• blad nr 7
  • 3-4-2004
  • auteur J. van Aken 
  • de Vereniging

 

afdeling algemeen bijzonder onderwijs

De AOb vertegenwoordigt zo’n 73.000 werknemers in het onderwijs. Leden met ieder een eigen achtergrond en een eigen belang. Daarom zijn er binnen de vereniging afdelingen, groepen en sectoren. Wie zitten daarin en wat doen zij voor de leden? Dit keer de afdeling Algemeen bijzonder onderwijs.

De afdeling Algemeen bijzonder onderwijs (Abo) is met 1984 als oprichtingsjaar de jongste afdeling binnen de bond. Het voornaamste kenmerk is dat de scholen op particulier initiatief gesticht zijn. “We proberen scholen bij te staan bij het vormgeven van hun identiteit”, zegt voorzitter Martin Eijtinger.

Tekst Jaan van Aken Beeld Stijn Decorte

:De afdeling is in 1984 ontstaan om onderwijskundig overleg met de minister mogelijk te maken. Dat overleg is inmiddels afgeschaft. De afdeling telt zo’n vierduizend leden, die werkzaam zijn aan jenaplan- of montessorischolen maar ook op scholengemeenschappen voor beroepsonderwijs. “Het voornaamste gemeenschappelijke kenmerk is dat de scholen op particulier initiatief gesticht zijn en dat ouders daardoor een grote stem hebben”, zegt voorzitter Martin Eijtinger.
De afdeling probeert scholen bij te staan bij het vormgeven van hun identiteit. Er is een identiteitsfunctionaris die naar scholen toe gaat en gesprekken daarover aanzwengelt. “Leerlingen opleiden tot verdraagzaamheid en tot sociale wezens. Uitdagend onderwijs verzorgen met aandacht voor levensbeschouwelijke vorming, waarbij alle stromingen aan bod komen”, geeft Eijtinger als voorbeeld. “Het Franse verbod op het dragen van een hoofddoek steunen wij dan ook niet.”
De afdeling werkt binnen de Nederlandse algemeen bijzondere schoolraad (NABS) nauw samen met werkgeversorganisatie VBS en de Landelijke oudervereniging bijzonder onderwijs op algemene grondslag. Dankzij het overleg zijn publicaties verschenen over medezeggenschap. Het lerarentekort is onderzocht en dat heeft een rapport opgeleverd met suggesties om het beroep aantrekkelijker te maken. In 2003 is de brochure ‘Waarden en normen in het onderwijs’ verschenen.

Arm en rijk
:Dat laatste was ook het thema van het congres van vorig jaar. Het boekje bevat tips als: “Het is heel belangrijk om duidelijk te zijn naar leerlingen. Op een grote school met bijvoorbeeld 1400 leerlingen moet je streven naar een vast docententeam voor leerlingen zodat ze gekend worden en niet buiten de boot vallen”, vertelt Eijtinger.
Dit jaar is het thema ‘De leraar als maatschappelijk ondernemer’. Scholen worden groter, wat moet je als directie doen: centraal aansturen of zoveel mogelijk vrijheid voor de afdelingen creëren? “Deelscholen die tot op zekere hoogte zelfstandig zijn, hebben een eigen budget. Een vmbo dat extra huiswerkklassen wil instellen, kan het geld daarvoor gebruiken”, licht Eijtinger toe.
Verder organiseert de afdeling regelmatig regionale afdelingsbijeenkomsten waarbij onderwerpen aan bod komen als schoolgrootte en de positie van de docent en het middenmanagement. Eijtinger: “Wij zijn voor kleine instellingen, of je moet de school zo organiseren dat je kleinere eenheden krijgt.”
In samenwerking met de NABS doet de afdeling aan levensbeschouwelijke vorming. Een methode sociaal-ethische vorming is ontwikkeld. Leerlingen moeten zich bijvoorbeeld buigen over de vraag hoe om te gaan met arm en rijk. “Ze krijgen casussen voorgeschoteld en moeten daarin keuzes maken en leren die voor zichzelf te verantwoorden. De minister is geïnteresseerd. Wellicht kan het uitgebouwd worden tot een vak burgerschapskunde.”

Op 7 april houdt de Abo een congres. Aanmelden voor het symposium ‘De leraar als maatschappelijk ondernemer’ op 7 april is nog mogelijk bij Ad Kikkert akikkertaob.nl
Meer informatie: Martin Eijtinger, 0226 318553, e-mail m.h.eijtingerplanet.nl of bij Henny Manders, 0499 391497, e-mail hennykittymanderszonnet.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.