• blad nr 11
  • 2-6-2001
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Paradise lost

Met weemoed herinnert drs. J.C. Traas zich dat een volledige betrekking aan hbs en gymnasium standaard uit 26 les- en drie taakuren bestond, met een gemiddelde klassengrootte van zo¹n twintig leerlingen in een qua omvang nog overzichtelijke school. De rector had zelf nog wat lessen, de docenten waren zijn collega¹s en de school was een Œplatte¹ organisatie. Een paradise lost. Dat die scholen elitair waren, ontkent hij. En inderdaad het externe democratiseringsproces was een autonome ontwikkeling die al eind jaren vijftig op gang kwam. De Mammoet was er eerder gevolg dan oorzaak van.
In drie hoofdstukken bekijkt Traas de ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar. Hij begint met de strijd om de invoering van de middenschool. Traas geeft toe dat er veel artikelen tegen de middenschool in Het Weekblad verschenen, maar evengoed ook pleidooien er voor. Dat VVD en NGL één pot nat zouden zijn, herhaaldelijk gesuggereerd door oud-minister van Onderwijs Van Kemenade en door de latere voorzitter van de Onderwijsraad Leune, weerlegt hij overtuigend. De NGL-bestuurders waren in meerderheid lid van PvdA, CDA, CPN(!) en, inderdaad, sommigen ook van de VVD. Uit onderzoek, onder andere van het Nipo, bleek dat slechts zo¹n 25 procent van alle leraren de middenschool niet bij voorbaat afwees, ruim de helft was tegen, de rest had geen mening. Dat is opmerkelijk omdat leraren in royale meerderheid Œpolitiek links¹ waren. Dat deze linkse leraren er niet in slaagden met argumenten hun politieke vertegenwoordigers te overtuigen, geeft aan dat er reeds toen een kloof bestond tussen de politici en hun traditionele achterban. Traas stelt dat de middenschool er niet is gekomen door het volledig mislukken van de experimenten, ondanks de overvloed aan faciliteiten.
In het tweede hoofdstuk, ŒDe opkomst van de meritocratie¹, gaat Traas dieper in op de strijd tegen maatschappelijke ongelijkheid en de veronderstelde rol van de school daarin. Voorstanders van de middenschool, zoals prof. Van Gelder, Van Kemenade, Jacobs e.a., geloofden dat volledige heterogeniteit mogelijk was. Ze verwachtten dat het kind in de middenschool tot optimale Œzelfontplooiing¹ kon komen en dat de middenschool de bestaande ongelijkheid zou terugdringen. Aan de hand van een futuristische roman en een dito novelle (Michael Young, ŒThe Rise of the Meritocracy 1870-2033¹ en Kurt Vonnegut, ŒWelcome to the Monkeyhouse¹) laat hij zien dat maatschappelijke ongelijkheid onvermijdelijk is. In een open society zal de ontwikkeling naar een meritocratie als vanzelf plaatsvinden. Het derde hoofdstuk heet ŒDertig jaar later¹. Traas maakt hier de titel van zijn boek waar. Het ging inderdaad van kwaad tot erger. Hij constateert de deficiënties bij de afgestudeerden van de pabo¹s: gebrekkige beheersing van het Nederlands, geringe rekenvaardigheid, weinig aardrijkskundige en geschiedkundige kennis etc. In de basisschool ontstaan door de vergaande feminisering te veel deelbetrekkingen. Er komen steeds grotere scholen met belachelijk hoog ingeschaalde managers die geen collega¹s hebben in de school maar personeel dat ze nauwelijks en leerlingen die ze helemaal niet kennen. Kortom, Traas schildert indringend de deplorabele staat van het onderwijs en legt daarbij niet alleen de schuld bij een falend overheidsbeleid maar ook bij de onderwijsbonden die kritiekloos aanvaardden wat ideologisch gestuurde theoretici aan vernieuwingen lanceerden, zich steeds opnieuw bij bezuinigingen neerlegden en het vertrouwen van hun leden verspeelden.
Hij had daarbij wat mij betreft nog mogen vermelden dat de onderwijsgevenden zich ook dertig jaar lang oren hebben laten aannaaien door doctorandi, hoogleraren in de onderwijskunde, door schooladviesdiensten, pedagogische centra, consultancy bureaus etc. Wordt het geen tijd dat de Rekenkamer eens uitzoekt wat het nuttig rendement van die geldverslindende verzorgings- en begeleidingsstructuur is? Wie nog weet heeft van het onderwijs in de optimistische jaren zestig, zal na lezing van het boek niet meer geloven dat het paradise lost ooit nog eens een paradise regained kan worden.
Drs. J.C. Traas (61) was ooit redacteur van Het Weekblad van het toenmalige NGL en later vice-voorzitter van deze bond. Ook was hij leraar Engels en rector van een scholengemeenschap. Van zijn hand verscheen kortelings ŒVan kwaad tot erger¹ (ISBN 90-9014730-6, Ÿ20,-, te bestellen via j.traas@planet.nl).

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.