kosten, geef dan de grote groep van leerlingen zónder achterstand een ietsepietsie minder.

Witte achterstandsleerlingen raken steeds verder achterop, zo luidde de noodkreet van het Sociaal en cultureel planbureau eind 2003. Een van de oorzaken voor die groeiende prestatiekloof met andere groepen was dat bijna de helft van de autochtone achterstandskinderen niet eens in aanmerking komt voor extra hulp uit het achterstandsbudget. Dat heeft vooral te maken met de drempel in de regeling. Een school met 150 leerlingen moet nu tenminste 55 witte achterstandleerlingen hebben om voor extra formatie in aanmerking te komen, becijferde het SCP. Dat zijn trouwens lang niet allemaal ‘plattelandskinderen’ zoals vaak wordt verondersteld, het merendeel van de autochtone achterstandskinderen woont in de randstad.
Het SCP stelde al voor om het geld voor achterstanden te herverdelen, vooral omdat allochtone kinderen al wel een flinke sprong voorwaarts hadden gemaakt. De politiek trok zich die bewering aan en minister Van der Hoeven heeft de afgelopen maanden van alles in het werk gezet om een nieuwe achterstandenregeling te ontwerpen. Op het departement werd gerekend, er werd advies ingewonnen en kort voor de zomer rolde daar een nieuwe regeling uit. Kort samengevat komt deze hier op neer:

-De operatie moet budgettair neutraal verlopen, er komt géén geld bij
-Etniciteit als norm verdwijnt
-De gewichten worden vastgesteld op basis van het opleidingsniveau van beide ouders (nu één ouder)
-In plaats van de huidige gewichten (0,25 voor autochtonen en 0,9 voor allochtonen) komen er twee nieuwe gewichten. Voor alle kinderen geldt ongeacht hun land van herkomst: ouders maximaal basisonderwijs het gewicht 1,2 en ouders maximaal lbo/vbo het gewicht 0,3.
-Voor leerlingen met een bewezen taalachterstand is er een eigen gewicht van 2,4
-Omdat de aanpak van taalachterstanden het best zo vroeg mogelijk kan gebeuren, krijgen alleen leerlingen in de groepen 1 tot en met 4 deze zware extra gewichten
-De drempel van negen procent voordat de gewichten in de formatie gaan meetellen, blijft bestaan
-Er komt ook een plafond: als er meer dan tachtig procent achterstandsleerlingen zijn, komt er niet meer geld bij. Zo wil Van der Hoeven voorkomen dat scholen expres zwart worden om zoveel mogelijk formatie binnen te slepen

De nieuwe gewichtenregeling moet in 2006 van kracht worden. De gevolgen zijn ingrijpend. De vier grote steden raken bijvoorbeeld 13 miljoen euro kwijt, in totaal lopen de herverdeeleffecten voor het hele land op tot 22 miljoen euro. De reacties vanuit de grote steden waren dan ook meteen vernietigend. Deze worden immers ook al zwaar getroffen door de reeds aangekondigde bezuiniging op de onderwijsachterstanden. In Zeeland was de projectleider achterstand verheugd met de extra’s, al zag men die bij voorkeur niet door bezuinigingen elders op het achterstandsbudget. Werkgeversorganisatie Vos/ABB (openbaar en algemeen bijzonder onderwijs) vond dat de minister zo meewerkt aan de afbraak van kwaliteit van het onderwijs. Als witte achterstandsleerlingen geholpen moeten worden, moet dat niet ten koste gaan van zwarte scholen. Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond begreep de redeneertrant van het kabinet niet. “Door extra investeringen in achterstandsleerlingen liepen zij de afgelopen periode hun achterstand in. Als dit plan doorgaat, worden we weer jaren teruggeworpen.”

Mitsen en maren
De keuzen van het ministerie zijn ook opmerkelijk voor wie het wetenschappelijk advies leest. Daarin schrijft het onderzoeksinstituut GION een reeks van mitsen en maren. Hoewel de opdracht aan de onderzoekers was dat het veranderen van de gewichtenregeling budgettair neutraal moet verlopen, luidt de eerste conclusies: ‘Per definitie leidt elke alternatieve gewichtenregeling waarbij de autochtone achterstandsleerling beter bedeeld wordt dan voorheen, tot een onderbedeling van de allochtone achterstandsleerlingen.’ De herverdeeleffecten zijn erg schreef, benadrukt het advies. Een klein beetje meer voor de witte leerlingen, leidt tot veel minder voor zwarte scholen. Een werkbaar alternatief om witte achterstandskinderen meer te geven is daarom om dat bij de grootste groep leerlingen – die zonder achterstand – weg te halen, suggereert het rapport.
De Robin Hood-aanpak, dus. Minder voor de welgestelden, meer voor de achterstandskinderen in plaats van het herverdelen van de armoede onder twee groepen achterstandskinderen. Een suggestie die niet is overgenomen. “De randvoorwaarde van het ministerie was duidelijk: het mag niet duurder worden”, zegt hoogleraar Roel Bosker, een van de opstellers van het rapport. “Maar als adviseurs waren ik en mijn collega Guldemond vrij om iets anders te suggereren. En als je achterstandsleerlingen, autochtoon of allochtoon, binnen hetzelfde budget wilt helpen, kan dat volgens ons het best gebeuren door de financiering van de grootste groep van niet-achterstandsleerlingen iets terug te laten lopen. Wat je nu door de herverdeling ziet gebeuren is een marginale verschuiving van 22 miljoen euro, een beetje meer voor witte achterstandskinderen, die bij zwarte scholen wel grote effecten heeft. Een politieke keuze, die de politiek mag maken.”
Bosker maakte eerder deel uit van een onderzoeksgroep die voor de Onderwijsraad een advies opstelde om de veel bekritiseerde gewichtenregeling aan te pakken. Dat advies speelt bij de voorstellen van het ministerie nauwelijks een rol. Bosker: “Het plan van de Onderwijsraad was bedoeld als sprong vooruit. Dit niet.” Wat toen en nu in het GION-rapport terugkomt, is bijvoorbeeld dat leerlingen met ouders die hoogstens basisschool hebben tweemaal zoveel gewicht zouden moeten krijgen als leerlingen met ouders op vbo-niveau. Een goed beredeneerde verhouding, die in het stuk van OCW helemaal is losgelaten.
Tevreden is Bosker wel met het feit dat het ministerie de taalachterstandsgelden vooral wil inzetten in de onderbouw. “Helaas is de oormerking voor geld voor de klassenverkleining losgelaten, maar komt die nu bij achterstand terug. Daar ben ik een groot voorstander van, want in de onderbouw gebeurt het allemaal.”
Terwijl het ministerie verder een plafond in de bekostiging legt om te voorkomen dat scholen zwart worden of blijven vanwege extra formatie, vertelt het rapport duidelijk dat scholen niet op die manier hun leerlingenstromen sturen. Integendeel zelfs: wanneer scholen in het verleden eropuit waren geweest om zoveel mogelijk geld binnen te slepen, hadden zij de witte achterstandskinderen onderling heel anders verdeeld, zodat méér scholen boven de drempel uit waren gekomen. Om de segregatie te bestrijden is een plafond in de regeling niet effectief, luidt de conclusie.

Verborgen talent
In een analyse van de achterstanden en intelligentiescores, komt het onderzoek van Bosker en Guldemond nog tot een opmerkelijk resultaat: de taalachterstand wordt slechts voor een klein deel verklaard door de IQ-scores. “Anders gezegd, er is nog veel onderontwikkeld potentieel ofwel verborgen talent.”
Leidt die constatering niet tot de conclusie dat het zal lonen om méér in plaats van minder te investeren in achterstandsbeleid? Voor Liesbeth Verheggen, dagelijks bestuurder primair onderwijs van de Algemene Onderwijsbond, in elk geval wel. “Wanneer je dat leest, is het wel verschrikkelijk treurig dat het kabinet 100 miljoen bezuinigt op de achterstanden en nu weer een beetje gaat herverdelen om de autochtone achterstandsleerlingen de hulp te geven waar ze recht op hebben.”
Het verwondert Verheggen dat nergens is uitgerekend wat bijvoorbeeld het laten vervallen van de drempel kost. De AOb heeft een heel voorzichtige schatting gemaakt. Volgens het rapport komen nu tenminste 90.000 autochtone achterstandsleerlingen niet in aanmerking voor de 0,25 extra formatie. Misschien zijn dat er iets meer, omdat het voor veel scholen nu helemaal niet loont om autochtone kinderen van laagopgeleide ouders te registeren. Maar uitgaande van 100.000 leerlingen met een 0,25 gewicht gaat het ruwweg om 62,5 miljoen euro, wanneer je voor die groep speciaal iets zou willen doen. “Voor een beschaafd en welvarend land als Nederland is het toch niet te veel gevraagd om het verborgen talent te ontwikkelen”, aldus Verheggen. “Het kabinet maakt alleen andere, verwoestende keuzen. Men bezuinigt op taalondersteuning door de oalt-leerkrachten te ontslaan. Men bezuinigt 100 miljoen op achterstandsbeleid. En gaat dan ook nog een beetje aan symboolpolitiek doen door de ene zwakke groep – allochtone achterstandskinderen – te korten ten behoeve van de andere groep achterstandskinderen – de autochtonen. Ik kan dat niet meer volgen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.