• blad nr 11
  • 2-6-2001
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Van de Camp

Deze maand bouw ik verder aan mijn vorige column in HOb 8: hoe gaan we de autonomie van scholen en schoolbesturen handen en voeten geven? Meer en meer groeit immers de opvatting dat de problemen in het onderwijs niet alleen een kwestie van geld zijn, maar zeker ook van een te verbeteren organisatie, meer flexibiliteit en een bevrijding van belemmerende voorschriften. Vandaar vandaag twee voorbeelden: één hoe het absoluut niet moet en één hoe meer autonomie en slagvaardigheid wel zou kunnen.
Bij het voorbereiden van de vorige column stuitte ik reeds op Uitleg 11. In de inhoudsopgave gaat het al direct mis. Daar worden de tellingen van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie behandeld. Ik onderscheid: tellingen praktijkcomponent OER (onderwijs- en examenregeling), de bpv-telling, de grenslandtelling, de beleidstelling 2000-2001, de bekostigingstelling. Mensen, dit kan toch niet! De meeste roc¹s zijn volwaardige bedrijven. Het heeft toch geen enkele zin al deze gedetailleerde gegevens aan CFI in Zoetermeer te melden! Kunnen roc¹s niet achteraf door CFI of de gemeente worden afgerekend? Roc¹s maar ook de grotere scholen werken met een eigen budget, kunnen voorfinancieren, bufferen, variaties door de jaren heen opvangen. De student, de inspectie en eventueel de gemeente bewaken de kwaliteit, daar heb je geen vijf of zes tellingen voor nodig. Waarom niet gewerkt met één of twee helder omschreven budgetten en dat is het dan.
Tweede voorbeeld. In de Tweede Kamer is recent gesproken over de bevoegdheid van leraren lichamelijke opvoeding, de in de toekomst verplicht te stellen vakleerkracht voor de groepen drie tot acht. Daarbij kwam natuurlijk aan de orde op welke wijze deze leraren bekostigd gaan worden. Ook pleegden minister en Kamer enkele vingeroefeningen met een lumpsumbekostiging in het primair onderwijs. Wat zouden we nu kunnen doen? We gaan een format ontwikkelen van een min of meer gemiddelde basisschool. In dat model wordt exact aangegeven hoe een basisschool bekostigd gaat worden: formatie, materieel, aanvullende formatie, vakleerkrachten, verwarming, leermiddelen en gaat u zo maar door. Dit format is helder en inzichtelijk: bestuur en directie weten precies waar zij recht op hebben. Schoolgrootte en schoolsamenstelling bepalen de uiteindelijke hoogte van het bedrag.
Maar op welke wijze wordt dat geld uitgegeven? En daar zit nu echt de crux: dat bepalen het bestuur en de school uiteindelijk zelf met een eenvoudige verantwoording achteraf. Het zal even wennen zijn. Allerlei veilige regels vooraf om geld uit te geven bestaan niet meer, er moeten nu eigen keuzes gemaakt worden. Maar dat is autonomie voor het onderwijs en dat willen we toch zo graag.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.