• blad nr 7
  • 3-4-2004
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Veiligheid

De veiligheid op scholen staat al jaren hoog op de politieke agenda. Toch is dat niet de beleving van het brede publiek. Incidenten die op scholen plaatsvonden, waren deels onbekend bij het grote publiek en deels ligt de verklaring in het feit dat scholen de problemen zelf trachten op te lossen zonder er veel ruchtbaarheid aan te willen geven. Tot januari 2004 was het publieke beeld dat het allemaal wel meeviel. Dat beeld veranderde drastisch met de moord op de leraar Hans van Wieren. Als gevolg van deze dramatische gebeurtenis kwam de veiligheid op scholen in het centrum van de aandacht te staan. Met als belangrijkste vraag: zijn onze kinderen nog wel veilig op school? Wat doen we om de veiligheid van onze kinderen te garanderen?
Sinds de jaren zeventig, mijn eigen schoolperiode, is er veel veranderd op school. De school is geen eiland en de ontwikkelingen in de maatschappij met nieuwe uitdagingen en nieuwe problemen voltrokken zich ook op school. In dat opzicht is ook de school een plaats waar die ontwikkelingen samenkomen en een voorbode zijn voor de maatschappij van de toekomst.
De afgelopen weken heeft de Tweede Kamer hoorzittingen gehouden over de veiligheid op scholen. Leerlingen, leraren, ouders, schoolleiders en de zorginstellingen werden uitgenodigd om niet alleen hun eigen ervaringen te vertellen, maar ook mee te denken met de politiek over oplossingen van problemen en het voorkomen ervan. Van cruciaal belang is dat we allemaal onze eigen stellingen durven te verlaten en zaken bespreekbaar maken.
De hoorzittingen maakten pijnlijk duidelijk dat al diegenen die uit zijn op het belang van het kind nogal eens gebrekkig met elkaar communiceren. Het begint al met de eerste schooldag van een leerling. Hoeveel leraren zijn op de hoogte van de achtergronden en eerdere school- en levenservaringen van hun leerlingen? Hoeveel ouders kennen de school en de leraar waar hun kinderen in de klas zitten? Hoeveel scholen hebben gedragsregels en leven er ook naar? Hoeveel leerlingen kennen elkaars cultuur? Hoeveel hulp durven scholen en ouders te vragen aan de hulpverlening? Op veel terreinen moet de anonimiteit doorbroken worden.
Veel kan zelf gedaan worden, daar is geen stortvloed aan nieuwe regels voor nodig. Tegelijkertijd moet bij de politiek het besef doordringen dat heel veel taken en verantwoordelijkheden bij de leraar op het bord zijn gelegd. Daar zullen we nadrukkelijk naar moeten kijken. De primaire taak van de school is immers onderwijs verzorgen en dus moet de school wel betrokken zijn bij de opvoeding van de kinderen, maar de opvoeding niet gaan overnemen. Politiek, onderwijsveld en hulpverlening zullen samen een nieuwe balans moeten vinden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.