• blad nr 8
  • 17-4-2004
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

De meedogenloze roodstreper

Hoe moet je corrigeren: met een groene of een rode pen? De groene stroming rukt op, groene correcties zouden kindvriendelijker zijn. Anneke de Vries, lerares Frans, toont in dit opiniestuk aan dat juist de ‘meedogenloze roodstreper’ de vriendelijke corrector is.

Het onderwijsveld is zoekende. Er is veel uitval in de tweede fase en vooral in het vmbo, het ontbreekt de leerling blijkbaar aan motivatie. Leren en school zijn niet leuk genoeg. Docenten worden opgeroepen leerlingvriendelijker te handelen. Nog beter schijnt te zijn het aanbod aan vakken af te stemmen op de onderwijsvraag van de puber. Wie in schoolse kaders de confrontatie durft te zoeken, kan immers zomaar neergeschoten worden? Dus alles moet alweer anders. Invoelender. Liever. Beweringen in die richting gaan tegenwoordig zover dat koud gesteld wordt dat de wijze van correctie van de docent rekening moet houden met de kwetsbare kinderziel. Niet dat confronterende en meedogenloze rood aanstrepen van fouten maar het bescheiden groen markeren van goede elementen in de door leerlingen gemaakte toetsen. Ligt in zoiets eenvoudigs een deel van de oplossing? Laten we deze twee correctiewijzen eens nader bekijken.

Cadeaupunten
De puntentellende corrector streeft naar een puntenaantal dat gemakkelijk tot het cijfer 10.0 te brengen is, bijvoorbeeld een toets waarin je 45, 60 of 90 punten kunt halen. De gangbare praktijk is namelijk dat de eerste tien punten cadeau worden gegeven, omdat er immers niet lager dan 1 gecijferd wordt. In een toets van 45 punten levert elke gescoorde punt 2 op voor het cijfer, in een 60-puntentoets is elke punt 1,5 waard en in een 90-puntentoets geeft elke behaalde punt waarde 1 voor het cijfer. Wie slechts de helft van de te behalen punten binnensleept, heeft bij deze correctievorm al een voldoende, want het is 22.5 x 2 = 45 of 30 x 1.5 = 45 of 45 x 1 = 45. Daar worden dan die tien cadeaupunten nog bij opgeteld tot 55 en dat levert als cijfer een 5.5. Prachtig! Of niet?
De foutaanstrepende corrector houdt zich over het algemeen aan de vroegere examennorm. Deze komt erop neer dat een voldoende wordt gegeven als maximaal eenderde deel van de toets fout is gedaan. Voor hem is het handig dat het totale aantal fouten deelbaar is door drie. In de 45-foutentoets krijg je dus een 6 bij 15 fouten, in de 60-foutentoets krijg je dat cijfer bij 20 fout en in de 90-foutentoets bij 30 fout. Een leerling krijgt bij de met rood corrigerende docent voor de helft goed slechts een 4 als cijfer. Droevig! Of niet?
Beide correctietypes in de cijferpraktijk met elkaar vergelijkend, geeft de groengeoriënteerde corrector altijd een hoger cijfer, zelfs als er geen cadeaupunten gegeven worden en het cijfer vanaf 0.0 wordt opgebouwd. De roodgeoriënteerde corrector komt domweg sneller terecht in het spectrum van de onvoldoendes en beschouwt het cijfer 1 als de vergaarbak van het falen: in een 60-foutentoets krijgt die leerling een 1.0 die tussen de 45 en 60 fouten heeft gemaakt, terwijl er met 60 fout eigenlijk een -2.0 zou moeten worden geven. De groenschrijver verlaat juist het lagecijfergebied zo snel mogelijk om op te klimmen naar het hogere. Er is geen restmarge.
In theorie ziet de zaak er anders uit. De roodgebruiker gaat uit van de volmaakte leerling. Het nog ongecorrigeerde werk levert in principe een 10.0 op en de mate van onvolkomenheid wordt met rood al corrigerend aangegeven. De groengebruiker gaat uit van een waardeloos werkstuk dat nog ongecorrigeerd niet meer oplevert dan een 1.0. In theorie is de roodstreper dus stukken vriendelijker dan de groenstreper. Maar dat is theorie. Blijft echter de vraag welke corrector de leerling het meest dient.

Misgeboortes
Laten we opnieuw eens kijken naar de eerste uitslagen van de eindexamens van de tweede Fase en het vmbo. Over de normering is veel te doen geweest. Ook hier vaak al een voldoende als slechts de helft van de toets goed is. Soms zelfs al een voldoende voor minder dan de helft goed. Maar wat waren ze blij, de ontwikkelaars van deze onderwijskundige misgeboortes! Zoveel leerlingen geslaagd! Dus zijn we met de nieuwste ontwikkelingen op de goede weg. Of wordt hier de afgenomen waarde van het diploma weggeveegd onder het tapijt van een opgehoogde norm? Hoe betrouwbaar of onbetrouwbaar zal het diploma straks blijken te zijn in de vervolgopleidingen? Wat is dus leerlingvriendelijk?

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.