- blad nr 7
- 3-4-2004
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Uitvoeringsrealisme
Het gevolg is dat in de publieke opinie inmiddels het beeld ontstaat dat het vmbo een school is waar je je kinderen beter niet heen kunt sturen. Opeens groeit in de media het koor van aanzeggers van het overlijden van dit nieuwe, volgens de politici ooit zo veelbelovende schooltype.
De hoogleraar Peters, die in een column op de website van de Groninger universiteit zegt ‘de shovel op het onderwijssysteem’ te willen zetten. Een reeks van beleidsmakers gaf in NRC Handelsblad toe dat hun vernieuwingsideaal wat onrealistisch was geweest. In dit Onderwijsblad noemt voormalig topambtenaar Frans Wisman het ‘beleidsoptimisme’. Het NOS-journaal, dat in een mini-reportage zegt dat ‘onderwijsdeskundigen’ het er allemaal over eens zijn dat docenten méér van hun leerlingen moeten houden. In Utrecht besluit het bestuur van het openbaar onderwijs overhaast om bij de bouw in de vinex-wijk Leidsche Rijn het vmbo en havo/vwo fysiek te scheiden.
Het is treurig om te merken dat het koor van spijtoptanten en critici wat laat in beweging is gekomen en nu meedeint op de
golven van negativiteit in de publieke opinie. Temeer omdat er al zo verschrikkelijk lang tevoren door mensen uit de sector zelf is gewaarschuwd voor problemen met het vmbo – en de beleidsmakers zich blind en doof hielden voor kritiek.
Stil hielden de beleidsmakers zich trouwens niet, integendeel, de propagandamachinerie maakte overuren. Terwijl leraren in 2001 aangaven dat er heel wat schortte aan de mogelijkheden om van Vet vmbo! een succes te maken, kraaide de toenmalige staatssecretaris Adelmund ‘invoering vmbo goed op weg’. En zo waren er nog veel meer signalen, die steevast werden genegeerd.
Het Onderwijsverslag van de inspectie waarschuwde al in 2001 voor een moeizame invoering. Het SCP maakte in 2002 in een lijvige studie duidelijk hoe de integratie van mavo en vbo aan het mislukken was. En hoe de explosie van zorgleerlingen het imago van het vmbo verder zou ondergraven. Niemand die er naar luisterde.
Juist daarom is het zo treurig dat het koor van critici nu alleen maar roept dat het vmbo is mislukt, dat de beleidsoptimisten en hooggeleerde wetenschappers die opeens hun stem verheffen geen millimeter verder komen dan de obligate constatering dat het vmbo kampt met een imagoprobleem. Want iedereen had kunnen weten dat het allang tijd was om te doordenken hoe het verder moet met het vmbo. Dat debat moeten de docenten maar zelf gaan voeren. Zonder beleidsoptimisten en teleurgestelde wetenschappers. Want in weerwil van het publieke imago – dat voornamelijk veroorzaakt wordt door een aantal zeer problematische scholen in de randstad, die alle hulp verdienen bij het oplossen daarvan – wordt er op heel veel plaatsen in het land keihard en met liefde gewerkt aan een schooltype dat deze groep leerlingen een goede toekomst biedt. Waar de vernieuwing van lessen, lesmateriaal, aanpak en leerwegen gewoon van binnenuit komt, zoals de rubriek Vakwerk in het Onderwijsblad regelmatig laat zien. Laat het onderwijspersoneel zelf werken aan de oplossing van de verhouding mavo-vbo, waar de politiek geen besluit in durfde te nemen. Laat het personeel zelf kijken hoe koppelingen met de roc’s in de regio het beste vorm kunnen krijgen. Kortom, laat leraren, met hun uitvoeringsrealisme, zelf het debat voeren over de vormgeving van het onderwijs.