• blad nr 8
  • 17-4-2004
  • auteur R. Sikkes 
  • Commentaar

 

Onderwijs aan de trekvaart

In Nijmegen valt de eerste klap. En hard. De gemeente heeft aangekondigd dat, vanwege bezuinigingen op het grotestedenbudget, vijftien miljoen euro te schrappen op de eigen onderwijsuitgaven. Gevolgen? Het plaatselijke roc heft de educatie op. Tientallen ontslagen, honderden cursisten zonder inburgeringsprogramma. Dat is de eerste gemeente die vooruit kijkt naar de gevolgen van het overhevelen van educatiegelden en de daarbij behorende bezuinigen binnen de nieuwe pot ‘sociaal, integratie en veiligheid’. Hoe dat in andere gemeenten gaat uitpakken, moet nog blijken.
De onverwachte ingreep in de subsidiestromen rond de educatie staat niet op zich, als het gaat om de investeringen die Nederland doet om de integratie van allochtonen of mensen met ene laag opleidingsniveau te bevorderen. Tel daar bij op de bezuinigingen op het onderwijsachterstandenbeleid, het schrappen van taalondersteuning en verminderen van het aantal id-banen.
Het is toch lichtelijk verbijsterend dat wanneer de commissie Blok constateert dat het onderwijspersoneel een pluim verdient voor het werk bij de inburgering, maar de overheid op alle fronten snijdt in de mogelijkheden voor instellingen om dat werk goed te kunnen doen. En het wordt helemaal bizar als je ziet dat tijdens het integratiedebat in de Tweede Kamer politici elkaar vliegen proberen af te vangen over wie nu eigenlijk echt de eerste is geweest die het integratiedebat op de agenda heeft gezet.
In die dikke stapel nota’s van de politieke partijen gaat het over van alles – veel tekst over artikel 23, hoofddoekjes in de klas, verplichte Willem van Oranjelessen – maar het gaat niet over de mensen die het echte werk moeten doen. De scholen, de leraren, het onderwijspersoneel. En de mogelijkheden die zij krijgen om hun werk goed uit te voeren. Lesmethoden, gebouwen, apparatuur. Natuurlijk mag je kijken of dat efficiënt en goed gebeurt, maar de kloof tussen debat en realiteit is ver te zoeken.
Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State, weet afgelopen week deze kloof aan de nieuwe brede tussenlaag van instellingen, managers en adviseurs. Die tussenlaag heeft zich warmpjes heeft genesteld tussen de politiek en de uitvoerders als artsen, agenten en leraren. Maar de kloof heeft er ook mee te maken dat de politiek zelf debattten voert die de uitvoerders niet raken, zoals bij de integratie. Of in het hoger onderwijs.
Zo waren de trefwoorden bij de bespreking van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (Hoop) selectie en hogere collegegelden. Een interessante discussie natuurlijk, maar wel een die volledig voorbijgaat aan de praktijk van alledag. Want de politieke aandacht mag zich concentreren op Harvard aan de Rijn, Oxford aan de Lek of Camebridge aan de Maas, de realiteit is dat het doorsnee onderwijs aan de Trekvaart verschraalt.
In het hbo worden de groepen groter, wordt dualisering van opleidingen in leer-werktrajecten gebruikt om te bezuinigen op het aantal contacturen. Samen met nog andere efficiencymaatregelen zorgt dat voor een enorme druk op de kwaliteit, waar het hbo-personeel niet vrolijk van wordt. De komende jaren daalt de financiering per student nog verder. Plannen voor een compleet nieuw studiefinancieringsstelsel bieden weliswaar mooie vergezichten voor de toekomst, maar gaan volledig voorbij aan de acute nood.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.